Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 10 min.
Herkomst:




Abina en de python Een West-Afrikaans sprookje over een meisje dat met een slang trouwt

Abina was mooi. Abina zong zo prachtig dat ze de vogels uit de bomen zong. Abina was trots als een koningin.

Elke dag deden er mannen hun best haar te veroveren, maar de trotse Abina lachte hen uit. De ene man was zo lang dat ze hem kon gebruiken als bonenstaak. De andere had zulke grote oren dat ze hem moest vastzetten zodra er wat wind stond, anders vloog hij weg. De mannen gingen allemaal teleurgesteld naar huis. Abina besloot dat ze alleen maar met een prins wilde trouwen. Haar ouders schudden hun hoofd en zuchtten: "Abina, we zijn maar gewone mensen."

Maar Abina bleef wachten op haar prins die haar mee zou nemen naar zijn koninkrijk, ver, ver weg. Ze maakte liedjes over hem. Gracieus zou hij zijn, als grashalmen die heen en weer zwaaiden in de wind. Zijn stem zou zoet zijn als de smaak van honing en zijn ogen groen en schitterend als smaragd. De vogels luisterden naar haar lied en ze namen het mee op reis naar het noorden en het zuiden, het oosten en het westen.

Op een dag kwam een jonge man zo stilletjes en rustig over de vlakte aan, en hij glansde zo in de middagzon, dat Abina zich aanvankelijk afvroeg of dit niet een luchtspiegeling was. Sierlijk als de grashalmen in de wind bewoog hij zich voort, zijn stem was als de smaak van honing in haar mond en zijn ogen waren groen en schitterden als smaragd.

En hij was een prins - zei hij - van een land ver hier vandaan. Als Abina niet zo kieskeurig was geweest, hadden haar ouders misschien iets meer over hem willen weten. Waarom zou een prins helemaal in zijn eentje hierheen komen, alleen maar om Abina tot zijn vrouw te maken? Maar ze trouwden en Abina en haar mooie nieuwe man vertrokken naar diens koninkrijk met eten voor de reis, zaaikoren om te planten als ze er waren, een paar varkens, schapen en een paar koeien.

Toen ze de eerste avond stopten om te rusten at Abina's nieuwe man al het eten op. De tweede avond verdween al het zaaikoren in zijn mond. En de derde, vierde en vijfde avond verdwenen de varkens, de schapen en de koeien langs dezelfde weg. De arme Abina at niet meer dan een paar bessen die ze onderweg had kunnen plukken.

Haar nieuwe man werd niet dikker van al het eten, maar het scheen hem wel naar beneden te drukken. Hij zakte steeds dieper naar de grond, maar hij was nog net zo gracieus als de grashalmen in de wind. Hij zocht lenig zijn weg tussen stenen en rotsblokken, terwijl Abina erover struikelde. Haar vermoeide voeten zaten vol bloedende schaafwonden.

Ze kwamen bij het bos en haar man zocht nog steeds zijn weg, onder, over en tussen kronkelende takken en allerlei klimplanten, nauwelijks een blaadje rakend, terwijl Abina hem met moeite volgde. Tenslotte kwamen ze bij een donkere, zompige rivier, waarvan het water zich traag en stilletjes voortbewoog. Voor zover Abina kon zien was er nergens een plaats waar ze de rivier konden oversteken.

"Waar gaan we nu heen?" vroeg ze.

"Nergens heen," siste hij. "Dit is mijn koninkrijk."

In de enige streep zonlicht die door de bladeren heen kon dringen strekte haar man zich uit op een tak boven het zompige, donkere water. Hij sloeg zijn staart om de tak.

Zijn staart? Ja, want Abina's nieuwe man was helemaal geen man maar een reusachtige python! Alleen zijn ogen bleven dezelfde. Ze schitterden koud en hard als smaragd.

"Dit is je nieuwe woning," zei hij. "Welkom!" Hij streek met zijn tong langs een gat in de oever. Abina gluurde in het gat. Ze zag spinnen alert zitten te wachten in hun webben en kevers die wegschoten naar alle kanten en wormen die de aarde omwoelden.

"Daar ga ik toch niet wonen!" fluisterde ze.

"Jawel!" siste de python. "Dat doe je wel, want je bent mijn vrouw!"

Twee grote tranen rolden langs Abina's wangen. "Je zei dat je een prins was," snikte ze. "Ben ik ook," fluisterde hij. "Dit is mijn koninkrijk. Iedereen gehoorzaamt me hier - en jij dus ook."

Arme Abina. Wat zou er met haar gebeuren op deze donkere, eenzame plek als ze niet deed wat hij zei? Zou hij zijn grote pythonlijf om haar heen draaien en het leven heel langzaam uit haar persen? Zou hij haar levend opeten? Abina wilde het niet weten. Ze kroop in dat griezelige, donkere, vochtige, modderige gat in de oever. En daar bleef ze.

Elke dag als de zon door de bladeren scheen, draaide de python zich om zijn lievelingstak en riep hij de dieren uit het bos bij elkaar om zijn prachtige mensenvrouw te bewonderen. "Ze is bijna even mooi als ik," schepte hij op.

De dieren hadden medelijden met Abina, maar wat konden ze doen? De python zou hen met huid en haar opvreten.

Soms brachten ze Abina kleine dingetjes om op te eten. Soms spoelde er een vis aan voor haar, maar er was geen vuur waarop ze die kon bakken. Meestal knabbelde ze aan de wortels die in het hol hingen. Soms kreeg ze zo'n honger dat ze zelfs de slakken en kevers opat die over de grond kropen.

Nu zong Abina een ander liedje - zo droevig, zo treurig! Ze zong over haar thuis, zo ver weg en over alle mannen met wie ze had kunnen trouwen als ze maar niet zo trots was geweest.

De vogels streken neer om te luisteren en droegen haar liedje naar het oosten en het westen, het noorden en het zuiden, tot een vogel op een dag in het dorp van Abina's vader en moeder kwam.

Abina's ouders hoorden het liedje van de vogel en begrepen het. Abina had hun hulp nodig. Ze vroegen hun buren mee en, gewapend met bijlen, messen en stokken, volgden ze de vogel tot ze ten slotte bij de oever van die diepe, donkere rivier kwamen.

Ze hoorden hun dochter haar treurige liedjes zingen vanuit haar bedompte holletje in de oever. Ze zagen de python op de tak in de boom liggen en herkenden hem aan zijn smaragdgroene ogen. En ze maakten korte metten met hem - inderdaad! Ze sloegen hem tot hij morsdood was. Toen hakten ze de tak van de boom en zagen hoe de rivier de tak meesleurde met het bloedende lijf van de python er nog omheen gedraaid.

Ze bevrijdden Abina uit haar gevangenis. Ze was broodmager en liep gebogen als een oude vrouw. Ze droegen haar naar huis en gaven haar genoeg te eten tot ze weer even mooi was als de dag waarop ze vertrok. Maar ze was niet meer diezelfde, trotse Abina. Als welke man dan ook - jong of oud - haar gevraagd had zijn vrouw te worden, zou ze ja hebben gezegd, echt waar!

Maar niemand vroeg haar, want wie zou met een meisje willen trouwen dat de bruid van een python was geweest?


*   *   *

Abina en de python Samenvatting
Een West-Afrikaans sprookje over een meisje dat met een slang trouwt. Een trots meisje wil alleen met een echte prins trouwen en op een dag verschijnt er een. Na het huwelijk blijkt het echter geen prins te zijn, maar een python. Gelukkig komen haar ouders haar te hulp en komt ze weer veilig thuis. Voortaan zal ze niet meer zo kieskeurig zijn bij haar partnerkeuze. Lees het verhaal

Toelichting
Vergelijk met De slangeman en Het meisje dat met een kraai trouwde. Het motief "dier als bruidegom" vinden we in veel sprookjes, maar in dit verhaal weet het meisje niet dat ze met een dier trouwt.

Trefwoorden

Verhaalsoort

Bron
"De ruiter zonder hoofd en andere griezelsprookjes" naverteld door Maggie Pearson. Uitgeverij De Eekhoorn, Oud-Beijerland, 2001. ISBN: 90-6056-851-6

Herkomst: Afrika
Verteltijd: ca. 10 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook