Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 7 min.
Herkomst:

De eland en de spotvis

In het land van de Eskimo's vertelt men elkaar het volgende: De spotvis die het dichtst bij was, riep terug: "Ik zwem hier vóór je!" zijn eigen spiegelbeeld. "Wat ben ik toch een edel dier!" zei hij tegen zichzelf. "Wat heb ik toch een mooi gewei!"

Een spotvis, die daar langs de kant zwom, hoorde hoe de eland zichzelf toesprak. Hij stak zijn kop uit het water en riep: "Zeg eens, vogelverschrikker op vier poten, wat kom je hier zoeken aan de waterkant? Als ik zo'n raar klein staartje had als jij, en zulke staken van poten, en een bos dode takken op mijn kop, dan zorgde ik er wel voor dat ik uit de buurt van het spiegelende water bleef!"

De eland dacht: "Wat kletst dat visje dom!" Hij zei dan ook: "Ik ben een prachtig dier! Mijn gewei is breed en sterk! Mijn benen zijn snel! Alle dieren weten dat het zo is, behalve een enkele bespottelijke vis! En als je me iets te zeggen hebt, moet je dichterbij zwemmen, want mijn enige gebrek is dat mijn gehoor wat aan de zwakke kant is."

De spotvis was zo onverstandig om dichterbij te zwemmen. Daarop had de eland gehoopt. Hij lichtte de spotvis vliegensvlug met zijn gewei uit het water en gooide hem in het gras. "Zeg het nou nog eens, domme vis!"

De spotvis kon niets zeggen. Het arme dier hapte naar lucht en smeekte tenslotte met een heel klein stemmetje: "Gooi me in het water terug, edel dier!"

De eland kreeg medelijden met de spotvis en gooide hem terug in het water. Zodra de spotvis weer in het water was, stak hij zijn neus in de lucht en hij riep: "Nu heb ik je van dichtbij gezien en nu weet ik pas hoe ellendig een eland er uitziet! Hoe kun je op zulke dunne poten lopen! En dan ook nog die kale struik op je kop!"

Nu werd de eland woedend en riep: "Hou toch je mond! Kijk naar jezelf! Je bent niet eens sterk genoeg om naar de andere oever van dit meer te zwemmen. Maar ik ben het snelste van alle dieren op het land! En als je denkt dat ik sta op te scheppen, laten we dan een wedstrijd houden."

De spotvis zei dadelijk: "Aangenomen! We gaan één keer helemaal het meer rond, jij langs de oever over land, en ik langs de oever door het water. Klaar?"

"Af!" riep de eland en hij stormde weg.

De spotvis riep snel alle andere spotvissen bij elkaar en vertelde hen van de wedstrijd. Hij zei: "Jullie moeten me allemaal helpen om de eland een lesje te geven. Zwem onder water met hem mee. Als hij roept: "Waar zit je nou met je praatjes?" dan moet steeds een van jullie terugroepen: "Ik ben hier! Kun je me bijhouden?" Intussen wacht ik hier rustig tot de eland bekaf terugkomt. Op die manier kan ik nooit verliezen!"

De vissen zwommen naar verschillende punten langs de oever en wachtten daar de eland op. De ene spotvis na de andere hoorde hem hijgend roepen: "Waar ben je nou? Kun je me bijhouden?"

Dan riep iedere spotvis op zijn beurt: "Jazeker, ik zwem hier!"

De eland liep wat hij lopen kon. Na een extra snelle sprint riep hij: "Heb je me nog kunnen bijhouden?"

De spotvis die het dichtst bij was, riep terug: "Ik zwem hier vóór je!"

De eland deed er nog een schepje bovenop. Hij rende als nooit tevoren. Zijn zware gewei drukte zijn kop omlaag en zijn nek was verkrampt van inspanning. Na een poosje riep hij: "Nu lig ik toch vast en zeker vóór!"

"Helemaal niet!" riep een spotvis, die ver voor de eland in het water zwom. "Ik ben al verder! Loop toch door!"

Bij die woorden verdubbelde de eland zijn snelheid, al begaven zijn benen het bijna. Buiten adem bereikte hij het punt waar de wedstrijd gestart was. Hij zakte daar door zijn knieën en legde zijn kop met het drukkende gewei op de aarde, zodat zijn nek kon uitrusten.

Nu stak de spotvis, die hem het eerst had aangesproken, zijn kop boven water en riep: "Heb je nou gezien, vogelverschrikker, wie van ons twee de snelste is?"

Zonder zijn kop van de grond te lichten riep de eland terug: "Probeer me toch niks wijs te maken, watermormel! Ik ben het snelste dier. En iemand die iets anders beweert, maakt zich daarmee zo bespottelijk dat hij nooit meer iets anders zal durven zeggen!"

Daarop zwegen de spotvissen en ze bleven zwijgen tot de dag van vandaag.


*   *   *

Trefwoorden


Thema

Verhaalsoort

Bron
"Sprookjes en vertellingen uit Rusland" vertaald en bewerkt door Hans Werner. Deltos Elsevier, Amsterdam/Brussel, 1972. ISBN: 90-10-30122-2

Herkomst: Rusland
Verteltijd: ca. 7 min.
Leeftijd: vanaf 8 jaar

Lees ook