Info: De brand in de vingerhoedmolen SAMENVATTING: Wanneer de buurvrouw van de vingerhoedmaker Willem van Rijssel nieuwsgierig is naar zijn rijkdom, sluipt ze op zondag 10 april 1698 stiekem zijn huis binnen. Ze wordt echter betrapt door de meid die thuis is gebleven. Ze wordt op de pijnbank gelegd en als ze weer thuiskomt is haar man zo boos op de vingerhoedmaker dat hij huis en molen in brand steekt. TOELICHTING: Voormalig fysicus Herman Boon en voormalig aardrijkskundelerares Catherine Boon-Langedijk zijn gepromoveerd op het proefschrift 'Vingerhoedmakers en hun bedrijven in de tijd van de republiek'. Hierin staat een hoofdstuk gewijd aan het verhaal over de brand in de vingerhoedmolen van Vianen. Na zorgvuldig onderzoek concluderen zij dat die brand nooit heeft plaatsgevonden. De onderwijzer P. Horden heeft in zijn boekje 'Recht en slecht in het land van Brederode' op basis van stukken van de Kamer van Justitie van Vianen diverse verhalen geschreven over het volksleven van de 17e en 18e eeuw. In het hoofdstuk 'Hendrik Vroon, de rebel van Vianen of de vingerhoedfabriek buiten de Landpoort (1698)' beschreef hij hoe het huis van Willem van Rijssel door brandstichting in vlammen opging. Uitgaande van de werkelijkheid liet de auteur zijn fantasie de vrije loop. Dat heeft ons een mooi verhaal opgeleverd over een brand die nooit heeft plaatsgevonden. De ruzie tussen Willem van Rijssel en Hendrik Vroon is wel historisch gedocumenteerd. Wat er werkelijk gebeurd is, is te zien op de film en valt te lezen in het hoofdstuk 'De mythe van de brand in het huis van Willem van Rijssel bij Vianen en perikelen na de verhuizing naar Amsterdam' van het proefschrift. Nederland was in de Gouden Eeuw de grootste producent en exporteur van vingerhoeden ter wereld. Meer informatie over de vingerhoedindustrie, zie: artikel Nadine Böke, (wetenschaps)journalist. De vingerhoedmolen van Vianen heeft waarschijnlijk aan de oude Hagewetering gestaan (waarvan een restant aan de Prinses Julianastraat ligt). De Hagewetering was een water tussen de polders Groote en Kleine Hagen, oostelijk van het huidige Vianen. Het water van de wetering werd gebruikt om de vingerhoedmolen in werking te houden. Bij onvoldoende waterafvoer hielden paarden de molen in beweging. Dankzij water- en paardenkracht was het mogelijk om op industriële wijze vingerhoeden te maken. Jacob Claesz Schot was begin 17e eeuw in Vianen de eerste vingerhoedmaker. Tegen het eind van de 17e eeuw maakten vingerhoedproducenten uit Vianen, De Bilt en Utrecht afspraken over prijzen, productiehoeveelheden en het weren van concurrentie en beschermden op die wijze hun nering en markt. Rond 1700 mochten er volgens afspraak alleen al in Vianen 1,8 miljoen vingerhoeden per jaar vervaardigd worden. In de loop van de 18e eeuw trad het verval in. In het derde kwart van die eeuw werden vingerhoedmolen en woning gesloopt. Er werd een buitenhuis gebouwd met de naam "Buitenlust". Uit diverse bronnen blijkt dat in 1667 de vingerhoedfabrikanten Willem van Rijssel (Amsterdam), Aelbert van Rijssel (Vianen), Cornelius de Wetering (De Weerd) en Hendrik Schot/Berent van Beckum (De Bilt) een kartel vormden. Mede mogelijk gemaakt door de gemeente Vianen. ![]() |
|
||||||||||
