Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 13 min.
Herkomst:

De boer en de tanoeki Een Japans griezelverhaal over een dassengeest

Heel, heel lang geleden leefden er in de bergen een oude man en een oude vrouw. Hun naaste buren woonden wel een kilometer verder, maar dat deerde hen allerminst - zij waren aan de eenzaamheid gewend. Zij zouden zich best gelukkig hebben gevoeld, wanneer hun leven niet werd vergald door een boosaardige tanoeki, een dassengeest, die elke nacht over hun veld liep en alles vernielde wat hij op zijn weg tegenkwam. Op het laatst werd de tanoeki zo brutaal en vernielde hij zoveel van de oogst dat de boer er genoeg van kreeg en besloot er een eind aan te maken. Bij het vallen van de avond ging hij, gewapend met een dikke knuppel, naar zijn veld om de das op te wachten. Maar de dassengeest liet zich niet zien die nacht, en ook de volgende en de daarop volgende nacht niet. Toen besloot de boer een val te zetten en daarmee had hij eindelijk succes. Hij bevrijdde de das uit de klem, bond diens poten stevig aan elkaar vast, en droeg hem zo naar huis.

"Heb je hem eindelijk te pakken?" vroeg zijn vrouw.

"Nou en of, zei de boer voldaan, "ik zal hem hier aan de zoldering ophangen. Zorg ervoor dat hij niet ontsnapt, dan kunnen wij er vanavond een heerlijke soep van koken."

De oude vrouw beloofde er goed op te letten en de boer liep naar buiten. Intussen hing de das aan een spant van de zoldering en, eerlijk gezegd, had hij zich wel eens prettiger gevoeld. De zekerheid dat hij nog diezelfde avond in de soepketel zou worden gestopt, vervulde hem met angst en vreze. Ondanks de netelige positie waarin hij verkeerde, besloot hij zijn hersens eens goed te laten werken.

Vlak bij hem was de vrouw bezig in een grote houten vijzel rijst te stampen. Zij zag er oud en vermoeid uit. Diepe rimpels doorgroefden haar gezicht en haar huid was zo bruin en taai als oud leer. Af en toe onderbrak zij haar werk om met de mouw van haar rechterarm het zweet van haar gezicht te vegen.

"Beste vrouw," zei de tanoeki, "dat is toch veel te zwaar werk voor je! Waarom laatje de boer dat zelf niet doen? Kan ik je soms helpen? Mijn poten zijn geweldig sterk, en als ik je even mag aflossen, kun je dadelijk weer verder gaan."

"Bedankt voor je hulp, hoor," zei het vrouwtje, "maar ik moet ermee doorgaan. Ik mag je ook niet losmaken, omdat je er dan vandoor zou kunnen gaan. Wanneer dat gebeurde, zou mijn man razend zijn."

"Lief vrouwtje," begon de das weer, "ik beloof je echt dat ik geen enkele moeite zal doen om te ontsnappen. Ik heb teveel met je te doen en ik kan het gewoonweg niet verdragen je zo hard te moeten zien werken. Kom, maak mij even los, en je zult zien hoe gauw ik dit werk opknap."

Nu was deze boerin zo'n simpele ziel dat zij van niemand iets kwaads verwachtte. Het idee dat de das zijn belofte wel eens niet zou houden, kwam eenvoudig niet in haar op.

"Nou, vooruit dan maar," zei zij, "maar dadelijk hang ik je weer op."

Zij bevrijdde het dier en gaf hem de houten stamper. Toen ging zij even zitten om wat uit te blazen, maar op hetzelfde moment rende de das op haar af en sloeg haar met de stamper op haar hoofd. De geest had zo'n kracht in zijn voorpoten dat de vrouw meteen dood neerviel. De tanoeki sneed de vrouw aan stukken en kookte deze in de ketel die boven het vuur hing.

Intussen werkte de boer met het beste humeur ter wereld op zijn veld. Hij was er immers zeker van dat de das hem geen kwaad meer zou kunnen doen, en bovendien snoof hij in gedachten al de geur op van de heerlijke dassensoep die hem thuis wachtte.

Toen de zon onderging, liep hij snel naar huis, maar de tanoeki had intussen de gedaante van de boerin aangenomen, en toen de boer binnenkwam, hoorde hij zijn vrouw zeggen:

"Zo, ben je daar eindelijk. Ik wacht al een hele tijd op je en ik heb een verrukkelijke soep voor je gemaakt."

"Dien hem dan meteen maar op," zei de oude man, terwijl hij zijn sandalen uitdeed en voor zijn etensblad ging zitten. Op dat moment nam de das zijn eigen gedaante weer aan en riep honend: "Wil je je eigen vrouw soms opeten? Kijk maar eens naar haar beenderen die in de keuken liggen!"

Voor de man begreep wat er gebeurd was, had de das al het hazenpad gekozen en was hij tussen het struikgewas verdwenen.

De boer bleef van verbijstering een paar seconden bewegingloos zitten. Toen begon hij zijn vrouw te roepen en door het hele huis te zoeken, maar hij vond haar nergens. Toen hij in de keuken kwam en daar menselijke beenderen op een hoop zag liggen, drong de afschuwelijke werkelijkheid pas goed tot hem door. Hij barstte in snikken uit. Terwijl hij zich verwijtend op het voorhoofd sloeg, herhaalde hij telkens:

"Waarom heb ik dat beest niet meteen de hersens ingeslagen? Hoe is het mogelijk dat hij zich heeft kunnen bevrijden?"

Zo bleef hij dagen lang kermen en jammeren, maar het hielp allemaal niets. Zijn vrouw was weg en bleef weg, en hij kon alleen haar beenderen in de tuin voor het huis begraven.

Niet ver van de boer vandaan leefde een vriendelijk en goedaardig konijn. Toen hij de boer aan een stuk door hoorde snikken en jammeren, kreeg hij medelijden met hem en besloot hij er eens heen te gaan om te zien of hij hem misschien niet zou kunnen helpen. De boer vertelde wat er was gebeurd en toen hij zijn verhaal beëindigd had, beloofde het konijn dat hij alles zou doen om de dood van de vrouw te wreken. Dit gaf de boer enige troost en hij bedankte het konijn voor zijn medeleven en de aangeboden hulp.

Het konijn begon te denken en te denken, en alhoewel het verstand van een konijn allerminst opweegt tegen dat van een tanoeki, kan het dier toch tot opmerkelijke resultaten komen door maar steeds door te denken en zich te concentreren. Zo deed het konijn ook nu. Hij dacht vele dagen lang na en hij dacht zelfs nog in zijn slaap aan dat ene doel: de algehele vernietiging van een tanoeki, de aartsvijand van mens en dier. Eindelijk had hij een plan gereed waar geen speld tussen te krijgen was. Hij bouwde twee boten, één van hout en één van klei. Zij waren precies even groot en voor elke boot maakte hij nog een paar roeispanen. Hij bracht ze naar het strand en begon toen naar de verblijfplaats van de das te zoeken. Hij had hem al gauw gevonden en vertelde de das hoe blij hij was eindelijk eens met hem te mogen kennis maken.

Ik ben hier toch zo eenzaam," klaagde het konijn. "Zonder een vriend is het leven hier niet om uit te houden. Voel je er niets voor om eens een boottochtje met mij te maken? Er is niets zo plezierig als een tocht over het water bij mooi weer en bij kalme zee."

"Ik heb twee boten op het strand liggen, en jij mag de beste hebben. Wanneer het morgen goed weer is, kom ik je halen."

Nu, dat vooruitzicht lokte de das wel aan, en hij zei dat hij graag van het aanbod gebruik zou maken.

De volgende dag trokken de beide dieren er op uit, en al spoedig hadden zij het strand bereikt.

"Neem jij die donkerbruine boot maar," zei het konijn, "die is van het allerbeste soort." De das sprong erin, greep de roeispanen en roeide weg, of het zijn dagelijkse werk was. Het konijn ging in de houten boot en had hem spoedig ingehaald.

Toen zij op volle zee waren, begon de poreuze boot van de das langzaam vol water te lopen.

"Wat gebeurt er?" riep het dier verschrikt. "Hoe komt dat water erin?" - "Alleen om jou te straffen, omdat je die oude boerin hebt vermoord," antwoordde het konijn.

"Help, help, ik verdrink!" schreeuwde de das in doodsnood. De boot was al zo ver gezonken dat alleen zijn kop en voorpoten nog boven water uitstaken. Het konijn hief zijn roeispaan op en gaf de das zo'n ferme klap op zijn kop, dat hij met boot en al in de diepte verdween.

Het konijn roeide naar het strand terug en trok zijn boot op het droge. Daarna liep hij zo vlug als een haas naar het huis van de boer en vertelde hem dat hij voortaan geen last meer van die akelige tanoeki zou hebben.

Met tranen in de ogen bedankte de boer hem. Nu hij wist dat de dood van zijn vrouw gewroken was, kon hij weer rust vinden en aan het werk gaan. Hij vroeg het konijn om verder bij hem te blijven, want hij kon de eenzaamheid niet goed verdragen. Vanaf die dag leefden zij beiden als goede vrienden, en vanaf die dag ontstond het spreekwoord: "Beter een konijn in je huis dan een tanoeki op je veld!"


*   *   *

De boer en de tanoeki Samenvatting
Een Japans griezelverhaal over een dassengeest. Een echtpaar wordt lastig gevallen door een boosaardige tanoeki, een dassengeest. De boer vangt de tanoeki en wil er soep van maken, maar de tanoeki doodt de vrouw en hij verdwijnt. Een konijn belooft de man de dood van zijn vrouw te wreken. Lees het verhaal

Trefwoorden


Thema

Verhaalsoort

Bron
"Japanse sagen en verhalen" door M.A. Prick van Wely. Fibula-Van Dishoeck, Haarlem, 1979. ISBN: 90-228-3346-1.

Herkomst: Japan
Verteltijd: ca. 13 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook