Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 25 min.
Herkomst:




De goede geest

Er was eens een arme student die zijn studie wilde voltooien en daarvoor op weg ging naar een grote stad. Toen hij voor de stadspoort was aangekomen, vond hij daar aan de kant van de weg het lijk van een man, die door rovers was bestolen en vermoord. De student nam het lichaam mee, zodat het niet buiten de stadsmuren zou blijven liggen, waar het aan de wilde dieren ten prooi zou zijn gevallen en bezorgde het met het laatste geld dat hij bezat een eervolle begrafenis. Omdat hij hiermee echter zijn laatste geld had uitgegeven, kon hij niet langer in die stad blijven en moest al spoedig weer verder reizen.

Zo gebeurde het, dat hij op een avond in een groot eikenbos moest overnachten. Hij legde zich onder een grote eik ter ruste en sliep al spoedig in. Hoe verbaasd was hij echter de volgende dag, toen hij bij het ontwaken merkte, dat zijn zakken vol goudstukken zaten. Met grote dankbaarheid in zijn hart jegens degene die hem dit geschonken had, vervolgde de student zijn weg. Zo kwam hij aan de oever van een brede en diepe rivier, die hij niet zonder hulp kon oversteken.

Aan de oever van die rivier zaten twee veerlieden. En toen die zagen, dat de jonge man zijn zakken vol met goudstukken had, boden ze aan hem naar de overkant te brengen. De student maakte graag van het aanbod gebruik en stapte in de boot. De mannen roeiden de boot tot het midden van de rivier, maar grepen toen de arme student beet, beroofden hem van al zijn geld en wierpen hem vervolgens in de snelstromende rivier. De student die niet goed kon zwemmen, worstelde om boven water te blijven, maar zou stellig in de golven zijn omgekomen, wanneer hij niet plotseling naast zich een houtblok had zien drijven, waar hij zich aan vast kon klemmen. Zo dreef de stroom hem tenslotte naar een zandbank in de rivier en vandaar zag hij kans wadende de oever veilig te bereiken. Het houtblok echter dat hem van de verdrinkingsdood had gered, was niet maar een gewoon blok hout. Het bleek de goede geest te zijn van de vermoorde man, over wiens lichaam de student zich zo barmhartig had ontfermd. En toen hij eenmaal behouden de vaste wal had bereikt, veranderde het houtblok zich in de geest van de man en sprak tot hem:

"Ik ben je zeer dankbaar, dat je me indertijd een eervolle begrafenis hebt bezorgd en me niet buiten de poort hebt laten liggen als prooi voor de wilde dieren. En om je die dankbaarheid te tonen, zal ik je drie dingen leren: hoe je te veranderen in een kraai, in een reebok en in een haas." En hij vertelde hem de toverformules die hiervoor nodig waren. Daarop verdween de goede geest even plotseling als hij gekomen was en de arme student vervolgde zijn weg, terwijl hij zich afvroeg of zijn nieuw geleerde toverkunst hem nog eens te pas zou komen.

Na enige tijd kwam hij bij het slot van een machtig koning en de student trad bij die koning in dienst als boogschutter.

Nu moet je weten, dat die koning de vader was een wonderschone prinses, die echter helemaal afgezonderd leefde in een kasteel dat op een eenzaam eiland lag. De muren van dat kasteel waren van blinkend koper en in dat kasteel bevond zich een zwaard, dat zó'n wonderbaarlijke kracht had, dat je er met één slag een heel leger mee tegen de grond kon slaan.

Het sprak vanzelf, dat menig edelman vol begeerte naar het bezit van dat zwaard uitkeek, maar niemand had het nog aangedurfd zich op dat eenzame eiland te wagen.

Juist op het ogenblik dat de arme student op het slot van de koning verscheen, werd deze door ernstige zorgen gekweld. Enkele van zijn vazallen waren tegen het gezag van hun koning in opstand gekomen en hun legers bedreigden van verschillende kanten het rijk en de hoofdstad.

Heel graag zou de koning het machtige toverzwaard in zijn bezit hebben gehad, maar hoe moest hij daaraan komen? Tenslotte besloot hij eens te onderzoeken wie van zijn onderdanen het waagde, zich naar het eenzame eiland te begeven, waar het kasteel lag dat het zwaard bevatte en dat door de prinses werd bewoond. Hij vaardigde een proclamatie uit, die door herauten werd omgeroepen en waarin werd aangekondigd, dat iedereen die er in mocht slagen hem het toverzwaard te bezorgen, met zijn dochter zou mogen trouwen en na zijn dood de troon van het rijk zou erven. Toen na enige tijd niemand het waagde zich aan te melden besloot tenslotte de student eens een poging te wagen.

Iedereen was ten hoogste verbaasd over zijn vermetelheid, maar moedig stapte hij naar de koning toe en vroeg hem om een brief, die hij dan aan de prinses kon overhandigen en waarin deze werd verzocht, het zwaard aan hem mee te geven.

De koning schreef inderdaad een dergelijke briefen gaf die aan de student, die zich meteen opmaakte om naar het eiland te gaan, waarvoor hij door een uitgestrekt bos moest Hij zag echter niet, dat hij heimelijk werd gevolgd door een van 's konings andere boogschutters, die zich had voorgenomen hem achterna te gaan om te zien, hoe hij het zou aanleggen om in het bezit van het zwaard te komen.

Om des te sneller te kunnen reizen, nam de student achtereenvolgens de gedaante van een haas en een reebok aan, afhankelijk van het terrein waar hij door moest. En zo kwam hij dan tenslotte aan de kust van de zee waarin het eiland lag.

Daar nam hij toen de gedaante aan van een kraai en vloog zo snel als zijn vleugels hem konden dragen over de golven naar het eiland waarop het kasteel lag, waarin de prinses woonde.

Hij streek neer op de tinnen van het kasteel, vloog door een van de boogvensters naar binnen, veranderde zich weer in een mens en legde de brief die de koning hem had meegegeven aan de voeten van de prinses neer, terwijl hij haar tegelijkertijd verzocht het wonderzwaard aan hem mee te willen geven.

De mooie prinses die in zo lange tijd door geen enkele vreemdeling was bezocht, nam de boogschutter nauwkeurig op en vond hem zo'n flinke en knappe jongen, dat ze verliefd op hem werd. Ze vroeg hem, hoe hij de moed had gehad een taak op zich te nemen, waarvoor zo velen vóór hem waren teruggedeinsd en hoe hij kans had gezien naar het kasteel te komen, dat zo lange jaren door geen enkele man was bezocht. En de boogschutter vertelde haar alles van zichzelf en van de bovennatuurlijke krachten waarover hij beschikte.

Daarop vroeg de prinses hem, haar eens het bewijs te geven, dat alles wat hij haar verteld had ook inderdaad waar was. En toen zij de wens te kennen gaf, dat hij zich eens zou veranderen in de verschillende gedaanten waartoe hij in staat was, deed de boogschutter dadelijk wat ze verlangde en op hetzelfde ogenblik sprong en dartelde een mooi klein reebokje aan haar voeten.

De prinses streelde het sierlijke diertje over zijn rug, maar plukte tegelijkertijd een klein bosje haren uit zijn vacht, zonder dat intussen de boogschutter dit merkte.

Vervolgens veranderde hij zich in een kraai en vloog door het vertrek waar de prinses zat. Deze legde haar hand op de vleugels van de vogel en streelde ze. Maar ook nu trok ze voorzichtig een paar veertjes uit de vleugel van de kraai, zonder dat ook dit keer de boogschutter zich hiervan bewust was.

Tenslotte veranderde hij zich ook nog een keer in een haas. En ook toen trok de prinses onopgemerkt een klein plukje haren uit de hazenvacht. Daarop schreef de prinses een brief aan haar vader, de koning, gaf de boogschutter het wonderzwaard en stuurde hem weer terug naar de hoofdstad van het rijk.

De boogschutter nam weer de gedaante van een kraai aan en vloog heen over de zee. Toen hij de kust bereikte, veranderde hij zich in een reebok en snelde heen tot hij bij het bos aankwam. Daar werd hij tot een haas en zocht zich zo snel als hij maar kon een weg door het dichte kreupelhout van het uitgestrekte woud.

Intussen had de boogschutter die hem heimelijk was gevolgd alles gezien tot aan het moment, dat hij bij het strand was aangekomen, zich in een kraai had veranderd en over de zee naar het eiland was gevlogen. De man verstopte zich aan het strand en wachtte op de terugkomst van de ander. En daar zag hij hem al komen, in de vorm van een kraai, die zich aan de kust aangekomen, in een reebok veranderde en tenslotte weer de gedaante van een haas aannam.

En toen de haas zijn best deed zo snel mogelijk door het dichte kreupelhout te breken, spande de boogschutter zijn boog, mikte en schoot een pijl op de haas af. Het schot was zo zuiver gemikt, dat de pijl precies doel trof en de haas dodelijk getroffen op de grond viel. De valse boogschutter snelde op de dode haas toe, pakte hem de brief van de prinses en het wonderzwaard af, en haastte zich die naar het slot van de koning te brengen.

Daar aangekomen, overhandigde hij het zwaard aan de koning en verzocht hem om de beloofde beloning.

De koning was in de wolken, dat hij nu het bovennatuurlijke wonderzwaard bezat dat al zijn vijanden met één slag zou vernietigen. Hij sprong in het zadel van zijn strijdros en galoppeerde naar de plaats, waar het vijandelijke leger zijn tenten had opgeslagen. Nauwelijks was hij dicht genoeg genaderd om de vaandels en banieren boven de vijandelijke legerplaats te zien wapperen, of hij trok zijn zwaard en zwaaide er van verre al mee. Met iedere slag die hij nu met het wonderzwaard deed, werd een hele legerafdeling tegelijk weggemaaid. De vazallen die tegen de koning in opstand waren gekomen, kwamen in volle wapenrusting hun tenten uitrennen. Toen ze echter zagen, dat de koning in eigen persoon en zonder enig gevolg tegen hen ten strijde was getrokken, maar dat desondanks hun legerscharen een voor een werden uitgeroeid, maakte een panische angst zich van hen meester en zonder zich verder te bedenken, vluchtten ze naar alle kanten uiteen, hun soldaten in de grootste wanorde achterlatend.

De koning keerde zegevierend naar de hoofdstad terug en zond dadelijk een door een escorte beschermde reiskoets naar het kasteel op het eiland om zijn dochter te halen, die hij volgens zijn belofte aan de boogschutter wilde uithuwelijken.

Intussen lag de student, die door de valse boogschutter was doodgeschoten toen hij de gedaante van een haas had aangenomen, nog altijd in het uitgestrekte bos. Plotseling kwam echter de dode haas tot leven en veranderde weer in een jonge man. De student keek verbaasd om zich heen en kon zich niet meer herinneren wat er allemaal met hem was gebeurd. Daar zag hij echter de goede geest weer naast zich staan en die vertelde hem uitvoerig, wat er allemaal was voorgevallen.

"Het huwelijk van de prinses" - zo sprak de goede geest - "zal morgen worden voltrokken. Als je haar nog tot vrouw wilt hebben, zul je je moeten haasten om nog tijdig in het slot van de koning te komen. Daar zal de prinses je dadelijk herkennen en ook de valse boogschutter die je heeft doodgeschoten, zal dat natuurlijk doen. Dan moet je de koning maar zien te overtuigen, dat de boogschutter een gemene bedrieger is." En toen hij dat gezegd had, verdween de goede geest weer even plotseling als hij verschenen was.

De student kon nu geen moment meer verliezen. De avond begon al te vallen, de volgende dag zou de bruiloft van de prinses plaats hebben en het was nog een enorme afstand naar het kasteel van de koning. Hij veranderde zich dan ook snel in de gedaante van een kraai en vloog zo snel als zijn vleugels hem konden dragen naar de hoofdstad van het rijk.

In de vroege morgen kwam hij bij het kasteel van de koning aan. Hij streek neer voor de grote hoofdpoort, veranderde zich weer in een mens en ging het slot binnen.

Daar was alles al in gereedheid gebracht voor het huwelijksfeest. Uit alle delen van het rijk kwamen de gasten naar de hoofdstad om aanwezig te zijn bij het huwelijk van de dochter van hun koning. Telkens en telkens weer kwam een nieuwe kleurige stoet de poort binnenrijden en ging de een of andere edelman, gevolgd door dienaren die fraaie geschenken droegen, het kasteel binnen om zijn opwachting te maken voor de koning, de prinses en haar bruidegom.

Ook in de uitgestrekte bijgebouwen van het kasteel was het een bedrijvigheid van jewelste. Wagens volgeladen met allerlei levensmiddelen reden af en aan en in de keukens kon je koks met hoge witte mutsen op heen en weer zien rennen, terwijl heerlijke geuren van gebraad en andere lekkere dingen zich over het voorplein verspreidden.

De student keek een beetje beduusd om zich heen bij al dit feestgewoel, maar herinnerde zich al spoedig, dat hij haast moest maken, wilde hij nog op tijd komen om het huwelijk van de prinses met de bedrieglijke boogschutter te kunnen voorkomen.

Ook hij ging de grote feestzaal binnen. En daar, helemaal aan het eind van het met een kleurige menigte gevulde vertrek, zag hij de koning op zijn troon zitten met links en rechts van zich de prinses en haar valse bruidegom.

De edellieden en edelvrouwen met hun prachtige gewaden van het fijnste fluweel en satijn keken vreemd op, toen daar de armoedig geklede student binnen kwam en zich naar voren drong.

Nauwelijks echter had de prinses de student gezien, of ze sprong op van haar zetel en snelde op hem toe. Ook de valse boogschutter, die al gekleed was als een vorstelijke bruidegom, herkende zijn vroegere slachtoffer onmiddellijk en werd nog witter dan het witsatijnen wambuis dat hij aan had. De koning die van dit alles niets begreep, vroeg verwonderd wat dit allemaal eigenlijk te betekenen had.

De student boog zich eerbiedig voor de koning en vertelde de hele geschiedenis, zoals die zich had toegedragen en hoe de man die zich hier voor bruidegom van zijn dochter uitgaf in werkelijkheid een gemene bedrieger was.

Het verhaal was echter zo vreemd en wonderlijk, dat geen van de aanwezigen het geloven kon en ook de koning keek de arme student wantrouwend aan. Toen deze zag, dat men geen geloof aan zijn woorden hechtte, veranderde hij zich plotseling in een reebok om op die manier aan zijn woorden kracht bij te zetten.

Maar ook tóen was de koning nog niet te overtuigen en hij zei tegen zijn dochter:

"Wat voor bewijs heb ik nu, dat deze reebok dezelfde is, die indertijd bij jou op dat kasteel is gekomen en die je toen geaaid hebt?"

Op dat ogenblik kwam echter de prinses naar voren en ze wees op een klein kaal plekje, dat de reebok op zijn rug had. Daarop haalde ze een klein bosje haren te voorschijn en liet aan al de aanwezigen zien, dat dat plukje haar precies de kale plek op de rug van de reebok kon bedekken. En daarbij vertelde ze, dat toen de reebok voor de eerste keer bij haar was gekomen, zij ongemerkt dit plukje haar uit zijn vacht had getrokken. En toen de student zich daarna ook nog in een haas en in een kraai veranderde, kon de prinses telkens een plukje hazenhaar en de kraaienveren tonen, waarmee ze de kale plekjes kon bedekken, die de haas en de kraai op hun rug hadden.

Toen twijfelde niemand meer aan de waarheid van de woorden van de student en er ging een gemompel van verontwaardiging door de zaal over het gemene bedrog dat de boogschutter had gepleegd.

De koning echter stond op, greep de student bij de hand en leidde hem naar een kleinere troon die naast de zijne stond. En toen de student daarop plaats had genomen, richtte de koning zich tot al de aanwezigen en deelde plechtig mee, dat deze jonge man zijn dochter tot vrouw zou krijgen en later, als hij zelf gestorven zou zijn, hem als koning over het rijk zou opvolgen.

De valse boogschutter echter werd door een paar soldaten vastgegrepen en in de diepste en donkerste kerker geworpen die er in het hele kasteel te vinden was. Daar zou hij in gezelschap van ratten, slangen en padden kunnen nadenken over zijn misdaad.

In het koninklijke slot werd met grote vreugde en blijdschap het bruiloftsfeest gevierd, nadat de student met de prinses in het huwelijk was getreden. Deze leefden lang en gelukkig samen, terwijl na de dood van de oude koning de student als een wijs en rechtvaardig vorst over het koninkrijk heerste, waar iedereen gelukkig en tevreden was.


*   *   *

Trefwoorden

Verhaalsoort

Bron
"Sprookjes van Oost-Europa" verzameld en bewerkt door Doedy Bevelander. C.P.J. van der Peet, Amsterdam.

Herkomst: Polen
Verteltijd: ca. 25 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook