Dag van de vrijheidsstrijders. 10 november is in Indonesië de dag van de vrijheidsstrijders. Dit is een officiële vrije dag.
Eén van de belangrijkste nationale Indonesische feestdagen, naast
Hari Kemerdekaan (17-08), is wel
Hari Pahlawan, de Dag der Helden. Die dag vieren de Indonesiërs alle helden van het land en meer specifiek de helden van de oorlog voor onafhankelijkheid.
Waarom 10 november?Er heerste een werkelijke chaos in het na-oorlogse Indonesië. Soekarno en Hatta liepen voorop in het onafhankelijkheidsstreven, dat met de verzwakte positie van Japan steeds dichterbij kwam. Ze waren echter huiverig om de onafhankelijkheid uit de handen van de Japanners te ontvangen, omdat dit de nieuwe republiek het stigma van een Japanse creatie zou geven. De atoombommen op Hirosjima (06-08-45) en Nagasaki (09-08-45) brachten de gebeurtenissen in een stroomversnelling. Op 15 augustus capituleert Japan, wat in heel Zuidoost Azië een machtsvacuüm creëerde. Nog de geallieerden, de vroegere koloniale machthebbers (Groot-Brittannië, Frankrijk, Nederland) nog de politieke leiders in Indonesië waren hier op voorbereid. Het volk, vooral belichaamd in de Pemoeda-organisaties (PRI) en de lokaal georganiseerde Badan Keamanan Rakjat (Volksveiligheidsorganisatie, na 5 oktober TKR), nam de macht over. Hun optreden verplichtte Soekarno en Hatta totaal onvoorbereid de onafhankelijkheid uit te roepen op 17 augustus 1945.
Wat hier op volgde werd bekend als de bersiap-periode (siap: wees paraat): chaos, geweld, doodslag heersten in grote delen van het eilandenrijk. Nederland, totaal onmachtig om orde op zaken te stellen, riep de hulp in van de Britten, die over meer middelen beschikten in dit deel van de wereld. De nieuwe republiek probeerde door oprichting van het TKR (Tentara Keamanan Rakjat) ook een rol te spelen in het onder controle krijgen van het land maar liep achter de feiten aan, door een gebrek aan organisatie, middelen en tijd.
Naast Batavia, Bandoeng en Semarang, stuurden de Britten dan ook troepen naar Soerabaja. Het doel was niet zo zeer de koloniale orde te herstellen maar de orde ‘tout court’. Want de Britten hadden als voorwaarde voor hun hulp gesteld dat Nederland moest gaan praten met Soekarno. Maar dat zagen de Indonesische Nationalisten, de Pemoeda’s en het volk in zijn geheel wel anders.
Op 25 oktober landde de 49th Indian Infantery Brigade o.l.v. Brigadier A.W.S. Mallaby te Soerabaja.De sfeer in de stad was op zijn minst gezegd zeer gespannen na het vlagincident van 19 september en de reacties van de Pemoeda’s daarop. Nederlandse inwoners hadden namelijk op het dak van Hotel Oranje de Nederlandse vlag gehesen wat tot een bloedige confrontatie leidde met de Pemoeda’s, die de vlag neerhaalden, de blauwe kleur er af scheurden en zodoende de geïmproviseerde Sang Merah Putih konden hijsen.
PRI en BKR probeerden aansluitend zoveel mogelijk de Japanners uit te schakelen en hun wapens in beslag te nemen. Op 1 oktober bestormden uitzinnige menigten de Japanse gebouwen. Het kwam tot hevige gevechten. Eens de Japanners uitgeschakeld richtte de PRI zich vooral op de Nederlanders. Op eigen houtje en zonder instemming van de Indonesische leiders werden zo’n 3500 Nederlanders en Indische Nederlanders uit hun huizen gehaald en opgesloten. Sommigen werden zelfs voor een volksgericht in de Simpangsociëteit gesleurd. Dat het er niet zachtzinnig aan toe ging, mag blijken uit volgend ooggetuigenverslag:
Om mij heen zag ik allemaal Europeanen. Toen werden ze ontkleed en omringd door Inlanders, die hen op afzichtelijke wijze afmaaken. Het regende slagen op hun, prikken met speren, houwen met sabels, priemen met bajonetten. Zij werden her- en derwaarts over de gallerijen heen- en weer geslagen en over de marmeren vloer gesleurd. [...] Toen ik ’s nachts naar de WC ging, lagen in de WC naar schatting 40 à 50 naakte Europeanen, bloedend uit vele wonden op de grond, midden in de drek, urine en modder. (Notulen Ministerrraad, 31/01/1949)
Het revolutionaire vuur werd vooral belichaamd in de persoon van Soetomo, oprichter van Barisan Pemberontakan Rakjat Indonesia (een radicale splintergroep van de PRI), die via de radio en met hulp van Surabaya Sue (Muriel Pierson, een Amerikaanse) het volk ophitste voor de komende strijd. Bung Tomo, zoals hij gemeenzaam genoemd werd, behoort, tot op heden, echter nog niet tot de officiële “Pahlawan" van Indonesië, alhoewel hij wel de hoogste onderscheiding verkreeg in 1990.
De tussenkomst van het TKR deed de rust in de stad weerkeren en in deze gespannen rust landde Bigadier Mallaby. De macht in de stad was op dat ogenblik in handen van Raden Mas Toemenggoeng Ario Soerjo (lid van Pangreh Pradja – Indonesische bestuursaristocratie), de gouverneur van Oost-Java en Dr Moestopo, regionale bevelhebber van TKR. De acties van Brigadier Mallaby, die er vooral op gericht waren de Europeanen in bescherming te nemen, werden door de Indonesiërs beschouwd als een steun voor het NICA (Netherlands Indies Civil Administration) en het misnoegen groeide uit tot een heuse volkopstand. Op 28 oktober werden de Britse stellingen aangevallen door een zeer grote menigte en zo’n 250 Britse militairen verloren het leven. De Britten riepen daarop de hulp in van Soekarno, die op 29 oktober via de radio het volk opriep om de strijd te staken. Het optreden van Soekarno had het gewenste effect. Stilaan keerde de rust weer, alhoewel het geweld niet overal gestaakt werd. Op 30 oktober inspecteerde Brigadier Mallaby de stad, kwam onverwacht in een rel te recht nabij de Jembatan Merah en werd gedood door een Pemoeda. Een Britse Brigadier doden doe je natuurlijk niet ongestraft. Massale versterkingen werden aangevoerd (5th Indian division) en Sukarno veroordeelde de ‘moord’ wat hem toch wel aan populariteit in de stad deed inboeten.
Op 9 november volgde een Brits ultimatum: binnen de 24 uur moesten alle gewapende Indonesiërs zich overgeven aan de Britten. Bung Tomo riep het volk op zich blijven te verzetten en ook gouverneur Soerjo zei dat “het beter was te sterven dan een nieuw koloniaal juk te moeten verdragen." Op 10 november begon dan ook de slag om Soerabaja, de dag waarop sindsdien alle Indonesische Helden gevierd worden.
Op 28 november was het voorbij. Ongeveer 2.500 Indonesiërs verloren het leven en slechts 14 Britse militairen. Wat leek op een overwinning van de Britse strijdkrachten, zou later echter op een volledige morele overwinning van de Indonesiërs uitdraaien. De onafhankelijkheidsstrijd was begonnen, er was geen weg terug meer.
Soerabaja verkreeg de status van "Stad der Helden" en een herdenkingszuil werd er opgericht: de Tugu Pahlawan.