Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 10 min.
Herkomst:

Achol en haar adoptiemoeder, de leeuwin Een volkssprookje uit Soedan over moeder en dochter

Achieng had twee kinderen, Maper en Achol. Ze hadden drie stiefbroertjes, de zonen van hun vader. Achol was verloofd met een man die Kwol heette. Het gezin verhuisde naar het domein van de leeuwen. Omdat Achol nog klein was, werd ze gedragen door haar broer. De halfbroers van Achol waren jaloers op haar omdat ze al zo jong verloofd was. Ze bedachten een plan om Achol en haar broer Maper in de wildernis achter te laten. Op een avond deden ze stiekem een slaapmiddel in de melk van Achol en Maper, die daardoor in een diepe slaap vielen. De stiefbroers zetten een kalebas met melk naast hen neer en trokken verder met het vee.

Achol werd de volgende ochtend het eerst wakker. Toen ze zag dat ze helemaal alleen waren achtergebleven, begon ze te huilen en maakte ze haar broer wakker. "Maper, zoon van mijn moeder, het kamp is opgebroken en we zijn alleen achtergelaten!"

Maper werd wakker, keek om zich heen en zei: "Dus onze eigen broers hebben ons achtergelaten! Niets van aantrekken, drink je melk maar op."

Ze dronken wat melk en kropen in een kuil die door een olifant was gemaakt. Daar lagen ze beschut en veilig en ze vielen al snel in slaap. Een tijd later kwam er een leeuwin in het kamp, op zoek naar achtergebleven eten. Toen ze de kuil zag, keek ze erin en zag ze de kinderen. Achol en Maper begonnen te jammeren: "Ach, vader, we gaan dood! We worden opgegeten!"

De leeuwin zei: "Lieve kinderen, niet huilen, ik zal jullie niet opeten. Zijn jullie mensenkinderen?"

"Ja," antwoordden ze.

"Wat doen jullie hier?"

"We zijn achtergelaten door onze stiefbroers," zei Maper.

"Ga maar met mij mee," zei de leeuwin. "Ik zal voor jullie zorgen alsof jullie mijn eigen kinderen zijn. Ik heb zelf geen kinderen."

Ze stemden hiermee in en gingen met de leeuwin mee. Onderweg ontsnapte Maper en hij ging terug naar huis. Achol bleef bij de leeuwin, die voor haar zorgde tot ze een groot meisje was geworden. Intussen rouwde de familie van Achol om haar verlies. Maper vertelde dat hij en Achol in het kamp waren achtergelaten en dat ze waren gevonden door een leeuwin. De halfbroers ontkenden wat ze hadden gedaan.

Enkele jaren later verhuisde het kamp opnieuw naar het domein van de leeuwen. Maper was inmiddels een volwassen man geworden. Toen hij op een dag met zijn vrienden het vee aan het hoeden was, kwamen ze bij het huis van de leeuwin. De leeuwin was aan het jagen, maar Achol was thuis. Maper herkende haar niet. Een van de vrienden van Maper sprak Achol aan. "Wil je ons wat water geven, meisje?"

Achol antwoordde: "In dit huis vragen mensen niet om water. Ik zie dat jullie mensen zijn: pas op, want het is hier gevaarlijk voor jullie!"

"Maar we hebben vreselijk dorst," zeiden de mannen. "Geef ons alsjeblieft iets te drinken."

Ze bracht hen water en ze dronken. Daarna gingen de vrienden weg. De moeder van Achol, de leeuwin, kwam terug met het dier dat ze had gedood. Ze gooide het dier op de grond en begon te zingen:
"Achol, Achol,
Kom uit de hut,
Mijn dochter die ik heb grootgebracht
terwijl de mensen granen verzamelden.
Mijn dochter die nooit ontstemd was.
Kom naar buiten, dochter, ik ben er.
Mijn kleintje, die werd achtergelaten,
Mijn kleintje, die ik heb gevonden,
Mijn kleintje, die ik heb grootgebracht,
Achol, mijn liefste,
Kom bij me, dochter."
Achol kwam naar buiten en ze omhelsden elkaar. Daarna kookten ze en gingen ze eten. De moeder van Achol zei: "Dochter, als er mensen komen, mag je niet voor ze weglopen, maar moet je aardig voor ze zijn. Zo kun je misschien nog eens trouwen."

Maper voelde zich aangetrokken tot Achol, en hij kwam dezelfde avond met een vriend van hem terug om haar het hof te maken. De moeder van Achol gaf haar een aparte hut waar ze haar leeftijdsgenoten kon ontvangen. Toen Maper met zijn vriend bij haar kwam, en vroeg of hij mocht blijven slapen, liet ze hem in die hut. Aan één kant van de hut maakte ze bedden op voor Maper en zijn vriend, en zelf sliep ze aan de andere kant.

's Nachts begon Maper nog meer naar Achol te verlangen en hij wilde naar haar kant van de hut gaan. Maar toen hij dat probeerde te doen, hoorde hij een hagedis op de muur zeggen: "Hij gaat zijn eigen zuster onteren!" Daarom bleef Maper aan zijn kant van de hut. Toen hij het later nog eens probeerde, hoorde hij een dakspant zeggen: "Hij gaat zijn eigen zuster onteren!" En ook het gras zei hetzelfde toen Maper het nog eens wilde proberen.

De vriend van Maper werd wakker en vroeg: "Wie zei daar iets? Wat zeggen ze toch?" Maper antwoordde: "Ik weet het niet en ik weet ook niet wat ze met 'zuster' bedoelen."

Daarom vroegen ze het meisje om meer over zichzelf te vertellen. Achol vertelde hen dat ze samen met haar broer in de steek was gelaten en dat ze gevonden waren door de leeuwin.

"Is dat echt waar?" vroeg Maper opgewonden.

"Ja," zei Achol.

"Ga dan met ons mee naar huis. Je bent mijn zuster!"

Achol omhelsde Maper en begon te huilen. Toen ze weer wat tot bedaren was gekomen, zei ze tegen Maper en zijn vriend dat ze niet bij de leeuwin weg kon gaan, omdat die zo goed voor haar had gezorgd. Maar ze wisten haar over te halen om toch mee te gaan. De volgende ochtend braken ze het kamp op, omdat ze de leeuwin wilden ontlopen.

Die ochtend ging de leeuwin heel vroeg op jacht. Toen ze 's avonds terugkwam, zong ze zoals altijd voor Achol, maar Achol gaf geen antwoord. De leeuwin herhaalde het liedje enkele malen, maar Achol gaf nog steeds geen antwoord. Ze ging de hut in en zag dat Achol was verdwenen. Ze huilde en huilde en huilde. "Waar is mijn dochter gebleven? Heeft een leeuw haar opgegeten of hebben de mensen haar meegenomen?"

Toen begon ze te rennen, achter de mensen aan. Ze rende en rende en rende.

De mensen bereikten het dorp en Achol werd verborgen.

De leeuwin bleef rennen en rennen tot ze bij het dorp was. Daar bleef ze staan en zong ze het lied dat ze altijd zong.

Meteen toen Achol dat lied hoorde, kwam ze tevoorschijn uit haar schuilplaats. Ze renden naar elkaar toe en omhelsden elkaar. De vader van Achol slachtte een stier ter ere van de leeuwin. De leeuwin zei dat ze niet meer terug zou gaan naar het woud, maar dat ze onder de mensen wilde blijven, bij haar dochter Achol.

Achol trouwde en werd aan haar man gegeven. Haar moeder, de leeuwin, ging bij haar wonen. En ze leefden nog lang en gelukkig.


*   *   *

Achol en haar adoptiemoeder, de leeuwin Samenvatting
Een volkssprookje uit Soedan over moeder en dochter. Twee kinderen - Achol en Maper - worden door hun halfbroers achtergelaten in het kamp. Een leeuwin vindt ze en zij bekommert zich over de kinderen. Maper ontsnapt, maar Achol blijft bij de leeuwin. Jaren later vindt er een hereniging van het gezin plaats. En de leeuwin die Achor opgevoed heeft, mag bij de familie in het dorp komen wonen. Lees het verhaal

Toelichting

Trefwoorden


Thema

Verhaalsoort

Bron
"Moedige meiden, wijze vrouwen & geliefde dochters. Heldinnen in volksvertellingen uit de hele wereld" samengesteld door Geraldine Le Blanc. Kemper & Boekwerk, Leidschendam, 2005. ISBN: 90-76542-20-1

Herkomst: Sudan
Verteltijd: ca. 10 min.
Leeftijd: vanaf 12 jaar

Lees ook