Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 6 min.
Herkomst:




De koning en de wijze Een Tibetaans volksverhaal over hoe het noodlot te keren

Er was eens een koning die door het noodlot werd achtervolgd en niet meer zeker was van zijn macht. Op een dag ging hij goed vermomd in zijn eentje naar het bos om een oude brahmaan te raadplegen, die de naam had een heilige te zijn.

De oude brahmaan ontving de vermomde koning met een ernstig gezicht. "Je bent onder een ongelukkig gesternte geboren," zei hij toen de koning vertelde wie hij was. De koning schrok en vroeg de heilige man dringend om hulp. "De hulp van de goden kan slechts door een offer worden verkregen," zei de brahmaan en hij voegde er aan toe dat het ongelukkige gesternte pas zijn kwade uitwerking zou verliezen, als de koning alles voor het offer zelf zou voorbereiden.

"Eerst moet je eigenhandig een boom vellen en er een stapel brandhout van maken. Dan koop je een goede koe, je voert het dier uitstekend, je melkt haar en van de melk maak je een flinke kluit boter." De koning knikte en de brahmaan vervolgde: "Daarna breng je het brandhout en de boter bij mij, zodat we een offervuur kunnen aansteken."

De koning bedankte de kluizenaar en haastte zich terug naar de stad. Gewapend met een grote bijl glipte hij de volgende ochtend als houthakker verkleed het bos in en begon direct een hoge, dikke boom om te hakken.

Onervaren als hij was, hakte hij zich al na een paar bijlslagen een vinger af, zodat hij hevig begon te bloeden en brullend van pijn in het rond sprong nadat hij de bijl op de grond had gegooid. Hij haastte zich naar de kluizenaar om zijn nood te klagen, want tenslotte, zo vond hij, was het ongeluk uitsluitend aan de raadgevingen van de heilige man te wijten.

Toen de brahmaan de bloedende hand onder ogen kreeg en zag dat er een vinger aan ontbrak, glimlachte hij en zei: "Zo is het goed, de eerste stap is in elk geval gezet," maar hij maakte geen aanstalten om de wond te verbinden.

De koning, die veel pijn had, viel woedend tegen hem uit en riep: "Ik heb zeker met een krankzinnige te maken!" Hij keerde ijlings naar de stad terug en liet zich onmiddellijk door de hofarts verbinden. In zijn woede gaf hij vervolgens zijn soldaten bevel om de oude man in het bos op te pakken. Zonder verzet liet de brahmaan zich wegvoeren. Ze brachten hem naar het paleis van de koning en stopten hem daar in de gevangenis.

Intussen waren de donkere wolken boven het hoofd van de koning nog niet opgeklaard. Integendeel, er dienden zich steeds nieuwe problemen aan. Om zijn zorgen te ontvluchten, ging hij verkleed als eenvoudige bosarbeider het bos in, zodat hij ongestoord over alles na kon denken. In deze tijd hield zich in het bos echter een gevreesde roversbende op, die de god van de dieven aanbad. Als deze bende een succesvolle overval had gepleegd, brachten de leden hun god elke keer een speciaal offer en dat was niet zelden een mensenoffer.

Toen de koning onder een boom was gaan zitten om na te denken, werd hij ontdekt door een rover die de avond daarvoor een flinke buit had binnengehaald. Hij greep de peinzend op de grond zittende koning bij zijn nekvel en jubelde: "Dit is een prachtig offer. Een gaaf mens, zo te zien gezond en zonder gebreken!" Daarop begon hij zijn god aan te roepen, met de smeekbede dit offer als dank voor de grote buit van hem aan te nemen. Intussen controleerde hij al de scherpte van zijn dolk.

De god van de dieven fluisterde hem echter in: "Bekijk deze man eerst maar eens beter!" Dat deed de rover en zo ontdekte hij dat zijn slachtoffer een vinger aan zijn linkerhand miste. De rover wist heel goed dat goden uitsluitend ongeschonden offerdieren en kerngezonde mensen accepteren en daarom zag hij teleurgesteld van de koning af.

De koning zat even later weer alleen in het bos. Hij zag in dat de ontbrekende vinger zijn redding was geweest en haastte zich terug naar het paleis.

Daar liet hij de brahmaan uit de gevangenis halen. Hij boog voor hem en zei beschaamd: "Vergeef me, heilige man, eerst was ik woedend op je, maar nu begrijp ik je woorden pas."

"Zo is het goed," zei de brahmaan en hij glimlachte.


*   *   *

De koning en de wijze Samenvatting
Een Tibetaans volksverhaal over hoe het noodlot te keren. Een koning zoekt raad bij een brahmaan omdat alles in zijn leven fout lijkt te gaan. Als hij diens advies opvolgt overkomt hem weer een ongeluk en laat hij de kluizenaar in de gevangenis gooien. Maar als hij later ontkomt aan een roofoverval blijkt dat de raad van de wijze hem juist redde. Lees het verhaal

Trefwoorden

Verhaalsoort

Bron
"Tibetaanse sprookjes" verzameld door Josef Guter. Uitgeverij Elmar, Rijswijk, 1998. ISBN: 90 389 0780 X

Herkomst: Tibet
Verteltijd: ca. 6 min.
Leeftijd: vanaf 11 jaar

Lees ook