De Sint Jansprocessie in Laren
De Sint Jansprocessie in LarenTwee dagen vóór Sint Jan in het jaar 893 dwaalde een vroom pelgrim, die uit het Heilig Land terugkeerde, over de Gooise heide. Hij had gehoopt nog voor het vallen van het donker in zijn geboortedorp Laren terug te zijn, maar hij was de weg kwijt geraakt.

Plotseling sprongen er uit het kreupelhout een paar rovers te voorschijn, en één van hen verbrijzelde met een knuppel de schedel van de pelgrim. Op het lichaam vonden de rovers een zilveren doos van Oosterse makelij, maar toen zij die openden, bleken er slechts een paar kleine beenderen in te zitten. Teleurgesteld wierpen zij die weg, en het lichaam van de pelgrim gooiden zij in een kuil en bedekten het met zand.

De volgende morgen bemerkte een herder, die met zijn kudde over de hei trok, dat zijn hond voortdurend naar een bepaalde plek bleef staren. Dichterbij gekomen zag hij een paar kleine beenderen, die een lichte gloed afgaven, en toen hij ze op wilde rapen, bleek dat onmogelijk.

Het gerucht van die merkwaardige vondst verbreidde zich snel, en op Sint Jansdag kwamen de mensen van heinde en verre om het wonder te aanschouwen. Onder hen was er ook een, die vertelde dat hij enkele dagen geleden gastvrijheid had verleend aan een pelgrim, die een zilveren doos bij zich droeg, waarin zich beenderen van Sint Jan zouden bevinden. Een ander vertelde dat hij in Naarden een zilveren doos van een paar mannen had gekocht…

De pastoor liet toen de klok luiden en een altaar oprichten en droeg de mis op. En zie, toen kon men de beenderen van de grond oprapen en men bracht ze naar Laren.

Enige dagen later kwam - na een hevige regenbui - het lichaam van de vermoorde pelgrim bloot te liggen. Op de plek, waar het gevonden werd, stichtte men een kerkhof, dat men Sint Janskerkhof noemde, en begroef er als eerste de pelgrim.

Nog steeds vindt er jaarlijks op Sint Jansdag (24 juni) een processie plaats naar de plek, waar de beenderen gevonden zijn.



Bron: "Hollandsch Sagenboek. Legenden en sagen uit Noord- en Zuid-Holland" door J.R.W. Sinninghe. A. Storm van Leeuwen, 's-Gravenhage, 1943, p.200.