Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 8 min.
Herkomst:




Athene Een Griekse sage over de stad Athene

In de tijd, dat de goden nog over het lot van de wereld beschikten, besloten zij, dat de eerste beroemde stad in het oude Griekse Attica moest ontstaan.

Daar regeerde toen koning Kekrops, half mens, half slang, want hij was uit de aarde geboren, maar zijn onderlichaam was dat van een reusachtige slang. Kekrops wilde Attica tot een beroemde en machtige staat maken en hij besloot rond de berg Acropolis een stad te bouwen, die in pracht en schoonheid haar weerga niet zou kennen.

De goden van de Olympus keken vanuit de hoogte met belangstelling en nieuwsgierigheid op het mensenwerk neer, en enkelen van hen koesterden een heimelijk verlangen, de stad aan zich te onderwerpen, om er heerser en beschermer van te kunnen worden.

Vooral de "aardschokker" Poseidon, de veroorzaker van de aardbevingen en tevens heerser over al het water in de wereld, was vastbesloten de stad zijn wil op te leggen, en misschien zou hij in dit voornemen ook geslaagd zijn, want de almachtige Zeus had zoveel andere zorgen, dat hij er niet op lette, wat zijn twistzieke broeder in zijn schild voerde.

Maar de tegenwerking kwam van een heel andere kant, niemand minder dan Zeus' dochter, de wijze, strijdbare en goddelijke jonkvrouw Athene, verzette zich tegen Poseidons plan. "Waarmee zou de koppige Poseidon de stad eigenlijk van nut kunnen zijn?" vroeg ze de andere goden. "Wil hij soms een springvloed sturen of een aardbeving te voorschijn roepen? En bovendien, jullie weten allemaal, dat hij veel te gauw driftig wordt."

Natuurlijk liet Poseidon dit niet op zich zitten. Nauwelijks had hij de woorden, die de godin met de mooie grote ogen had uitgesproken, vernomen, of hij sloeg zo woedend met zijn drietand, dat zijn paleis bijna in zee stortte en zijn dochters, de Nereiden, hun spel op het wateroppervlak staakten om het schuimende water niet in hun neus te krijgen.

Toen barstte de watergod pas goed los: "Athene weet, dat ik sinds mensenheugenis de vissers en zwemmers bescherm. En dat kan de nieuwe stad alleen maar ten goede komen. Immers, door de ligging aan zee kunnen de bewoners zich alleen maar met de visvangst bezig houden. Of wil je soms, meesteres van de uilen, met mij om de stad strijden?" brulde hij, met een stem als een donderslag. "Waarvoor heb jij je wijsheid dan wel nodig, die uit je vaders hoofd afkomstig is. Bij jouw geboorte moet zijn hoofd hem zoveel pijn gedaan hebben, dat hij je haastig de wereld in liet springen om van zijn afschuwelijke hoofdpijn verlost te worden."

Spot en bittere woorden vlogen over en weer, tot deze ruzie zelfs Zeus ter ore kwam. Deze bedacht zich niet lang, ontbood zijn broeder en dochter naar de Acropolis en met hen ook alle andere goden. Ook enige mensen nodigde hij uit, en koning Kekrops.

Toen sprak de almachtige heerser van de Olympus: "Ik wil niet langer allerlei toespelingen te horen krijgen over wie er op de stad aanspraak kan maken. Nu, broeder Poseidon en ook jij, lieve dochter, ik nodig jullie uit om Attica iets te schenken, wat voor haar bewoners het meest van nut zal zijn. Daarna zal koning Kekrops een rechterlijke uitspraak doen."

Poseidon verliet zijn wagen om aan land te gaan, hij hief zijn gouden drietand hoog boven zijn hoofd en sloeg ermee op de kale rotsen. Onmiddellijk begon er op deze plaats een indrukwekkende zoutwaterbron naar buiten te spuiten; maar nauwelijks waren de toeschouwers van hun verbazing bekomen, of de godin Athene schreed, gewapend met helm, rond schild en speer, naar dezelfde plaats. Ook zij raakte de rotsen met haar glinsterende wapens aan, en wat gebeurde er? Uit de stenen wand begon een olijfboom te groeien, en haar takken bogen tot bijna op de grond onder het gewicht van de zware vruchten.

Nadat mensen en goden de beide wonderen ademloos in ogenschouw hadden genomen, nam koning Kekrops het woord: "Het mag zeker een wonder worden genoemd, dat hier op de Acropolis zeewater uit de rotsen ontspringt," zei hij. "Maar heeft het voor ons nut? Met het blote oog kunnen we van hieruit de eindeloze zee zien, dus wat hebben we aan nog meer zout water?"

De koning pauzeerde even, schonk Athene een warme glimlach en vervolgde zijn toespraak: "Een boom daarentegen, die zulke rijke vruchten draagt, is een waarlijk kostbaar geschenk. De mensen in Attica zullen hem met blijdschap verder kweken, want de vruchten zullen u waardevolle olie schenken, en voor uw levensonderhoud en rijkdom zorgen. Ik zie de schaduwrijke olijfbomen al voor me, die zich van de berghellingen tot aan de oever van de zee zullen uitstrekken. Daarom behoort de stad Attica de godin Athene toe, en zo zal het volgens de wet ook gebeuren."

Toen Kekrops zijn wijze toespraak had beëindigd, spraken alle goden, behalve de woedende Poseidon en zijn gevolg, over de nieuwe stad, die voortaan aan Pallas Athene was gewijd en te harer ere ook Athene werd genoemd.

Kekrops liet de goddelijke beschermster de eerste tempel bouwen en zijn dochter tot priesteres uitroepen. Pallas Athene zorgde op haar beurt voor de opvoeding van Kekrops' zoon Erichthonia. Toen deze tot man was opgegroeid en zijn vader na diens dood als koning was opgevolgd, stelde hij, ter ere van de godin, het belangrijkste feest in van de Atheners, de Panathenaeën. De festiviteiten vonden steeds begin augustus in Athene plaats. Behalve ruiter-, turn-, muziek- en dichtkunstwedstrijden werd erbij het ochtendgloren een feeststoet gevormd. Deze stoet trok naar het standbeeld van de godin - een schepping van goud en ivoor - die op de Acropolis in Panathena stond.

In het bijzijn van allen kreeg het standbeeld een nieuw, rijk geborduurd hemd, dat pas bij het volgende feest verwisseld werd.


*   *   *

Athene Samenvatting
Een Griekse sage over de stad Athene. De Griekse koning Kekrops gaat op de berg Acropolis een prachtige stad bouwen en de goden op Olympus houden met belangstelling het werk in de gaten. Poseidon en Pallas Athene moeten een geschenk geven, zodat de koning kan bepalen van wie de stad zal zijn. Lees het verhaal

Trefwoorden

Thema

Verhaalsoort

Bron
"Sagen van Europese steden" verteld door Vladimír Hulpach. Holland, Haarlem, 1980. ISBN: 90-251-0412-6

Herkomst: Griekenland
Verteltijd: ca. 8 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook