Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 17 min.
Herkomst:

De mirt en de koning van Spanje

Als er een mirt achter een raam op de vensterbank staat, zou dat betekenen dat er een meisje in dat huis woont, dat de leeftijd heeft om te trouwen. Maar dat is niet altijd waar. Een arme vrouw had al jaren een mirt in een bloempot, hoewel ze alleen met haar man woonde. Iedereen weet, dat er in een huis zonder kinderen vaak verdriet heerst. Maar wat kun je er aan doen? De man dacht er liever helemaal niet aan en de vrouw huilde af en toe boven de mirt.

De mirt in de bloempot werd ieder jaar groter en kreeg ieder jaar nieuwe takjes, tot de vrouw op een dag verdrietig zei: "De mirt krijgt ieder jaar nieuwe takjes en ik krijg niets. Ik zou er alles voor over hebben om een kindje te krijgen, ook al was het net zo groot als de mirt."

De arme vrouw was haar woorden al gauw weer vergeten, maar na korte tijd werd ze er aan herinnerd. Na negen maanden bracht ze een kindje ter wereld en toen ze het voor de eerste keer zag, huilde ze van vreugde en verdriet. Het was geen jongetje, het was geen meisje, maar het was een kleine mirt.

De vrouw sloot de kleine mirt in haar hart alsof het een echt mensenkindje was. Liefdevol plantte ze hem in een prachtige bloempot, liefdevol gaf ze hem iedere morgen water, liefdevol praatte ze de hele dag tegen het plantje en ze was niet meer zo verdrietig. Ze vond het niet erg meer, dat ze geen kinderen had.

En niet alleen de moeder hield van de mirt, ook de buren kwamen kijken. Ook voorbijgangers konden hun ogen er niet van af houden. Zo'n mooie mirt had niemand ooit gezien.

En zo gebeurde het, dat de mirt ook het hart van een jonge koning won. Hij kwam uit het verre Spanje. Nauwelijks had hij de mirt gezien, of zijn hart begon sneller te kloppen. Zonder lang te aarzelen ging hij het huisje binnen en zei tot de arme vrouw:

"Wat is dat voor een mooie mirt, die u hebt? Verkoop hem aan mij vrouw, ik zal u geven wat u hebben wilt, maar geeft u hem aan mij, anders zal mijn hart breken." Maar de vrouw gaf de mirt niet aan hem. "Hoe kan ik haar nu aan u verkopen, het is toch mijn dochter?"

En ze vertelde de koning van Spanje de geschiedenis van de mirt.

Maar de koning van Spanje wilde de mirt meenemen. Als het niet goedschiks ging, dan maar kwaadschiks. 's Nachts toen iedereen in het huisje sliep, sloop hij stilletjes naar het open raam en nam de mirt weg. Toen de vrouw 's morgens opstond en haar lievelingsbloem miste, was de koning van Spanje al ver weg op zee. Na drie dagen arriveerde het schip aan de Spaanse kust, na een week was hij weer thuis in zijn koninklijk paleis en daar plantte hij de mirt liefdevol in het midden van zijn tuin, liefdevol gaf hij haar iedere morgen water, liefdevol speelde hij voor haar op zijn fluit. Die fluit had hij gekregen toen hij nog een jongen was. Hij moest hem geluk brengen en daarom speelde hij er iedere dag op. Toen hij de mirt nog niet had, waren zijn liedjes vaak treurig, maar nu werden ze elke dag vrolijker. Toen hij de eerste dag begon te spelen ruiste de mirt, alsof ze wilde zingen. Toen hij de tweede dag speelde begon de mirt te wiegen, alsof ze wilde dansen. En toen de koning de derde dag op zijn fluit speelde kwam er uit de mirt een beeldschoon meisje met haren die tot aan de grond reikten. Ze begon te dansen. "Wie ben je, mooi meisje?" vroeg de koning. "Ik ben jouw mirt," antwoordde het mirtmeisje en ze verdween weer in de mirt.

Vanaf die tijd dacht de koning van Spanje aan niets anders meer dan het meisje uit de mirt. Zodra hij vrij was, haastte hij zich naar de tuin, speelde op zijn fluit en verheugde zich op de tijd met het mooie meisje. Ze praatten wat met elkaar, wandelden door de tuin en waren vrolijk. Maar hun geluk duurde niet lang. De Spaanse koning moest oorlog voeren. Toen hij dat tegen het mirtmeisje zei, begon ze te huilen. Maar de koning van Spanje troostte haar: "Huil niet, lieve mirt, ik kom gauw weer terug. Als ik hier kom blaas ik drie keer op mijn fluit. Op dat teken moet je te voorschijn komen. Eerder niet, want je kunt de mensen niet vertrouwen."

De koning nam afscheid van zijn mooie mirt en liet zijn trouwe tuinier roepen: "Je moet haar elke dag water geven, je moet voor haar zorgen, alsof het je eigen kind is. Als haar iets overkomt zal het slecht met je aflopen. Ik laat je zonder genade onthoofden!"

De Spaanse koning ging de oorlog in en op het paleis bleven zijn drie zusters achter. Het waren zeer nieuwsgierige prinsessen en ze vroegen zich al een poosje af, waarom hun broer steeds de tuin in liep en voor wie hij op zijn fluit speelde. Zolang de koning nog op het paleis was, hadden ze de moed niet hem daar naar te vragen. Hem te bespioneren durfden ze helemaal niet. Nauwelijks was hij de oorlog in, of ze doorzochten zonder schaamte zijn kamer. Ze zochten net zo lang, tot ze zijn fluit gevonden hadden. Toen liepen ze snel de tuin in. Eerst probeerde de oudste zuster op de fluit te spelen. Ze blies erop, maar een lied spelen, dat kon ze niet. "Geef mij hem eens," zei de middelste zuster. Ze legde de fluit aan haar mond en blies erop, maar dat was ook alles wat ze kon.

"Geef mij hem eens," zei tenslotte de derde en jongste prinses. Ze legde de fluit aan haar mond en voor de derde maal werd er op geblazen.

De nieuwsgierige prinsessen hadden driemaal op de fluit geblazen en het meisje uit de mirt sprong er met een blij hartje uit.

"Mijn lieve koning is uit de oorlog ^teruggekeerd," zei ze vrolijk en ze stapte uit de mirt. De nieuwsgierige prinsessen riepen woedend: "Daarom ging onze broer steeds de tuin in, daarom speelde hij altijd op zijn fluit, maar dat zullen we je betaald zetten, jij heks!"

En ze grepen het meisje bij haar lange haren en nadat de mirt zich eindelijk los had kunnen rukken en in de mirt kon verdwijnen, was ze al half dood.

's Avonds, toen de tuinman de mirt wilde verzorgen, bleef hij als aan de grond genageld staan. De arme mirt was helemaal verdord, de helft van de bladeren lag op de grond. De tuinman schrok.

"Wie zou dat gedaan hebben, wie is hier geweest? Als de koning dat ziet, zal hij me laten onthoofden. Ik doe er beter aan als ik voor die tijd het bos in vlucht." En nog dezelfde avond vluchtte de tuinman. Om middernacht was hij diep in het bos. Hij klom in de kruin van een eik zodat de wilde dieren hem niet konden pakken. Maar hij had geen goede slaapplaats uitgekozen. De eik stond op een kruising van vier bospaden en onder de eik kwamen 's nachts de heksen op hun bezems aanvliegen om een gesprek te voeren.

"Weet iemand nog iets nieuws te vertellen?" vroeg één van hen.

"Wat voor nieuws zou er zijn, alles is nog bij het oude!" zei een ander.

"Alles is bij het oude, behalve de mirt van de koning," zei een derde.

"En wat is er dan met haar?" vroegen ze allemaal. "Ze gaat dood," zei de derde en vertelde, wat ze wist; hoe de koning uit een ver land een mirt gehaald had en hoe uit de mirt een mooi meisje was gekomen, en hoe de koninklijke prinsessen haar kwaad gedaan hadden.

"En kan niemand haar dan helpen?" vroegen de andere heksen.

"Natuurlijk," zei de heks.

"Maar hoe moet je haar dan helpen?" vroegen de andere heksen.

"Dat zeg ik niet, want de bomen hebben oren," zei de heks. "Wees niet bang," riepen de anderen nieuwsgierig. "Het bos zal niemand verraden."

"Nu, goed, ik zal het jullie vertellen," sprak de heks. "De mirt kan alleen geholpen worden door het bloed van één van ons. Als iemand dat bloed samen met wat morgendauw kookt en daar alle takjes van de mirt helemaal mee insmeert, dan zal de mirt helemaal verdorren, maar het mooie meisje zal voor altijd bij de mensen blijven."

De tuinman, die in de kruin van de eik zat, hoorde alles. Toen de heksenvergadering ten einde was en ze allemaal weer uit elkaar gingen, wachtte hij op de laatste heks. Moedig sprong hij boven op haar, sloeg haar met een stok en ving het bloed op in zijn hoed. Daarna rende hij naar huis. Hij haalde wat morgendauw uit de tuin, vermengde die met het bloed in een ketel en zette het op het vuur. Toen het gekookt was ging hij met de ketel de tuin in en begon de mirt in te smeren. Het was niet eenvoudig, hij mocht niet één takje vergeten. Maar nauwelijks had hij het laatste takje ingesmeerd, of de mirt was helemaal verdord en uit de verdroogde bladeren kwam een bekoorlijk meisje. De tuinman nam het meisje mee naar zijn huis, gaf haar te eten en te drinken en bracht haar naar bed.

Terwijl het meisje uit de mirt tevreden insliep, liep de koning door de paleispoort. Hij was met zijn leger teruggekeerd en was als overwinnaar uit de strijd gekomen. In het koninklijk paleis werd hij jubelend begroet. Maar de jonge koning liep dadelijk door naar de tuin, terwijl hij zijn harnas nog aan had. Toen hij de mirt zag, helemaal geel en verdord, deed zijn hart pijn. Hij liep naar het huisje van de tuinman en riep: "Kom naar buiten, jij gemene verrader, daar zul je voor boeten!"

De oude tuinman kwam uit zijn huisje en maakte een buiging: "Wind u niet op, meester en kom maar eens binnen, dan zal ik u wat moois laten zien!"

Maar de koning wilde niets zien en niet luisteren. De oude tuinman was niet bang, hij pakte de koning bij de hand en nam hem mee naar binnen.

"Kom nu maar en kijk! U kunt me dan altijd nog laten onthoofden."

De koning ging naar binnen en gaf een schreeuw van vreugde. In het bed in de kamer lag het mooie mirtmeisje: "Wat doe jij hier, mooie mirt?"

De mooie mirt vertelde hem, wat ze allemaal had moeten doormaken, wat de zusters van de koning haar hadden aangedaan.

"Als de tuinman er niet was geweest, dan zou ik hier niet meer zijn, als je uit de oorlog teruggekomen was." En toen gaf de koning een ieder wat hem toekwam. Zijn nieuwsgierige zusters stuurde hij naar het klooster, de trouwe tuinman werd zijn raadgever en het mooie meisje uit de mirt werd zijn vrouw. Ze nodigden ook de ouders van de mirt voor het huwelijk uit. En die konden van verbazing geen woord uitbrengen. Ze keken hun ogen uit, dat er uit de mirt zo'n mooie bruid was gegroeid. De moeder had niet tevergeefs haar mirt achter het raam zo goed verzorgd.


*   *   *

Trefwoorden


Verhaalsoort

Bron
"De betoverde tuin" door Marie Mrstikova. Nederlandse vertaling van Els Nuijen. Uitgeversmaatschappij Holland, Haarlem, 1978. ISBN: 90-251-0297-2

Verteltijd: ca. 17 min.
Leeftijd: vanaf 8 jaar

Lees ook