
Mazeppa diende aan het hof van vorst Nikoela Nikoelavitsj. De vorst was veel op reis en zijn jonge vrouw had een oogje laten vallen op haar jeugdige page die haar niet onwelgevallig scheen te zijn. Op een keer kwam de vorst onverwacht thuis en trof Mazeppa in de slaapkamer van zijn echtgenote aan. Hij dacht er eerst aan de jongeman ter plaatse te doorsteken, maar hij wilde zijn vrouw dit besparen. Hij greep Mazeppa, leverde hem over aan zijn bedienden en gaf hun de opdracht de jongeman, zoals hij door God geschapen was, op een wild paard vast te binden en met een zweepslag de wildernis in te sturen. Er kwamen heel wat bedienden aan te pas om Mazeppa vast te binden, want deze bleek geweldig sterk te zijn. Eindelijk lukte het hun en een dolle rit begon, waarbij de hengst zich geen ogenblik rust gunde en maar verder draafde. De huid van de ongelukkige ruiter werd intussen opengereten door doornige takken en scherpe rotspunten.
Hoewel het nacht was en bitter koud, draafde het paard voort alsof het door de duivel bezeten was.
De volgende morgen bereikten zij de zoom van een donker woud. Hier werden zij achtervolgd door een zwerm hongerige wolven; hun gehuil was angstaanjagend. De hengst liep echter zo snel dat geen enkele wolf hem kon inhalen. Nadat zij het bos hadden doorkruist, kwamen zij weer in een open vlakte, waar het paard nog harder scheen te gaan draven.
Mazeppa werd intussen gekweld door honger, dorst en koude. Ook de zon, die fel scheen, was niet in staat hem enigszins te verwarmen. Hij trachtte zich van de touwen waarmee hij vastgebonden was te bevrijden, maar tevergeefs!
Nu joeg een roversbende achter hen aan. Dat is mijn redding! dacht Mazeppa. Van mij valt er niet veel te halen, maar misschien is het hen om het paard te doen. Hoe hard de rovers ook reden, zij konden hun buit niet inhalen en gaven spoedig de achtervolging op. De jonge held voelde dat hij het niet lang meer kon uithouden. De tweede nacht werd een nog grotere verschrikking. Het paard zwom door een wild bruisende rivier waarin zij bijna verdronken. De tocht door het ijskoude water scheen de kracht van het paard te hebben gebroken. Terwijl hij tot dan toe als behekst had doorgedraafd, begon hij nu stapvoets te lopen en liet het hoofd hangen. Toen de zon door de wolken brak, kwamen zij bij een uitgestrekt strand. Daar naderde een kudde wilde paarden. De hengst hinnikte van blijdschap bij het zien van zijn soortgenoten. De paarden kwamen eerst dichterbij, maar even later trokken zij zich weer terug.
De hengst was nu echt aan het eind van zijn krachten en viel neer. Mazeppa trachtte zich opnieuw te bevrijden. Deze inspanning was blijkbaar te groot voor hem, want hij verloor het bewustzijn... Een toevallig voorbijkomende kozak vond hem in deze toestand. Met een scherp mes sneed hij de touwen door waarmee Mazeppa gebonden was en droeg hem op zijn rug naar zijn hut die iets verderop lag. Hier werd hij liefderijk verpleegd en verzorgd door de dochter van de kozak.
Zijn wonden heelden spoedig en zijn levenskrachten kwamen terug. Het duurde echter nog weken eer hij geheel hersteld was en afscheid kon nemen van de vriendelijke mensen aan wie hij zijn leven te danken had. Zij gaven hem kleren en mondvoorraad mee en zeiden dat zij hem nog eens hoopten terug te zien.

Mazeppa besloot van nu af aan zijn leven een andere wending te geven. Hij zou nooit meer een dienstbetrekking aanvaarden, maar al zijn krachten wijden aan één doel: de schepping van een onafhankelijke Oekraïense staat. Daarom begaf hij zich naar Dorosjenko ten westen van de Dnjepr in de Oekraïne. Hier maakte hij vele vrienden, die hij voor zijn idealen trachtte te winnen. Het waren meest kozakken op wie hij hoe langer hoe meer invloed kreeg. Nadat de oude hetman van de kozakken was overleden, werd Mazeppa dan ook met algemene stemmen tot zijn opvolger gekozen. Het was niet moeilijk geweest, hun vertrouwen te winnen, want evenals Mazeppa waren zij aartsvijanden van de Polen en de Tataren. Aan het hoofd van zijn leger vocht Mazeppa nu eens in het zuiden, dan weer in het midden of noorden van het onmetelijke Rusland. Er was geen veldslag geweest die hij verloor. Er kwam nog een machtige vijand bij: tsaar Peter de Grote. Deze streefde naar de inlijving van de Oekraïne in zijn rijk. Ook wilde hij het kozakkenleger aan zich onderwerpen en dienstbaar maken.
Om de plannen van de tsaar te doorkruisen sloot Mazeppa een verbond met de Zweedse koning, Karel XII.
De beslissende slag vond in 1706 bij Poltava plaats. Het kozakkenleger bestond uit 5000 man, het Zweedse uit 25 000 man. Het leger van de tsaar daarentegen was dubbel zo groot en tegen deze overmacht was het verbonden leger van de Zweedse koning en Mazeppa niet opgewassen. Karel XII raakte zelf ernstig gewond en vluchtte met de overlevenden van zijn krijgsmacht onder leiding van Mazeppa naar Moldavië.
De kozakkenheld was toen zeventig jaar oud en stierf spoedig daarna, verbitterd en ontgoocheld. Zijn leven was een aaneenschakeling geweest van roemrijke overwinningen, afgewisseld door nederlagen en teleurstellingen. Hij had al zijn krachten gegeven om zijn ideaal te kunnen verwezenlijken, maar had zijn doel niet kunnen bereiken. Zijn tragedie was dat het hem niet gelukt was het gehele Oekraïense volk tot opstand tegen de tsaar te bewegen en dat zijn leger ook te klein was om het Russische leger te kunnen verslaan. Toch behoort hij tot de grote helden uit de geschiedenis.