Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 9 min.
Herkomst:




De krijger en de duif

Een groep krijgers ging eens op pad om vee te roven. Ze hadden weinig geluk. Het enige wat ze hadden kunnen stelen waren vijf honden. Op de terugweg kregen ze zo'n honger dat ze besloten één van de honden te slachten en op te eten. Elke krijger kreeg een stukje van het vlees, en toen de ergste honger gestild was zetten ze hun tocht voort. Omdat ze er nog lang niet waren slachtten ze de tweede hond, en verderop de derde. Nog wat later ging ook de vierde hond voor de bijl, en tenslotte moest zelfs de vijfde eraan geloven.

Eén van de groep, een krijger die Loolmong'i-wuasin heette, wilde het hondenvlees niet eten. Telkens als iemand hem een stukje toeschoof verborg hij het. Toen ze hun dorp naderden sprak één van de krijgers: "We moeten er wel voor zorgen dat niemand ooit te weten komt dat we hondenvlees hebben gegeten. Anders worden we de rest van ons leven uitgelachen."

Loolmong'i-wuasin antwoordde: "Hebben wij hondenvlees gegeten? Spreek liever voor jezelf." - "Wat bedoel je, Loolmong'i-wuasin. We hebben je toch ook van het vlees gegeven?" - "Jawel, maar ik val nog liever dood dan hond te eten," sprak Loolmong'i-wuasin en hij toonde zijn vrienden de stukjes hondenvlees die hij al die tijd bewaard had.

Dat vonden de andere krijgers niet leuk. Ze fluisterden tegen elkaar: "Deze rekel hier gaat ons verlinken. Hij zal natuurlijk overal rondbazuinen dat wij hond hebben gegeten. We moeten hem kwijtraken!" En ze maakten een plannetje.

Eén van de groep vroeg aan Loolmong'i-wuasin: "Hé, kameraad, kan je even in die boom daar klimmen om fruit te plukken? Jij bent de lenigste van ons." Onze vriend deed wat hem gevraagd was en in minder dan geen tijd zat hij in de top van de boom. Prompt hakte de rest de boom om en Loolmong'i-wuasin viel in een waterput. Gelukkig kon hij zich vastklampen aan een boomwortel in het water, zodat hij niet verdronk. Maar de waterput was te diep om er op eigen kracht uit te klauteren.

Ondertussen gingen de andere krijgers naar huis. Ze vertelden aan de ouders van Loolmong'i-wuasin dat hun zoon op een bepaald ogenblik de groep in de steek had gelaten. Niemand wist waar hij was. Ze hadden nog een tijdje gewacht maar waren uiteindelijk toch verdergegaan. Misschien was Loolmong'i-wuasin ergens mensen gaan opzoeken. Hij kon ook verdwaald zijn. Misschien was hij wel dood. Wie kon het zeggen?

In de waterput probeerde Loolmong'i-wuasin zo goed en zo kwaad als het ging in leven te blijven. De eerste die hem daar vond was een zebra: "Hé krijger, krijg ik een beetje water uit je put? Als je me water geeft zal ik de mensen waarschuwen dat je hier bent, zodat ze je kunnen bevrijden!"

Loolmong'i-wuasin kreeg weer een sprankje hoop en vroeg: "Hoe wil je dat dan uitleggen?" De zebra balkte zoals zebra's gewoonlijk doen. Mistroostig zond de jongeman de zebra weg: "Dit brabbeltaaltje verstaat toch niemand." Een beetje later verscheen er een jakhals: "Hé krijger, krijg ik een beetje water uit je put? Als je me water geeft zal ik de mensen waarschuwen dat je hier bent, zodat ze je kunnen bevrijden!" - "Hoe had je je dat voorgesteld?" De jakhals blafte zoals jakhalzen gewoonlijk doen. Die jakhals kan mij ook niet helpen, dacht Loolmong'i-wuasin bedroefd, en hij zond het dier weg. Nog wat later kwam een neushoorn die dorst had: "Hé krijger, krijg ik een beetje water uit je put? Als je me water geeft zal ik de mensen waarschuwen dat je hier bent, zodat ze je kunnen bevrijden!" - "Wat ga je hun dan vertellen?" De neushoorn maakte zijn onbegrijpelijke neushoorngeluidjes en Loolmong'i-wuasin was ontroostbaar: "Zo komt niemand ooit te weten dat ik hier ben."

De volgende die kwam drinken was een duif: "Hé krijger, krijg ik een beetje water uit je put? Als je me water geeft zal ik de mensen waarschuwen dat je hier bent, zodat ze je kunnen bevrijden!" - "Denk je dat ze je zullen begrijpen?" vroeg Loolmong'i-wuasin. "Hoe wil je het aanpakken?" De duif sprak: "Ik ga het zingen. Luister maar.
Menye Loolmong'i-wuasin.
Ng'oto Loolmong'i-wuasin.
Etii Loolmong'i-wuasin,
olmoti le kerikere.
Nkeenda isiet,
iltargeta isiet.

Vader van Loolmong'i-wuasin.
Moeder van Loolmong'i-wuasin.
Loolmong'i wuasin zit
in de waterput bij Kerikere.
Acht riemen en
acht haken."
Loolmong'i-wuasin begreep dat deze vogel zijn laatste kans op redding bood en gaf hem te drinken. Daarna legde hij precies uit waar de duif zijn dorp kon vinden. Ondertussen hadden de ouders van Loolmong'i-wuasin alle hoop opgegeven hun zoon levend terug te zien. Zo lang kon niemand het in de wildernis uithouden als hij alleen was. Hij moest zeker dood zijn.

Toen de duif in het dorp aankwam ging ze zingen op een tak in de buurt van enkele wijze oude mannen. De vader van Loolmong'i-wuasin was er ook bij en hij werd boos: "We moeten dat snertbeest wegjagen! Die vogel spreekt de namen van de doden uit!" De duif vloog naar een groepje vrouwen en herhaalde haar lied:
"Menye Loolmong'i-wuasin.
Ng'oto Loolmong'i-wuasin.
Etii Loolmong'i-wuasin,
olmoti le kerikere.
Nkeenda isiet,
iltargeta isiet.

Vader van Loolmong'i-wuasin.
Moeder van Loolmong'i-wuasin.
Loolmong'i-wuasin zit
in de waterput bij Kerikere.
Acht riemen en
acht haken."
Het groepje zat in de schaduw verstelwerk te doen en hoorde het lied van de vogel. De moeder van Loolmong'i-wuasin begon te gillen: "Hoe durft die vogel het over mijn dode zoon te hebben? Wat grof!" En de duif werd weggejaagd. Maar toen ze keer op keer terugkwam en haar lied herhaalde, kwam iemand op het idee dat de vogel een boodschap probeerde over te brengen: "Luister maar. De duif heeft het over een waterput en vraagt ons om riemen en haken te halen. Als we nu eens gewoon deden wat die vogel ons aanraadt?"

Zo werd Loolmong'i-wuasin dan toch uit zijn hachelijke positie bevrijd. Hij riep de duif bij zich en zei: "Omdat je me verlost hebt zal ik een ram voor je slachten. Dat doen we altijd voor gasten die we heel erg respecteren." Sindsdien zijn de duif en de krijger goede vrienden. De vogel is altijd welkom in het dorp.


*   *   *

De krijger en de duif Samenvatting
Een aantal Masai-krijgers eten uit noodzaak hondenvlees, behalve eentje. Wanneer de anderen daar achter komen, zijn ze bang dat hij hen zal verlinken. Om dat te voorkomen dumpen ze hem in een waterput, alwaar een duif hem weer uit redt. Lees het verhaal

Toelichting
Een sprookje van de Masai-stam uit Kenia.

Trefwoorden

Thema

Verhaalsoort

Bron
"Masai sprookjes" verzameld door Kris Berwouts, Uitgeverij Elmar, Rijswijk, 1999.

Herkomst: Kenia
Verteltijd: ca. 9 min.
Leeftijd: vanaf 9 jaar

Lees ook