Info: Kasteel Batestein en de Grote Geus

TOELICHTING:
Zie: Hendrik van Brederode, leider van de Opstand in de Nederlanden.

Prins Bernhard is een nakomeling van de laatste heer van Vianen, Simon Hendrik Adolf van Lippe-Detmold, die de heerlijkheid verkocht aan de Staten van Holland en West-Friesland.

De eerste bouwers van kasteel Batestein waren de heren Van Vianen die rond 1370 begonnen op een strategisch gelegen plaats langs de Lek. Batestein werd ontleend aan de naam van de echtgenote van Gijsbrecht van Vianen: Beatrix van Egmond. De verklaring voor de naam is als volgt: Beatrix wordt Beate of Bate. Stein betekent huis. Batestein = het huis van Bate.

De donjon van het kasteel werd gefinancierd met het losgeld betaald door de Franse graaf van Saint-Pol. Deze graaf was in 1371 door Gijsbrecht krijgsgevangen genomen tijdens de slag bij het Duitse Baesweiler. Gijsbrecht vocht aan de kant van de graaf van Gelre in een oorlog gevoerd tegen de hertog van Brabant. De donjon kreeg als naam Saint Poltoren en werd in de volksmond verbasterd tot Simpeltoren. Deze imposante toren, beeldbepalend voor de skyline van Vianen, straalde de macht uit van de heren van Vianen. Onder Reinoud de Derde van Brederode die leefde van 1492 tot 1556 werd Batestein verfraaid tot één van de mooiste kastelen van Nederland. Tijdens de Spaanse bezetting raakte kasteel Batestein tijdelijk in verval. De Spaanse troepen gebruikten de Saint-Poltoren voorzien van kanonnen als verdedigingswerk. Hendrik van Brederode kon zich slechts over een klein gedeelte van het rijke bezit ontfermen.

In 1696 verwoestte een brand het kasteel. Het restant bleef tot het begin van de 19e eeuw in gebruik als kazerne en militair hospitaal en werd daarna geleidelijk gesloopt. De bakstenen werden gebruikt voor dijkverzwaring en voor de productie van cement. In het stadsbeeld van Vianen zijn enkele overblijfselen van kasteel Batestein te zien bij de Hofpoort met de pomp.


Mede mogelijk gemaakt door de gemeente Vianen.