Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 16 min.
Herkomst:

Asoka, de koning die monnik werd Het verhaal over de beroemde boeddhistische koning van India

De favoriete kleinzoon

Lang geleden leefde er in het oude India eens een prins. Hij was niet de oudste zoon van de koning maar slechts een van de vele kinderen van een van de vele vrouwen die de koning had. Omdat hij niet de oudste zoon was en zijn moeder Dhamma niet de hoofdvrouw van koning Bindusara was er niet veel kans dat hij ooit op de troon zou komen. Maar Asoka was toevallig wel de favoriete kleinzoon van zijn grootvader, de machtige Chandragupta. Dat was de eerste koning van het verenigde India geweest. Hij had de opstand geleid tegen de bezetters uit Griekenland. Onder leiding van hun koning, de machtige Alexander, hadden de Macedoniërs alle koninkrijkjes in de Punjab verslagen en aan hun wereldrijk toegevoegd. Toen Alexander met zijn leger het land na veel strijd weer verliet liet hij Griekse soldaten achter die het in hun greep moesten houden. Hij had ook een Indische vorst benoemd tot heerser over alle anderen, zijn naam was koning Poros.

Maar toen niet lang na zijn vertrek bericht kwam dat hij in het verre Babylon was overleden kwamen de Indiërs in opstand en Chandragupta was hun leider geweest. Toen hij jong was had hij de grote Alexander zelf ontmoet. Het was in Taxila geweest en wat Chandragupta erover vertelde aan zijn kleinzoon was verbazingwekkend. Alexander beschreef hij als een kleine man die tussen zijn soldaten helemaal niet opviel maar die zo koninklijk kon gebieden dat niemand ongehoorzaam kon zijn. En die Griekse koning had een paard gehad dat niemand anders ter wereld kon berijden en toen dat paard overleed aan de oevers van de Indus, had Alexander een stad laten stichten die naar zijn paard was genoemd: Bucephalos!

Asoka vroeg zijn grootvader altijd als hij hem zag om iets te vertellen over de strijd tegen de Grieken en de oude man ging dan eens goed ervoor zitten. Hij vertelde er graag over want het was een verhaal vol overwinningen. Eerst waren alle Griekse soldaten verjaagd en toen was hij zelf koning geworden over heel de Punjab. En met zijn leger van honderden strijdolifanten en amazones te paard veroverde de grote Chandragupta de rest van het enorme land. Van de golf van Bengalen tot de Arabische Zee strekte het rijk zich uit. Er waren vele veldslagen en gevechten nodig geweest om dat enorme rijk tot stand te brengen en over al die gevechten kon de oude koning verhalen vertellen. En naar die verhalen kon Asoka urenlang luisteren.

Maar de reden dat hij de favoriet was van zijn opa was niet dat hij zo goed naar verhalen kon luisteren maar omdat hij zo goed kon boogschieten, zwaard vechten, speerwerpen en omdat hij altijd op het juiste moment de goede vraag stelde.

De grote koning neemt afscheid

Toen Chandragupta oud was geworden kreeg zijn grote rijk de ene na de andere ramp te verduren. Oogsten mislukten, de zomers waren lang en droog zodat de oogst op de velden verdorde. Dieren werden mager en stierven. De mensen leden honger en werden gekweld door de aanhoudende hitte. De koning raadpleegde een heilige monnik om te weten wat hij moest doen. De monnik vertelde hem dat hij afstand moest doen van de wereld en een boetekleed aan moest trekken. Om zijn volk te redden deed de koning wat de wijze goeroe zei.

Omdat hij meende dat in zijn zwaard een boze geest huisde die altijd bloed wilde zien vloeien besloot hij zijn kostbare wapen weg te gooien. Op de dag dat hij afstand deed van zijn troon en zijn kroon overgaf aan zijn zoon Bindusara werd, verruilde de oude vorst zijn koninklijke kleding voor de armoedige mantel van een monnik, hij gaf al zijn sieraden weg aan de armen en liet zijn hoofd kaal scheren.

Asoka stond naast de troon van zijn vader en huilde bittere tranen vanwege het afscheid want zijn grootvader ging weg van het hof om in een klooster te wonen met andere monniken. Hij zag hoe de oude man, met zijn zwaard gewikkeld in een witte doek, in een roeibootje stapte en de Ganges opvoer. En door zijn tranen zag hij hoe Chandragupta midden in de stroom het zwaard in het water liet vallen. Niemand mocht het ooit nog opheffen tegen een ander. En toen verdween Chandragupta uit zijn leven en Asoka zou hem nooit meer terugzien. De oude koning maakte een verre voetreis naar het zuiden, naar de berg Svaran Belgola voor Moksha, vergeving door kennis van het hogere. De koning werd een heilige op een winderige bergtop. Hij at bijna niets meer. En daar, in een kleine grot onder de berg, overleed de grote koning en werd begraven als een arme bedelmonnik. In de grot zijn tot op de dag van vandaag de afdrukken van zijn voeten nog te zien.

Het teruggevonden zwaard

De kleine Asoka groeide op tot een prins aan het hof in Patliputra en nooit vergat hij zijn grootvader en diens wijze woorden. Het zwaard vergat hij wel maar dat zou op wonderlijke wijze terugkeren want op een dag ging Asoka met een bootje de Ganges op. Hij wilde naar de overkant om te gaan jagen maar midden in de rivier sloeg een grote golf het bootje omver en Asoka viel overboord. De stroom sleurde hem mee en trok hem onder water. Hij werd als een stuk wrakhout naar de bodem getrokken en hij dacht dat zijn laatste uur geslagen had. Hij was een goede zwemmer maar zelfs hij kon zich niet verzetten tegen de kracht van de rivier. De stroom trok hem over de bodem mee en hij voelde hoe takken en planten met hem mee dreven. Er haakte iets vast aan zijn been en plotseling dreef de rivier hem met kracht omhoog. Door een grote golf met een witte kruin werd hij op een zandplaat gesmakt midden in de stroom. Daar lag hij minutenlang uitgeput te wachten tot de rivier hem weer op zou eisen maar dat gebeurde niet. Hij krabbelde overeind en bevrijdde zich van alles dat aan hem was blijven hangen. Een van die dingen was een oude witte doek en daarin zat nog altijd het zwaard van Chandragupta. Het wapen had een nieuwe eigenaar gevonden en Asoka was er trots op dat hij het wapen van zijn grootvader had teruggevonden. Of had het zwaard hem uitgekozen om de opvolger van zijn vader te worden?

Koning Asoka

Bindusara regeerde net als zijn vader met veel machtsvertoon. Ook hij had honderden strijdolifanten en duizenden amazones die zijn persoonlijke lijfwacht waren. Met zijn enorme leger veroverde hij langs de noordgrenzen tot aan de hoge Himalaya alle landen die nog niet door zijn vader waren veroverd. Alleen in het uiterste zuiden en ver naar het oosten bleef nog wat te veroveren. Bindusara sloot vrede met de Griekse koningen die na Alexander regeerden in het westen. Zijn hoofdstad Patliputra werd verrijkt met prachtige paleizen, parken en tuinen en het land kende voorspoed en welvaart.

De koning wist dat hij op een dag een opvolger aan moest wijzen en normaal gesproken was dat zijn oudste zoon. Maar hij had een zoon die zo hoog boven alle anderen uitsteeg dat hij maar een keuze kon maken: Asoka moest hem opvolgen. Alleen Asoka was de garantie dat het grote Rijk dat was ontstaan ook bleef bestaan. En toen Bindusara na 24 jaar afstand deed van de troon volgde Asoka hem op en werd de derde koning van het verenigde India.

De nieuwe vorst regeerde met strakke hand zoals hij ook zijn wagenspan leidde.
Het volk noemde hem Shandasoka; Asoka de Wrede.

Hij liet speciale putten graven in Patna, groot en diep, waarin hij iedereen liet opsluiten die hij verdacht vond. Speciale dienaren die doorgeleerd hadden in marteltechnieken pijnigden de gevangenen dag en nacht. Het was een hel op aarde voor wie daarin verdween.

De koning liep altijd rond, gewapend met het zwaard van zijn grootvader. En het rijk sidderde onder zijn soldatenlaarzen. En toen zijn oog viel op een klein onafhankelijk buurland in het oosten maakte hij meteen plannen het in te lijven in zijn enorme rijk. Kalinga was een klein koninkrijk en toen daar het nieuws kwam van de nadering van Asoka en zijn leger sidderde het volk. Maar de koning bracht een groot leger op de been en ontmoette de vijand op het slagveld.

De bloedige slag duurde een hele dag en de honderden olifanten van Asoka deden hun dodelijke werk. Toen de avond viel was het leger van Kalinga verpletterd. Asoka inspecteerde het terrein en in de laatste stralen van de ondergaande zon overzag hij het slagveld. Meer dan honderdduizend doden lagen er, duizenden dode paarden, krijgsolifanten en brandende wagens. Tienduizenden gewonden kermden en kreunden, gewonde paarden hinnikten hartverscheurend. 150.000 gevangenen bogen voor de grote koning.

Asoka waadde tot zijn knieën in het bloed van zijn vijanden maar in plaats van triomf voelde hij zich diep bedroefd en wanhopig. Tranen stroomden langs zijn wangen. Hoe had hij ooit zo wreed kunnen worden dat hij zoveel dood en verdriet in de wereld bracht?

"In een oorlog," zei de koning, "lijdt iedereen. Mensen worden afgesneden van hun geliefden en allen lijden. Oorlog is een tragedie voor iedereen." En daar op het slagveld ontdekte de koning een heel nieuw idee: geweldloos leven.

De koning-monnik

De koning keerde met zijn leger terug naar zijn hoofdstad en hij zou nooit meer een zwaard in de hand nemen. Hij zwoer alle strijd af behalve die tegen het kwade in de mens. Hij legde alle luxe en rijkdom af en kleedde zich in het eenvoudige gewaad van de monnik. Boeddha's boodschap van medelijden met de schepping en alles wat leeft werd voortaan zijn doel. Asoka, wiens naam betekent 'vrij van leed en verdriet', leefde vanaf die tijd als een eenvoudige wijze. En de mensen in zijn rijk werden heel gelukkig met hun koning. Hij liet ziekenhuizen bouwen, putten slaan langs alle wegen en bomen aanplanten zodat er op alle wegen schaduw viel. Zelfs dieren kregen rechten en er werd een soort dierenpolitie opgericht. De koning wilde alle levende wezens beschermen.

"Wij mensen," zei de koning, "delen allemaal dezelfde menselijke waarden: liefde voor je ouders, respect voor ouderen, vriendelijkheid voor vrienden en buren. En alle mensen zijn mijn kinderen."

De koning stuurde zijn boodschappers naar alle windstreken om alle koningen van alle rijken te vertellen over zijn inzicht dat oorlog alleen maar leidt tot verdriet. De mensheid als een broederschap en wereldvrede waren het doel van de herboren koning.

Door het hele land liet Asoka op hoge pilaren en op rotsblokken zijn boodschap van vrede en geweldloosheid kerven. Hijzelf werd de grote boodschapper van de wijze Boeddha. Veertig jaar lang volgde hij de raadgevingen van de grote wijze. Hij leefde als een boeddhistische monnik, eenvoudig en sober. Hij maakte jaarlijks tochten langs de plaatsen waar Boeddha was geweest en liet overal zuilen oprichten met zijn boodschap van vrede en medelijden met alle levende wezens.

Dank zij Asoka werd het boeddhisme in heel India bekend.


*   *   *

Asoka, de koning die monnik werd Samenvatting
Het verhaal over de beroemde boeddhistische koning van India.

Toelichting
Dit verhaal is geschreven door Frans Schobbe.

Trefwoorden


Verhaalsoort

Bron
Ontvangen via de mail op 22 februari 2014. Geplaatst met toestemming van de auteur

Herkomst: India
Verteltijd: ca. 16 min.
Leeftijd: vanaf 14 jaar

Lees ook