Info: De Geknielde Man
SAMENVATTING:
In de bossen van Vierhouten woont een beruchte rover. Op een dag komt hij een vioolspeler tegen die de kunst beheerst d.m.v. klanken mensen of dieren te laten verstenen. De vioolspeler verandert de rover in een beuk die de vorm heeft van een knielende man. Sindsdien heet die boom: 'De Geknielde Man'.

TOELICHTING:
Deze sage verklaart een hoop namen van gebieden rondom Vierhouten.

De 'Bommelskuil' werd vroeger ook wel Beemans- of Boerboomkuil genoemd. De namen 'bommels', 'beemans' en 'boerboom' zijn allemaal afleidingen van het woord 'boeman', een verwijzing naar de duivel. Vroeger werden er in de 'Bommelskuil' erediensten, rechtspraak en Maalmannenzittingen gehouden. Later werd het een plek waar zich velerlei gespuis ophield. Ooit is er de rover en zigeuner David tegen een boom dood geschoten. Die boom - aan de rand van de 'Bommelskuil' - groeide uit tot een enorm exemplaar en heette nog jarenlang 'Davidsboom'. De boom is allang verdwenen, maar de geest van David schijnt er nog altijd rond te spoken.

Van de rover Buntman uit Vierhouten wordt beweerd dat hij de broer zou zijn van de beruchte herbergier Buntman (of Bunterman) uit Nunspeet. Over die laatstgenoemde Buntman, die de herberg 'De Trompet' aan de Harderwijkerweg runde, gaat het bekende verhaal van de 'Rokende Berg' in Nunspeet. Zie: De Buntermansberg te Nunspeet.

Er wordt ook verteld dat er in de 'Bommelskuil' een grote schat begraven liggen. Er rust echter een vloek op die schat: "Alleen hij, die bij volle maan, het goud weet uit te spitten en daarbij zwijgen kan, zal het bezitten." Velen hebben het al geprobeerd en hebben ook daadwerkelijk een kist met goud gevonden. Zodra men echter wat vindt gooit de duivel de afschuwelijke doodskop van Buntman in de kuil, een knappe jongen die dan geen kreet van afschuw uitslaakt. Promp verdwijnt hiermee de zojuist opgegraven goudkist. Slechts een enkeling doorstaat deze eerste proef en kan de kist ook daadwerkelijk uit de kuil halen. De duivel gaat vervolgens echter op de kist zitten - overigens onzichtbaar voor de mensen - waardoor deze loodzwaar wordt. Tillen is dan haast onmogelijk, waardoor men uiteindelijk in woede uitbarst en een kreet slaakt. Ook dan verdwijnt de kist. Zie ook: De witte juffer van Hoog Soeren en Blauwe Gerrit.