Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 5 min.
Herkomst:




De nieuwe kantele

Vainamöinen verheugde zich over de rijke oogsten, het weldoorvoede vee en de mooie huizen die de Finnen zich bouwden. Slechts een ding ontbrak: nergens klonk een lied, nergens waren de klanken van een harp te horen.

Daarom verzocht de oude wijze zijn broer Ilmarinen hem een lange hark te smeden. De smid beloofde het hem en smeedde een hark zoals de wereld nog niet had gezien: de tanden maten honderd vadem en de steel was zelfs vijfmaal zo lang. Daarmee voer Vainamöinen de zee op om de gezonken kantele op te dreggen. Maar vergeefs kruiste hij met zijn scheepje heen en weer, vergeefs kamde hij slingerplanten en stenen op de zeebodem - hij vond het instrument niet terug.

Hij ging weer aan land en schreed met gebogen hoofd naar huis. Door een bosje lopend hoort hij een klaaglijk geschrei. Hij kijkt op en zie: daar op de weide staat een eenzame berk tranen te vergieten.

"Waarom huil je zo?" vroeg Vaino, naderbij komend en de boom antwoordde: "Denkt u dat ik geen reden tot huilen heb, dat het mij bij het zingen der vogels blij te moede is? Ik sta hier geheel alleen en als er iemand naar mij toekomt is het om mij pijn te doen. In het voorjaar scheuren de jongens mij de bast van het lijf, in de zomer zitten de meisjes in mijn schaduw en breken mijn takken af om er bezems van te maken. En de mannen? Die slaan mij direct tot brandhout..."

Zo klaagde de berk en vertelde nog hoe de winter hem kwelde en de herfst hem van zijn bladeren beroofde...

"Je zult niet meer wenen, of het zal van vreugde zijn," zei daarop de wijze oude.

Hij nam de treurende berk mee en maakte uit zijn witte stam het geraamte van een harp.

Nu nog de pennen en de snaren, denkt hij, en weet ook meteen waar hij die zoeken moet.

Achter de dorsvloer, op het achtererf, stond een eeuwig jonge, eeuwig vrolijke eik.

Vrolijk, omdat hij aan elke twijg een eikel droeg en op elke eikel een koekoek zat. Uit deze twijgen maakte de oude de pennen voor zijn nieuwe instrument en reeds vroeg hij zich af waar de snaren vandaan te halen.

Hij liep door bossen en velden tot hij bij een beekje een schone blonde jonge vrouw ontmoette.

"Geef mij een paar van uw gouden haren," vroeg Vaino haar. "Ik zou daar dan snaren voor mijn nieuwe kantele van kunnen maken."

Het meisje deed hem dat genoegen graag.

Vainamöinen spande de snaren tussen de pennen en nadat hij het instrument had gestemd, streek hij er met voorzichtige vingers overheen. Toen hij luider en luider begon te spelen, steeg het rivierwater uit zijn bedding, de bomen neigden hun takken, het gedierte uit het bos kwam aangelopen en de vogels kwamen aangevlogen. Vainamöinen trok door gans Kalevala, de mannen schaarden zich vol eerbied en bewondering rond hem, de vrouwen onderbraken hun werk en de kinderen zongen mee.

Zo begon ten tijde van VainamÖinen de triomftocht van de kantele en de mensen bezongen de avonturen van hun sagenhelden tot vreugde en troost van zichzelf en anderen.


*   *   *

Trefwoorden

Verhaalsoort

Bron
"Van gouden tijden zingen de harpen: Europese sagen en legenden" door Vladimír Hulpach, Emanuel Frynta en Václav Cibula. Met illustraties van Miloslav Troup. Nederlandse vertaling door Han de Boer. Uitgeversmaatschappij Holland, Haarlem, 1970.

Herkomst: Finland
Verteltijd: ca. 5 min.
Leeftijd: vanaf 12 jaar

Lees ook