Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 16 min.
Herkomst:

De bloem van het geluk Een Hongaars wondersprookje over de ziel van een gestorven moeder

De bloem van het gelukEr was eens een oud moedertje dat met haar enige zoon in diepe armoede leefde. Toen de moeder op sterven lag, maakte ze zich zorgen om haar zoon en zei: "Mijn lieve zoon, trek de wijde wereld in en zoek je geluk. Ik zal spoedig sterven en dan heb je hier in het dorp niemand die nog een goed woord voor je over heeft, want je bent een arme jongen, mijn kind. Als je me hebt begraven, kom dan om middernacht naar mijn graf, pluk de bloem die op mijn graf zal groeien en pas erop als op het licht in je ogen, want deze bloem zal je de weg naar het geluk wijzen."

Kort daarop stierf het moedertje en haar zoon begroef haar. Om middernacht ging hij naar buiten naar het kerkhof en zag daar op het graf van zijn moeder een prachtige blauwe bloem bloeien. Deze plukte hij af en legde hem in zijn tas. De volgende dag trok de jongeman de wijde wereld in en kwam een hinkende wolf tegen, die hem vroeg: "Beste man, haal toch de kogel uit mijn poot." De jongeman deed het en daarop zei de wolf: "Voorlopig kan ik je goedheid nog niet belonen, maar trek me een haar uit en adem daarop als je ooit mijn hulp nodig hebt."

Dus trok de jongeman de wolf een haar uit, stopte deze in zijn tas bij de blauwe bloem en trok verder de wijde wereld in. Hij zwierf lange tijd rond en vond nergens zijn geluk. Toen herinnerde hij zich de woorden van zijn stervende moeder en haalde de blauwe bloem uit zijn tas. Mismoedig legde hij hem op de grond en kijk, de bloem steeg op in de lucht en zei: "Kom, volg me. Niemand kan me zien, behalve jij. Wees gerust en kom met me mee, ik zal je geluk brengen."

Vervolgens zweefde de bloem voor de jongeman uit en deze volgde hem overal. Tegen de avond kwamen ze bij een bos en daar zag de jongeman een vos die zei: "Beste man, er is een wesp in mijn oor gekropen en veroorzaakt me veel pijn. Haal deze wesp er toch uit." Dat deed de jongeman en daarop zei de vos: "Ik kan je goedheid alleen belonen door je iets mee te delen. Je zoekt je geluk, maar voordat je dat vindt, moet je een boze fee dienen. Bij haar moet je drie dagen achtereen een koe met gouden horens naar de weide brengen, maar je moet opletten dat de koe niet zonder jou naar huis loopt, want anders wordt de fee boos. Als het je lukt de koe op de weide te houden, vraag dan als loon voor je werk de muts die achter de kachel aan een spijker hangt. Wie deze muts opzet, wordt voor iedereen onzichtbaar." Met deze woorden verdween de vos, maar de jongeman pakte de blauwe bloem, stopte hem in zijn tas en strekte zich op de grond uit.

De volgende dag haalde hij de blauwe bloem weer te voorschijn en volgde hem toen hij hem voor zich uit zag zweven. Na korte tijd kwamen ze bij een groot, ijzeren huis en de bloem zei: "Stop me in je tas en haal me alleen te voorschijn als ik je roep." Nauwelijks had de jongeman de blauwe bloem in zijn tas gestopt, of de deur van het ijzeren huis ging open en er verscheen een lelijke oude vrouw op de drempel. "Wat zoek jij hier?" vroeg de oude vrouw.

"Ik zou graag bij je in dienst treden," antwoordde de jongeman.

"Goed," zei de oude vrouw, "ik zal je in dienst nemen. Je moet mijn koe met gouden horens naar de weide brengen, maar de koe mag geen enkele keer voor de avond en zonder jou naar huis rennen, want anders moet ik je doden. Als je echter drie keer met de koe naar huis terugkeert, mag je uit mijn huis kiezen en meenemen wat je het beste bevalt."

De jongeman ging met dit alles akkoord en dreef de koe met de gouden horens naar de weide. Nauwelijks was hij op de weide aangekomen, of de koe wilde alweer naar huis rennen. Toen pakte de jongeman de wolfshaar, ademde erop en daar verscheen de wolf met vele duizenden andere wolven. Ze omringden de koe en voorkwamen dat het beest wegrende. 's Avonds dreef de jongeman de koe naar huis en ging slapen.

De tweede dag herhaalden de gebeurtenissen zich en toen hij op de derde dag met de koe bij de fee kwam, nodigde ze hem uit iets uit haar huis te kiezen. Hij koos de muts en haal de hem van de spijker. De fee begon echter te schreeuwen en probeerde hem de muts uit zijn handen te rukken. Daarop zette de jongeman de muts snel op zijn hoofd en zo kon de fee hem niet pakken. Eenmaal buiten gekomen, stopte hij de muts in zijn tas en hoorde de bloem roepen: "Haal me eruit!" Dat deed hij en daarop zweefde de bloem weer voor hem uit.

Vele dagen lang zwierf de jongeman door de wijde wereld en raakte al helemaal vertwijfeld, toen hij bij een gebergte kwam. Vermoeid ging hij zitten en hoorde de bloem zeggen: "Stop me in je tas." Dat deed hij en strekte zich vervolgens op de grond uit in de schaduw van een boom. De avond was al gevallen en de jongeman sliep nog steeds. De maan scheen helder en verlichtte de grauwe rotsen van het gebergte. Er was geen geluid te horen, het hele gebergte lag als dood in een diepe slaap.

Plotseling weerklonk een schreeuw en onze jongeman schrok wakker. Toen hij verschrikt om zich heen keek, zag hij een grote pad die een klein mannetje, dat slechts twee vingers hoog was, aan zijn voeten rondsleepte. De jongeman sprong op en gooide een grote steen op de pad, zodat deze het mannetje losliet. Deze rende snel naar de jongeman toe en vroeg hem hem op zijn arm te nemen. Dat deed hij en toen zei het mannetje: "Je hebt me gered, maar waar moeten we ons nu verbergen, want de pad is een boze fee die honderden padden zal laten komen om ons te doden." Snel pakte de jongeman zijn muts en zette hem op. Nauwelijks had hij dit gedaan, of er rukten vele duizenden padden naderbij en zochten de jongeman, maar ze konden hem niet zien.

Vervolgens trok de jongeman verder in het gezelschap van het kleine mannetje en toen ze in alle vroegte bij een hol kwamen, zei het mannetje: "Zet me op de grond en volg me. Ik zal je rijk en gelukkig maken." Daarop voerde hij de jongeman het hol binnen, waar hij driemaal op een rotswand klopte en riep:
"Luister naar mijn woord
En open de poort
Broeders open hem vlug
Met een gast keer ik terug."
Daarop ging een deur open en het mannetje zei: "Zet je muts af, zodat mijn broers je kunnen zien."

De jongeman stopte de muts in zijn tas en vervolgens betraden ze een mooie, houten kamer. Daarna kwamen ze in een ijzeren kamer, waar prachtige geweren en sabels waren uitgestald. Toen gingen ze een zilveren kamer binnen, waar vele zilveren flessen stonden. Daarop openden ze een deur en betraden een gouden kamer. Daar waren vele kleine mannetjes verzameld om een koning, die net zo klein was als de andere mannetjes en een lange zilvergrijze baard had. Het mannetje bracht de jongeman voor de koning en zei: "Mijn koning, deze jongeman heeft me van de dood gered. De fee die in het gebergte woont, had zich in een pad veranderd en me bijna gedood."

De koning keek de jongeman aan en zei: "Je hebt mijn beste dienaar het leven gered. Nu zal ik je daarvoor belonen en je geschenken geven, die je geluk zullen brengen." Daarop trok hij een zilvergrijze haar uit zijn baard en gaf deze aan de jongeman met de woorden: "Als je in nood verkeert, maar alleen in echt grote nood, adem dan op deze haar, dan zal ik met mijn volk verschijnen en je helpen." Daarna bracht hij de jongeman naar de zilveren kamer en gaf hem daar een zilveren flesje met de woorden: "Als je met dit water, dat nooit minder wordt, een steen bevochtigt, dan verandert deze direct in zuiver goud." Daarop bracht hij de jongeman terug naar de ijzeren kamer en gaf hem daar een geweer met de woorden: "Met dit geweer tref je alles waarop je richt. En nu ga het je goed, want geen mensenkind mag langer bij ons blijven."

Het kleine mannetje bracht hem weer naar buiten en zei: "Binnenkort kom je bij een glazen berg, waarin een draak de drie mooiste jonkvrouwen van de wereld bewaakt. Als je daar in moeilijkheden komt, roep ons dan te hulp." Toen kuste hij de jongeman driemaal en ging terug het hol in.

Nu riep de bloem: "Haal me te voorschijn." Dat deed de jongeman en volgde opnieuw de zwevende bloem.

Tegen de avond kwam hij bij een meer en legde zich aan de oever te slapen. Nauwelijks had hij zich op de grond uitgestrekt, of hij zag plotseling drie gouden ganzen op het meer rondzwemmen. Snel pakte hij zijn geweer en richtte het op de kleinste gans. Twee ganzen vlogen verschrikt op, maar de kleinste veranderde in een mooie jonkvrouw die tegen hem zei: "Je hebt me mijn menselijke gedaante teruggegeven, die de draak op de glazen berg mij en mijn twee zusters had ontnomen. Ik wil graag je vrouw worden, als je ook mijn zussen hun menselijke gedaante teruggeeft."

De volgende dag bereikten ze de glazen berg, waarin de draak met haar twee zusters woonde. Daar stopte de jongeman de bloem weer in zijn tas, pakte de zilvergrijze haar en ademde erop. Direct verschenen vele duizenden mannetjes met hun koning die zei: "Ik weet wat je wilt. Je wilt de glazen berg in en je weet niet hoe, daarom zullen we je helpen."

Daarop begonnen de mannetjes te hameren, te kloppen en te boren en na korte tijd braken ze een groot gat in de glazen berg. Toen ze met hun werk klaar waren, verdwenen ze weer net zo snel als ze waren gekomen.

Binnen in de glazen berg kraakte en donderde het echter en daar vlogen twee gouden ganzen te voorschijn. De jongeman pakte zijn geweer, richtte en de twee ganzen vielen als twee mooie jonkvrouwen op de grond. De draak verscheen echter ook en stormde op de jongeman af, maar deze richtte zijn geweer op hem en direct veranderde de draak in stof en rook en werd door de wind weggeblazen.

Na al deze gebeurtenissen vloog de blauwe bloem te voorschijn en zei: "Wees gelukkig, mijn kind! Ik ben de ziel van je gestorven moeder en nu moet ik terug naar de hemel, waar ik vandaan ben gekomen." Daarop verdween de blauwe bloem. De jongeman trouwde met de jongste zuster en ook de andere twee zusters trouwden spoedig daarna en zo leefden ze allen gelukkig, rijk en tevreden met elkaar.


*   *   *

De bloem van het geluk Samenvatting
Een Hongaars wondersprookje over de ziel van een gestorven moeder. Wanneer de moeder van een jongeman op sterven ligt, zegt ze haar zoon dat de blauwe bloem die op haar graf zal groeien hem geluk zal brengen als hij de wijde wereld in trekt. De bloem wijst hem de goede weg in het leven en na veel avonturen en behulpzame daden trouwt de jongen met een mooie vrouw en leven ze gelukkig, rijk en tevreden met elkaar. Lees het verhaal

Trefwoorden


Verhaalsoort

Bron
"Hongaarse sprookjes" samengesteld door Leander Petzoldt, vertaald door Uta Anderson. Uitgeverij Elmar, Rijswijk, 1996. ISBN: 90-389-03839

Herkomst: Hongarije
Verteltijd: ca. 16 min.
Leeftijd: vanaf 12 jaar

Lees ook