Volksverhalen Almanak

De aap en de schildpad Een fabel uit India over verraad tegenover een vriend

De aap en de schildpadIn het bos van Udumbaras aan de zeekust leefde een koning van de apen. Hij heette Valimukha, en hij was afgedwaald van zijn troep. Hij zat een Udumbaravrucht te eten, maar die viel uit zijn hand en werd opgehapt door een schildpad in het zeewater. De schildpad vond de vrucht zo lekker dat hij een melodieus geluid liet horen. De aap vond dat geluid zo prachtig dat hij nog veel meer vruchten naar de schildpad smeet. Hij gooide maar door en de schildpad bleef maar prachtig zingen en zo raakten ze bevriend. Iedere dag zwom de schildpad naar de aap en zo bleven ze bij elkaar: de aap op het land, de schildpad in het water. En 's avonds zwom de schildpad naar huis.

Toen merkte het vrouwtje van de schildpad wat er aan de hand was. Ze keurde deze vriendschap niet goed, omdat haar man nooit meer thuis was, en daarom deed ze alsof ze ziek was. De schildpad was diep bedroefd en vroeg steeds maar weer wat haar scheelde en hoe ze zou kunnen genezen. Ze gaf geen antwoord, hoewel hij bleef aanhouden.

Maar tenslotte zei een vertrouweling van haar tegen hem: "Al zal je het niet doen, en al zal zij ook niet willen dat je het doet, toch zal ik het je vertellen. Hoe kan iemand nu voor zijn vriend een geheim bewaren? Zij heeft een vreselijke ziekte die alleen bestreden kan worden als ze soep eet die gekookt is van het lotushart van een aap." Toen de schildpad dit hoorde, dacht hij: "Ach, hoe kan ik het hart van een aap te pakken krijgen? Moet ik dan de aap die mijn grote vriend is, bedriegen? Maar ja, ik wil ook mijn vrouw genezen. Ik heb haar meer lief dan mijn leven!" Toen de schildpad dat allemaal had bedacht, zei hij tegen zijn vrouw: "Ik zal je de hele aap brengen, mijn liefste. Wees maar niet meer ongelukkig."

Toen ging hij naar zijn vriend de aap en zei tegen hem nadat ze een poosje hadden gepraat: "Tot nu toe heb je mijn huis en mijn vrouw nog niet gezien. Kom mee, en blijf een dag bij ons. Een echte vriendschap is pas gesloten als je hebt gegeten in elkaars huis en elkaars vrouwen hebt ontmoet." Met deze woorden verleidde hij de aap en bracht hem ertoe in het water te komen. Hij nam hem op zijn rug en ging op weg.

Maar onderweg merkte de aap dat de schildpad in gedachten was en dat hem iets dwars zat. Hij zei: "Goede vriend, je bent zo anders vandaag." En toen hij voortdurend vroeg naar de reden, zei die domme schildpad, die dacht dat hij de aap in zijn macht had: "Mijn vrouw is ziek en ze wil het hart van een aap eten om beter te worden. Daarom ben ik zo somber vandaag." De wijze aap hoorde dit aan en dacht na: "Zo, dat is de reden waarom die lelijkerd mij hierheen heeft gebracht. Helaas, die kerel zit onder de plak van een dwaze vrouw en daarom pleegt hij verraad tegenover een vriend. Ja, iemand die bezeten is door een duivel, verscheurt zijn eigen vlees."

Toen sprak hij tegen de schildpad: "Als dit het geval is, waarom heb je mij dat dan niet eerder gezegd. Ik zal mijn hart gaan ophalen. Ik heb het laten liggen in de Udumbaraboom, waarin ik woon." Toen de schildpad dat hoorde, die dommerd, zei hij: "Haal het dan op en breng het mee!" Hij draaide om en bracht de aap terug.

Toen ze bij de oever aankwamen, sprong de aap van zijn rug, zo vlug als hij kon, alsof de dood hem op de hielen zat. Hij klom gauw naar de top van een boom en riep: "Domoor, ga naar huis. Weet je dan niet eens dat geen enkel dier zijn hart buiten zijn lijf bewaart. Ik kom bij jou niet terug. Heb je dan nooit het verhaal gehoord van de ezel?

Er woonde eens in een bos een leeuw, die een jakhals had aangesteld als minister. Er ging een koning jagen in dat bos, die verwondde de leeuw zo erg met zijn scherpe wapens, dat die met moeite zijn hol levend kon bereiken.

Toen de koning was weggegaan bleef de leeuw maar in zijn hol, en zijn minister de jakhals, die leefde van wat de leeuw overliet, voelde zich slap van de honger worden. 'Mijn Heer en meester,' sprak hij, 'waarom gaat u niet uit om voedsel te halen om uw grote lichaam in stand te houden. U lijdt honger en ook uw bedienden.' De leeuw antwoordde: 'Mijn goede vriend, ik ben verzwakt door mijn wonden en ik kan niet rondlopen buiten mijn hol. Als ik maar het hart en de oren van een ezel te eten zou krijgen, dan zou ik mijn oude krachten weer terugkrijgen. Dus ga jij er maar op uit en breng me gauw een ezel.' De jakhals trok er op uit. Hij liep wat rond en kwam toen de ezel van een wasman tegen, die op een eenzame plek stond. Vriendelijk sprak hij hem aan: 'Waarom ben je zo uitgeput?' - 'Ik ben doodmoe van het dragen van die eeuwige lasten van de wasman.' De jakhals zei: 'Waarom zou je zo zwoegen! Ga met mij mee. Ik neem je mee naar een bos waar het zo heerlijk is als in de hemel. Daar kun je je buikje vol eten en daar zijn de mooiste ezelinnetjes.' Toen de ezel dat hoorde ging hij naar het bos, want hij verlangde naar plezier.

Maar in dat bos was de leeuw, die hem aanviel zodra hij hem zag. Maar omdat hij zo zwak was gaf hij de ezel alleen maar een klap met zijn poot op zijn achterwerk. De ezel was gewond en kwam niet meer in de buurt van de leeuw en de leeuw was beduusd en verbijsterd. Hij ging terug naar zijn hol. De jakhals, zijn minister, zei verwijtend: 'Meester, als u zo'n ellendige ezel niet kunt doden, hoe wilt u dan herten en andere dieren te pakken nemen?' - 'Als jij die ezel hier brengt, dan zal ik hem doden!' Dus moest de jakhals er weer op uit. Hij ging naar de ezel en zei: 'Man, waarom rende je toch weg?' - 'Ik kreeg een klap van een ondier,' zei de ezel. De jakhals lachte en zei: 'Dat heb je je maar verbeeld. Zulke dieren zijn hier niet. Ik ben toch maar een zwakke stakker en ik woon hier heel veilig. Kom toch met me mee en geniet een fijn leventje!' De ezel liet zich bepraten en ging terug naar het bos. Zodra de leeuw hem zag, sprong hij van achteren op hem, doodde hem en scheurde hem in stukken. En omdat hij moe was en een bad wilde nemen, beval hij de jakhals op het vlees te passen.

Maar die gemene jakhals vrat het hart en de oren van de ezel, want hij had grote honger. Toen de leeuw weer verscheen zag hij direct wat er gebeurd was en hij vroeg de jakhals waar de oren en het hart waren. De jakhals antwoordde: 'De ezel had geen oren en ook geen hart. Hoe zou hij anders teruggekomen zijn nadat hij eerst ontsnapt was.' De leeuw geloofde dat smoesje, at de ezel op en de jakhals at de restjes."

Toen de aap die geschiedenis aan de schildpad had verteld zei hij: "Ik kom niet terug, ik ben geen ezel, hoor." Toen de schildpad dit alles gehoord had zwom hij naar huis, diep treurig, want nu was zijn vrouw niet genezen en hij had ook nog zijn beste vriend verloren. Maar de vrouw herstelde vlug en de aap leefde heel gelukkig verder in de bomen aan de oever van de zee.


*   *   *

De aap en de schildpad Samenvatting
Een fabel uit India over verraad tegenover een vriend. Tussen een aap en een schildpad ontstaat een goede vriendschap. De vrouw van de schildpad is echter jaloers, omdat haar man nu haast niet meer thuis is. Ze doet alsof ze ziek is en alleen kan genezen als ze een hart van een aap eet. De schildpad lokt de aap naar zijn huis, maar de aap is hem te slim af. Lees het verhaal

Toelichting
Een verhaal in een verhaal. Het verhaal komt uit de Kathasaritasagara. De Kathasaritasagara is een Sanskrietwerk uit de elfde eeuw en wordt toegeschreven aan de dichter Somdeva. Het bevat een grote hoeveelheid verhalen en fabels en is een uitgebreide versie van een veel vroeger werk uit de tweede eeuw na Christus.

Een variant op dit verhaal staat in de Panchatantra, met als enig verschil, dat de schildpad daar een krokodil is. Dit geldt ook voor het nog oudere boeddhistische verhaal De aap en de krokodil. Vrijwel identieke versies van het verhaal zijn bekend uit Japan en in het Swahili. Hoofddier is steeds de aap, enkel degeen die zijn vriendschap met verraad beantwoordt is in het eerste geval een kwal en in het tweede een haai. Zie ook De vos en de wezel uit de Joodse verteltraditie.

Trefwoorden


Thema

Verhaalsoort

Bron
"Volksverhalen uit kleurrijk Nederland. Dieren. Dierenverhalen uit de Chinese, Joodse, Nederlandse, Indiase, Turkse, Surinaamse, Marokkaanse en Indonesische verteltraditie" Lemniscaat, Rotterdam, 1990.

Herkomst: India
Verteltijd: ca. 12 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook