Info: De heks van Oostbroek
SAMENVATTING:
Een knecht van een weduwe vindt het maar vreemd dat zijn meesteres 's nacht naar een bepaalde plek op de hooizolder gaat en daar een balk beetpakt. Hij volgt haar en ontdekt dat ze verdwenen is. Hij grijpt ook de balk beet en wordt door de lucht meegevoerd om in een heksensabbat te Wijk bij Duurstede terecht te komen.

TOELICHTING:
Uit een brief van Baldaeus Ronseus, een arts uit Gouda, die hij in 1563 aan de bestrijder van het heksengeloof, Johannes Wier, schreef. Hij vertelt het verhaal dat de burgemeester van Gouda, Dirk Corneliszoon, hem meedeelde. Ronseus besluit de brief met: "Ik sta voor de waarheid van dit verhaal in, want bedoelde jongeling behoort nog tot de levenden en is de Goudse burgemeester wel bekend."

In de Utrechtse archieven is niets meer over het proces te vinden, maar we weten wel dat Johan van Culemborch van 1528 tot 1555 het schoutambt bekleedde.

Het 'vliegen' der heksen geschiedde door het gebruik van heksenzalf ('olie of iets dergelijks') waar een aantal verschillende bereidingswijzen van is overgeleverd. Men gebruikte o.a. doornappel (datura), bilzekruid (hyoscyamus), wolfskers (atropa belladonna), alruin (mandragora), alle - evenals tabak en aardappel - behorende tot de familie der Nachtschaden (solanaceeën) en zeer giftig. De heksenzalf werkte wel degelijk hallucinerend.

Vergelijk het Gelderse volksverhaal: De heks van de Rietmolen.


Mede mogelijk gemaakt door de gemeente De Bilt.