Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 13 min.
Herkomst:




De kikkerfee Een sprookje uit de Elzas over een bosfee en een arme jongen

Vlakbij een groot bos stond een klein bouwvallig hutje en in dat hutje woonde een arme weduwe met haar zoontje. De vrouw was zo arm, dat ze haar jongen niet eens naar school kon sturen met de andere kinderen uit de buurt. In plaats daarvan moest hij elke dag het bos in trekken om hout te sprokkelen. Als hij dan 's avonds thuiskwam met een grote takkenbos, dan maakte zijn moeder die los en ze zochten er samen de mooiste takken uit. Die werden dan weer bijeen gebonden en verkocht aan rijke mensen, maar het overschot hielden ze zelf; daar werd 's winters hun hutje mee verwarmd; en 's zomers kookte moeder er het eten op.

Eens op een dag ging het jongetje weer, zoals gewoonlijk, het bos in en hij begon dadelijk ijverig te sprokkelen. Hij had al een massa hout bijeen en juist wou hij dit samenbinden tot een takkenbos, toen hij opeens een angstkreet hoorde op het bospad. Wat zou dat zijn? Daar hoorde hij het alweer - en nog eens - en nog eens!

"Daar zit zeker het een of ander dier in nood!" dacht hij bij zichzelf en hij drong door de struiken, om te zien of hij het arme beest misschien zou kunnen helpen.

En ja, het was zoals hij gedacht had! Midden op het pad stond een grote vos en uit de bek van die vos hing een mooi groen kikkertje aan een poot te slingeren. Het arme beestje spartelde tegen met alle macht, en liet telkens een angstige schreeuw horen. Maar de vos stoorde zich daar niet aan. Juist was hij op het punt de jonge kikker in te slikken, toen daar op eens een jongen uit de struiken te voorschijn kwam en hem zo hard met een stok op zijn snuit sloeg, dat hij van schrik zijn prooi liet vallen en het op een lopen zette.

Daar lag nu het arme kikkertje op de grond, en de jongen nam het in de hand om te zien of het misschien gewond was. Nu zag hij pas wat een mooie kikker het was. Nog nooit had hij er een gezien, die zo mooi groen was en zulke vriendelijke oogjes had. "Je bent een schat van een kikkertje, hoor," zei hij, "ik zal je meenemen naar huis, dan kan moeder je ook eens zien!"

Zo gezegd, zo gedaan! Voorzichtig stak hij de kikker in zijn zak, bond zijn takkenbos bijeen en droeg die op zijn hoofd naar huis. "Moet je kijken, moeder," riep hij, toen hij de deur in kwam, "moet je kijken, wat een prachtige groene kikker ik gevonden heb in het bos!" Meteen haalde hij het beestje te voorschijn. "Is het geen schatje, moeder?" vroeg hij, "als u het goed vindt, wou ik hem graag houden. Toe, mag ik hem in die grote oude goudvissenkom zetten, die op zolder staat?"

"Maar jongen, wat mankeert je toch?" zei zijn moeder. "Wat wil je toch met die kikker? Ik zie er niets bijzonders aan! Van die soort kan je er in één dag wel honderd vangen in het bos. Waarom zouden we deze dan bewaren in een goudvissenkom, net of het iets heel bijzonders is?"

"Maar het is echt iets bijzonders, moeder," hield de jongen vol. "Zo'n kikker als deze is er op de hele wereld geen tweede, dat weet ik zeker."

Nu vertelde hij haar hoe hij het beestje gered had uit de muil van de vos, en omdat ze wel zag hoe hij er op gesteld was, haalde ze zelf de oude goudvissenkom van zolder en deed er een beetje slootwater in. Toen liet Willem - zo heette de jongen - er het kikkertje in zakken, en kijk, het sloeg dadelijk zijn achterpootjes uit en zwom naar de overkant. Je kon duidelijk zien, dat het schik had.

Willem was in zijn nopjes, maar zijn moeder zei: "Pas nu op, dat je het beestje goed verzorgt, mijn jongen! Je zou er later altijd berouw van hebben, als het door jouw schuld van honger moest sterven!"

Willem zorgde goed voor zijn kikker en elke dag ging hij er meer van houden. Hij begreep zelf niet hoe het kwam, maar het was zo. En het leek heus wel een wonderkikker te zijn! Want vanaf de dag, dat hij in huis was, ging het hun opeens veel beter dan vroeger.

Op een goede morgen vond moeder in haar linnenkast een leren beurs vol geld, en niet lang daarna kreeg ze een erfenis van een oom uit Amerika, van wie ze jaren lang niets meer gehoord had! Gelukkig, nu kon ze Willem nette kleren kopen en hem met de buurkinderen naar school sturen! Wat was de jongen blij! Hij deed zo zijn best, dat het niet lang duurde, of hij werd in een hogere klas overgeplaatst en toen hij eindelijk de hele school doorlopen had, ging hij reizen in allerlei vreemde landen en hij werd zo knap, dat er op de hele wereld geen geleerder man was, dan Willem.

Nu kan je begrijpen, hoe zijn moeder in haar schik was! Telkens en telkens weer zei ze tegen haar buurvrouwen: "Ik geloof vast en zeker dat die kleine groene kikker, die mijn zoon eens uit het bos mee naar huis nam, ons al dit geluk heeft bezorgd!" Ze zorgde dan ook voor het beestje alsof het haar eigen kind was, en elke dag begon ze er meer van te houden.

Eindelijk kwam de jonge geleerde terug van zijn reis om de wereld en toen hij zijn moeder had gekust, ging hij naar de goudvissenkom, waarin de kikker nog altijd even vrolijk rondspartelde. "O jij goeie ouwe kikker," zei hij, "wat ben ik je dankbaar voor alles, wat je voor moeder en mij gedaan hebt! Om je te tonen hoeveel we van je houden, mag je straks, als moeder het feestmaal binnenbrengt, met ons aan tafel zitten en van alles meeproeven. Kijk, hier zet ik een stoel voor je klaar!"

Om te tonen hoe goed hij alles begreep, begon nu de kikker in zijn goudvissenkom te dansen en te springen als een dolleman, en pas stond het feestmaal op tafel, of hij sprong hoog in de lucht, en kwam terecht op de stoel, die Willem voor hem had klaar gezet. En, voordat Willem en zijn moeder van hun verbazing waren bekomen, veranderde opeens de groene kikker, die ze zo goed gekend hadden, in een mooi jong meisje met grote blauwe ogen en lange blonde krullen!

Willem keek haar verbaasd aan. Hij had wel bijna de hele wereld doorgereisd, maar zo'n mooi, lief mensenkind had hij nergens gezien! "Schrik maar niet, Willem," zei het jonge meisje. "Ik ben een bosfee en ik had elke dag zo'n schik als ik je zo ijverig zag werken, dat ik besloot eens een proef te nemen of je werkelijk zo'n goed hart had, als ik verwachtte. En jawel, toen ik me in een kikker had veranderd en die grote vos me wou opslokken, heb je me dadelijk gered met gevaar voor jezelf - want die vos was groot en sterk, en de meeste jongens zouden bang voor hem zijn geweest. Toen liet ik me door je meenemen naar je moeder en ik deed alles wat ik maar kon, om jullie te helpen. Eerst legde ik een beurs vol geld in je moeders linnenkast en later bezorgde ik haar die erfenis uit Amerika. Jou gaf ik wijsheid en verstand, en gelukkig heb je daar een goed gebruik van gemaakt. Zo ben ik al meer en meer van je gaan houden, en nu kom ik je iets vragen. Zeg, Willem wat zou je er van denken, als jij en ik eens samen trouwden?"

Willem kreeg een kleur van verbazing, maar hij keek een beetje bedroefd, toen hij antwoordde: "O lieve, mooie fee, ik zou niets liever willen dan met je trouwen, maar kijk eens aan: al ons geld is op, en ik zou het niet kunnen verdragen, als je bij mij armoe zou moeten lijden."

"Zo," zei de fee, "is dat je enige zorg? Nu, daar weet ik wel raad op!" En ze stak haar hand in een zak met bonen, die in een hoek stond, en haalde die er vol goudstukken weer uit.

Toen was natuurlijk alles in orde en een week later trouwde Willem met de mooie bosfee; en toen ze samen als man en vrouw uit de kerk kwamen - wat zagen ze daar? Op dezelfde plek, waar hun hutje gestaan had, verhief zich nu een prachtig kasteel! Willem en zijn moeder wisten niet wat ze zagen, maar de fee zei vriendelijk: "Ga gerust naar binnen, allebei! Dit is ons eigen huis, waarin we voortaan met elkaar zullen wonen!"

En zo gebeurde het. Ze leefden lang en gelukkig en kregen vier lieve kinderen, twee meisjes en twee jongens. De jongens leken sprekend op hun vader en werden even knap als hij, en de meisjes hadden precies zulke mooie blauwe ogen en lange blonde krullen als hun moeder, en waren net zo lief en vriendelijk als zij. En je kunt begrijpen hoe trots die grootmoeder op haar kleinkinderen was!


*   *   *

De kikkerfee Samenvatting
Een sprookje uit de Elzas over een bosfee en een arme jongen. Een arme jongen die elke dag in het bos hout moet sprokkelen, redt op een dag een kikker uit de bek van een vos. Hij neemt die mee naar huis en zorgt er goed voor. Vanaf dat moment gaat alles voorspoedig. Als dank laten ze de kikker aan tafel zitten; die verandert in een beeldschoon meisje met wie de arme jongen trouwt. Lees het verhaal

Toelichting

Trefwoorden

Thema

Verhaalsoort

Bron
"Oud-Fransche sagen, volksoverleveringen en sprookjes" bijeengebracht door S. Troelstra-Bokma de Boer. W.J. Thieme & Cie, Zutphen, 1930, p. 228-232.

Herkomst: Frankrijk
Verteltijd: ca. 13 min.
Leeftijd: vanaf 6 jaar

Lees ook