Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 8 min.
Herkomst:

De doedelzakblazer van Tipperary

Niemand weet meer wanneer deze, bijna sprookjesachtige, geschiedenis heeft plaatsgevonden maar vast staat, dat het echt gebeurd is, en wel op het altijd groene eiland Ierland, in het stadje Tipperary.

Daar leefde namelijk, lang geleden, een arme familie met vier zonen. Drie van hen waren gezond en sterk en hielpen in huis zoveel ze maar konden. De vierde echter, hoewel hij nog in de wieg lag, gaf zijn ouders en broers veel zorgen.

Hij leek nauwelijks op een gewoon jongetje, want zijn gezicht had zo'n groenachtige tint, alsof men hem juist uit het water had gehaald; zijn ogen daarentegen fonkelden als vurige kolen. Zijn scherpe wolfstanden waren zo groot dat hij nauwelijks zijn mond kon sluiten en aan zijn handen had hij zulke lange haren, dat zijn vingertjes bijna niet te zien waren. En wat zijn beentjes betreft, daar zal ik maar liever het zwijgen toe doen, zo dun waren ze.

Als de kleine niet at, schreeuwde hij, dagen en nachten achtereen. Niet voor niets deed in Tipperary het verhaal de ronde, dat aan zijn wieg de watergeesten van de rivier de Suir, die daar sinds mensenheugenis in het dichte oeverriet verblijven, peet hebben gestaan.

Het scheelde niet veel, of de kleine huilebalk had alles en iedereen in zijn omgeving doof gebruld. Door het lawaai kon niemand 's nachts slapen, en bovendien was hij zo gulzig, dat er bij elke maaltijd voor de anderen slechts een paar kruimeltjes overbleven.

Op een dag, toen de kleine schreeuwerd weer tekeer ging als een mager varken, en zijn moeder tevergeefs probeerde hem tot bedaren te brengen, kwam de blinde doedelzakblazer Tim Carrol op bezoek. Hij hoorde een poosje het brullen en schreeuwen aan, toen ging hij bij het vuur zitten om zijn kleren te drogen die door de stortregen drijfnat waren geworden.

Terwijl hij zo bij het vuur zat en zijn verkleumde botten weer warm werden, greep hij zijn instrument en begon te spelen. En dat bleek een gelukkige inval te zijn, want nauwelijks weerklonk de eerste langgerekte toon, of de kleine werd op slag muisstil; en toen Tim een oud Iers volkslied speelde, lachte het jongetje en strekte zijn behaarde handjes naar de doedelzak uit; ja, hij vergat zelfs te eten!

De moeder reikte hem het instrument aan en hij begon hetzelfde lied te spelen, wat hij zojuist van Tim had gehoord. Daarna speelde hij nog een tweede en een derde lied en het was voor iedereen een raadsel, waar hij deze liederen van kende. Maar de kleine speelde en speelde, alsof hij zijn leven lang niet anders had gedaan.

Voor niets ter wereld wilde hij zich van de doedelzak scheiden en pas toen hem een splinternieuwe werd gebracht, kreeg de blinde Tim zijn eigen instrument terug.

Waar vroeger in huis gehuil en gebrul was te horen, weerklonken nu alleen nog maar doedelzakwijsjes. Niemand van de Ierse doedelzakblazers kende meer deuntjes als de kleine vogelverschrikker in de wieg, en velen kwamen van heinde en ver om naar hem te luisteren of nog iets van hem te leren.

Het ventje kende ook een vreemde melodie, waarbij de voeten vanzelf begonnen te dansen, en zolang hij deze wonderlijke melodie speelde, zolang moesten allen blijven dansen, of ze wilden of niet, ook als ze tenslotte door uitputting haast niet meer op hun benen konden staan.

Geen wonder dus, dat op den duur velen daarbij het leven lieten; zelfs de stieren en roodbonte koeien moeten zich hebben doodgedanst.

Tevergeefs smeekten de ouders van de kleine blazer of hij de doedelzak met rust wilde laten. Tranen en lieve woordjes hielpen niet, hij speelde en speelde en deed, alsof de smeekbeden van zijn ouders hem niet raakten. Zo speelde hij zonder ophouden de dagen en nachten door.

Tenslotte gebeurde er, wat niet uit kon blijven. Men joeg de familie uit Tipperary weg, opdat de rust en orde in het stadje zich weer zouden herstellen.

De vader moest de enige koe, die het doedelzakgeweld had overleefd, voor de wagen spannen; toen ging hij met moeder op de bok zitten, en reden ze weg.

Het was een treurige reis. Door de tranen, die hun ogen verduisterden, konden ze het stadje, toen ze zich voor de laatste keer omdraaiden, niet meer onderscheiden. Alleen de baby in de wieg, die ze boven op de wagen hadden gezet, lachte en kraaide van plezier en speelde op de doedelzak alsof er niets gebeurd was. Zijn broers, die naast de kar liepen om de koe te mennen, waren heimelijk trots op hem!

Ze lieten Tipperary achter zich, en weldra naderden ze de brug, die de oevers van de Suir verbond. De kleine blazer hield plotseling op met spelen en begon zo hard te huilen, dat de vader zich geweldig moest inspannen om de koe op de weg te houden.

Eindelijk reden ze de brug over. De stroom onder hen bruiste wild en onstuimig. Juist toen ze in het midden waren aangeland, kwam de kleine in de wieg overeind, greep de doedelzak en sprong pardoes het water in!

De ouders en broers renden hevig geschrokken naar de leuning en wat ze daar zagen... jullie raden het nooit!

Het jongetje zat op zijn gemak op de schuimkam van een hoge golf, zijn beentjes over elkaar geslagen, en speelde weer die vreemde dansmelodie. De golf wiegde hem zacht en droeg hem verder naar de kromming, die de rivier de Suir aan het oog onttrok.

"Hij is naar zijn watergeesten teruggekeerd," snikte de moeder zachtjes, en allen wisten, dat ze gelijk had.

Sinds die tijd heeft niemand de kleine doedelzakspeler meer gezien. Maar een enkele keer kan men 's nachts zachte doedelzakmuziek uit het oeverriet horen. Dan speelt hij voor de watergeesten de muziek voor hun rondedans.


*   *   *

Trefwoorden


Verhaalsoort

Bron
"Sagen van Europese steden" verteld door Vladimír Hulpach. Holland, Haarlem, 1980. ISBN: 90-251-0412-6

Herkomst: Ierland
Verteltijd: ca. 8 min.
Leeftijd: vanaf 8 jaar

Lees ook