Leesidee: De brand in de vingerhoedmolen
Doelgroep:
de leerlingen van het primair basisonderwijs groep 7 en 8

Samenvatting:
Alles lijkt pais en vree aan de rand van Vianen; de boerderijtjes, de molen van de vingerhoedmakerij. In de avond zitten de mensen onder hun fruitbomen en genieten; zij zijn in goeden doen, zoals dat heet.
Ergens, op mooie zondagochtend in 1698 gaat het mis en blijkt de tevredenheid schijn: Elsje, vrouw van boer Hendrik, heeft een sterk nieuwsgierigheidgevoel. Haar boerderij kijkt uit op de vingerhoedmolen van Willem van Rijssel en in de molen is ze wel eens geweest, maar in het woonhuis nog nooit.
Ze brandt van verlangen daar een kijkje te nemen en op die zondagochtend, wanneer iedereen in de kerk is, sluipt ze het huis binnen… De meid blijkt thuis en betrapt Elsje. Bij thuiskomst, waarschuwt baas Willem de Schout en eist dat die Elsje op de pijnbank legt om een inbraak voor diefstal te laten bekennen. Dat bekend Elsje niet, ze was alleen maar erg nieuwsgierig. Hendrik, de man van Elsje, vindt dit verraad van zijn buurman zo erg, dat hij op wraak zint.

Thema:
Wraak

Werkvormen:
dramaschrijven, handvaardigheid, vingerpoppentheater

Lesopzet:
A. De sage gaat over valse beschuldigingen, de schijn tegen je hebben, verraden worden door je buren en wraak. En dat tegen een achtergrond van ogenschijnlijke tevredenheid; het gaat de mensen in het buurtje rond de vingerhoedmolen goed. Maar dat maakt hen nog niet tot prettige mensen. Vraag: ben je wel eens in een situatie terecht gekomen waarin je werd beschuldigd van iets? Hoe ging dat? Wat voor gevoel heeft dat bij je achter gelaten? – Inventariseer verschillende situaties op het bord.

B. Wraak willen nemen is een eigenschap die menselijk is. Wat kun je anders? – Vergeving. Wie heeft wel eens iemand iets vergeven? Heeft iemand jou wel eens iets vergeven? Heb je wel eens wraak genomen? Wat deed je? Was je daarmee van alle wraakgevoelens verlost?

C. De leerlingen gaan in groepjes (4 personen) uit elkaar.
Opdracht: de leerlingen kiezen een situatie per groepje. Die werken ze uit (wie, wat, waar, wanneer, waarom) in korte zinnen. Daarbij bedenken ze een manier om wraak te nemen of om te vergeven; ze maken het verhaal af. Schrijf ook dit in korte zinnen op.
Welke personages zitten er in het verhaal? Geef ieder personage 1 belangrijke karaktertrek mee; boos (wraakzuchtig), blij (zich van geen kwaad bewust), bang (ik doe alles fout)…

D. De leerlingen verdelen de personages onderling. Ieder groepje heeft een verhaallijn (scenario) en personages. Verhaal en personages komen tot leven in vingerpoppentheater.

E. Vingerpoppen maken (minimaal 4) per groepje: basismateriaal (wc-rollen, karton, lijm.) Teken figuur met daaronder een gedeelte dat straks tot vingerkoker kan worden geknipt en geplakt/geniet. Figuur kan ook op satéprikker.
Het theater kan een poppenkastvorm hebben (de poppen komen bijvoorbeeld boven de tafelrand uit), maar ook een wit laken ophangen (waslijn) kan, met erachter een felle lamp die voor schaduw zorgt, een mooi effect hebben. Maar ook zonder theateromgeving kan gespeeld worden.

F. De leerlingen stellen per groepje hun voorstelling samen: zij lopen alles door; het verhaal, de –globale tekstregels per personage, volgorde van gebeurtenissen en opkomst van personages.
Iedere voorstelling duurt niet langer dan vier minuten.

G. Presentaties!

Doelstelling:
onderzoeken van het begrip wraak.

Mede mogelijk gemaakt door de gemeente Vianen.