Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 6 min.
Herkomst:

De kraai met een doorn in zijn pootje Een Turks kettingsprookje over een kraai

Er was eens een kraai. Op een dag had hij een doorn in zijn pootje gekregen. Hij trok de doorn eruit en bracht hem naar een oude vrouw. "Moedertje," zei hij, "wilt u die doorn voor mij bewaren?" De oude vrouw nam de doorn van hem aan en legde hem op de rand boven de haard. Zij wachtte één dag, zij wachtte twee dagen, maar de kraai kwam niet terug.

Toen zij op een avond haar olielampje wilde aansteken, zakte de pit er te diep in. Ze pakte de doorn om de pit omhoog te halen, maar de doorn vloog plotseling in brand.

Precies op dat moment kwam de kraai daar 'prrrt' aangevlogen. "Moedertje," zei hij, "wilt u mij mijn doorn teruggeven?"

"Ach, m'n zoon, ik was de pit van de olielamp ermee omhoog aan het halen en toen vloog je doorn plotseling in brand." - "Nee, toch... ik wil mijn doorn hebben!" zei de kraai en ging op de vensterbank zitten en bleef daar urenlang zitten krijsen:
"òf de doorn, òf de lamp
òf de doorn, òf de lamp...'
Uiteindelijk kon de oude vrouw er niet meer tegen. "Neem het lampje maar," zei ze. De kraai pakte het lampje en nam het mee. Vandaar ging hij naar een andere oude vrouw. "Moedertje," zei hij, "wilt u dit lampje voor mij bewaren?" - "Goed, mijn zoon." Het oude vrouwtje ging 's avonds haar koe melken. "Weet je wat," zei ze bij zichzelf, "laat ik dat lampje pakken, dan kan ik mijn koe in het licht van het lampje melken."

In de stal gekomen zette ze het lampje pal achter de koe en begon de koe te melken. De koe gaf een trap, het lampje was gebroken. Het duurde niet lang of de kraai kwam eraan. "Moedertje, hoe zit het met mijn lampje?" - "Mijn zoon, ik had je lampje meegenomen om de koe te melken. De koe gaf opeens een trap, het lampje brak." De kraai hield aan: "Ik wil mijn lampje." De oude vrouw kon praten wat ze wilde, maar ze kon de kraai niet overtuigen. De kraai ging voor het raam zitten, en kraste en krijste:
'òf de lamp, òf de koe
òf de lamp, òf de koe...'
De oude vrouw werd er gek van en omdat ze geen andere manier wist om van de kraai verlost te worden, gaf ze de koe. De kraai bracht de koe naar een andere oude vrouw. "Moedertje, bewaar die koe voor mij. Ik kom hem later wel ophalen," zei hij. Dit vrouwtje wachtte ook een, twee, drie dagen, maar... geen kraai. Zij was van plan de bruiloft van haar zoon te gaan houden. "Laat ik de koe van die kraai slachten en gasten uitnodigen," dacht ze bij zichzelf. Zo gezegd, zo gedaan. Ze slachtte de koe, bereidde verrukkelijk geurende gerechten en gaf die aan de gasten te eten. De koe werd helemaal opgegeten, er bleef niets van over. En... alsof die schooier van een kraai erop had zitten wachten: 'prrrt' daar was hij ineens op de plaats van de bruiloft.

"Moedertje," zei hij, "ik ben gekomen om mijn koe te halen." - "Ach nee toch, mijn zoon. Omdat je maar niet kwam, heb ik gedacht, wat moet die kraai ook met die koe. Ik had een bruiloft, en heb je koe geslacht." - "Nee toch... ik wil mijn koe," begon de kraai te zeuren. De oude vrouw deed alsof het haar niets kon schelen, maar de kraai ging uitgebreid op de vensterbank zitten en kraste en krijste urenlang:
'òf de koe, òf de bruid
òf de koe, òf de bruid...'
De oude vrouw en het bruiloftsvolk konden er tenslotte helemaal niet meer tegen. Ze gaven de bruid en waren van de ellende af. De kraai nam de bruid en ging weg.

In de bergen kwam hij een herder tegen. De herder zat op zijn herdersfluit te spelen. "Broer herder. Geef mij die fluit, dan geef ik jou deze bruid." De herder keek, het was een mooi getooid en gesierd bruidje... Hij nam de bruid en gaf de fluit aan de kraai. De kraai nam de fluit en begon te zingen en te fluiten. En hij floot en hij zong telkens weer zijn eigen liedje:
'duteru, duteru, duteru...
Ik heb de doorn gegeven
en de lamp gekregen.
Ik heb de lamp gegeven
en de koe gekregen.
Ik heb de koe gegeven
en de bruid gekregen.
Ik heb de bruid gegeven
en de fluit gekregen.
duteru, duteru, duteru...'


*   *   *

De kraai met een doorn in zijn pootje Samenvatting
Een Turks kettingsprookje over een kraai. Een kraai haalt een doorn uit zijn poot en geeft deze in bewaring aan een oude vrouw. Hij eist haar lamp op als ze de doorn heeft verbrand en deze laat hij weer bewaren door een oude vrouw. De lamp gaat kapot en in ruil daarvoor krijgt de kraai een koe. De koe wordt geslacht en de vogel krijgt een bruid, die hij met een herder ruilt voor een fluit. Lees het verhaal

Toelichting
Bron: Az gittik, uz gittik, P. N. Boratav, Ankara, 1969 (no. 1, TTV 19). Vertelster: Sidika Boratav, uit Vodina, Selanik, verteld te Ankara, 1939. Genoteerd door: P. N. Boratav. Verspreidingsgebied: Selanik, Erzurum, Bayburt, Kastamonu, Kirehir, Söğüt, Ankara, Ayvalik, Kemaliye, Artvin, Kars, Usak, Edremit, Antalya. Vertaald door: Veronica Divendal, 1988.

Dit is een kettingverhaal waarvan de herhaling en steeds weer een kleine verandering, leuk en spannend is: "Wat zal er nu weer gebeuren, en zal die kraai weer komen en wat gaat hij nu doen?" De inhoud is niet zo belangrijk als de vorm.

Tenslotte wordt het eind goed al goed, de kraai ruilt zijn lelijke gekras in voor een mooi deuntje, duturu. En het bruidje komt bij de herder terecht.

Dit verhaal komt ook voor in de bundel 'Het verliefde wolkje' van Nazim Hikmet.

Trefwoorden


Thema

Verhaalsoort

Oorspronkelijke titel
  • Ayağina diken batan karga

Bron
"Volksverhalen uit kleurrijk Nederland. Dieren. Dierenverhalen uit de Chinese, Joodse, Nederlandse, Indiase, Turkse, Surinaamse, Marokkaanse en Indonesische verteltraditie" uitgegeven door Lemniscaat, Rotterdam, 1990.

Herkomst: Turkije
Verteltijd: ca. 6 min.
Leeftijd: vanaf 6 jaar

Lees ook