Ieder tweede weekend van september vinden de Open Monumentendagen plaats in Nederland.

In 1987 werd in navolging van Frankrijk de Open Monumentendag in Nederland geïntroduceerd. Een dag die in eerste instantie alleen gehouden werd op de tweede zaterdag van september. Monumenten werden gratis voor het publiek opengesteld, om zo de publieke belangstelling voor monumenten en het draagvlak voor monumentenzorg te vergroten. De Open Monumentendag was in Nederland een van de eerste instrumenten om de bevolking op grote schaal in contact te brengen met monumenten. Om de organisatie uit te kunnen voeren werd de landelijke Stichting Open Monumentendag opgericht, gehuisvest in Amsterdam.
De Open Monumentendag werkte vanaf het begin met een decentrale opzet. Per gemeente werd er een comité opgericht dat verantwoordelijk was voor zijn eigen programma Open Monumentendag en werd ondersteund door de landelijke stichting. De decentrale opzet was een sterk punt. De lokale gemeenschap werd optimaal betrokken bij de organisatie van het evenement, waarbij de rol van vrijwilligers cruciaal was. Zonder vrijwilligers was en is de Open Monumentendag ondenkbaar, zowel bij de voorbereiding als op de dag zelf, bijvoorbeeld bij het ontvangen van mensen, het geven van rondleidingen, het bemannen van stands, het maken van tentoonstellingen, boekjes enzovoorts.
Het bezoekersaantal van de eerste Open Monumentendag bedroeg 350.000. Dat was een goed begin, en in enkele jaren groeide het uit tot zo’n 600.000. Tegenwoordig ligt het bezoekersaantal tussen de 800.000 en 900.000 en daarmee is de Open Monumentendag een van de grootste culturele evenementen van Nederland. Jaarlijks gaan er tussen de 3.000 en 4.000 monumenten open. Bijna alle gemeenten doen jaarlijks mee, tussen de 80 en 90%, en in het gemeentelijk beleid wordt de Open Monumentendag ook een steeds belangrijker factor.
De Open Monumentendag heeft zich in de loop der jaren verder ontwikkeld. Het evenement vond aanvankelijk alleen op zaterdag plaats, maar inmiddels zijn er veel comités die kiezen voor het hele weekend. Deelname alleen op zondag is sinds enkele jaren ook mogelijk. Vanaf 1996 hebben thema’s voor een inhoudelijke verdieping van de Open Monumentendag gezorgd. Onderwerpen die afgelopen jaren aan bod kwamen waren Industrieel erfgoed (1996), Schoolgebouwen (1997), Historische bouwmaterialen (1998), Monumententaal groen (1999), Water (2000), Wonen (2001), Handel (2002), Boerderijen (2003), Verdediging (2004), Religieus erfgoed (2005) en Feest! (2006). In 2007 staan de monumenten van de twintigste eeuw (1900-1965) centraal onder de titel Moderne Monumenten.
Open Monumentendag 2007: Moderne MonumentenDe Open Monumentendag van 2007, in het weekend van 8 en 9 september, heeft als thema Moderne Monumenten. Daarmee staan de monumenten van de twintigste eeuw centraal, gebouwd in de periode 1900 - 1965. Een periode waarin er veel en op interessante wijze gebouwd is en waarin de Nederlandse architectuur een nieuw, modern gezicht kreeg. Bouwstijlen die bij deze Open Monumentendag aan bod zullen komen zijn onder andere de Amsterdamse School, Het Nieuwe Bouwen en De Delftse School. Ook de monumenten uit de periode van de Wederopbouw vallen binnen dit thema.
Van grote invloed op deze Moderne Monumenten was de architect H.P Berlage, die met zijn rationele benadering van architectuur, met een heldere constructie en eerlijk materiaalgebruik de weg vrij maakte voor de bijzondere vormen in baksteen van de Amsterdamse School en daarnaast voor de rechte lijnen en moderne bouwmaterialen als staal en beton van Het Nieuwe Bouwen, of Functionalisme. Beide bouwstijlen komen in deze periode voor, alsook de Delftse School ofwel Traditionalisme, met - als reactie op Het Nieuwe Bouwen - een hang naar het verleden, met name naar de Middeleeuwen. De periode van de Moderne Monumenten betreft zowel de periode van voor de Tweede Wereldoorlog als de periode van de Wederopbouw. Typerend voor de monumenten van de twintigste eeuw is een grootschalige manier van bouwen, die te maken heeft met de grote trek naar de steden als gevolg van de industrialisatie eind negentiende eeuw. Daarbij speelde de Woningwet uit 1901 een grote rol. Op grond van deze wet werden uitbreidingsplannen verplicht gesteld, overheidssubsidies toegekend en het toezicht op de kwaliteit van de woningen door de overheid werd vergroot.
Het thema Moderne Monumenten laat zich niet alleen vertalen door een grote veelheid aan bouwwerken met bijbehorende bouwstijlen, maar ook door een veelheid aan typen gebouwen die zijn verrezen, en die te bewonderen zullen zijn op de Open Monumentendag. Naast tal van woningen, waaronder sociale woningbouw, flatgebouwen, buitenplaatsen en villaparken, zijn er andere gebouwsoorten kenmerkend voor de twintigste eeuw, zoals industriële gebouwen, kantoorgebouwen, schoolgebouwen, winkels en gebouwen die te maken hebben met de infrastructuur. Anno 2007 neemt de waardering voor de monumenten uit de twintigste eeuw toe. Zowel de architectuur als de stedenbouw uit de periode 1900 - 1965 staan voor een belangrijke en vernieuwende ontwikkeling in de Nederlandse architectuurgeschiedenis.
De Open Monumentendag, het moment dat in het hele land duizenden monumentale gebouwen gratis worden opengesteld voor het publiek, met tal van aanverwante activiteiten, wordt dit jaar voor de eenentwintigste keer georganiseerd. De Open Monumentendag is onderdeel van de Europese Open Monumentendagen, oftewel de European Heritage Days (EHD).