Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 15 min.
Herkomst:




De offereiser Een sprookje van Indiaan Hoosdans

In een land waar de natuur nog zijn eigen wegen kon volgen en de mens met deze krachten respectvol om kon gaan, leefde eens een oude wijze indiaan. Zijn naam luidde Sterke Bizon. Hij was opperhoofd van een kleine, maar hechte stam, waar het leven soms zwaar was, maar de moeite waard.

Sterke Bizon had drie kleindochters, Gouden Veer, Blauwe Wolk en Vlam van de Wind. Drie leuke meiden, die vrolijk door het leven gingen. Vlam van de Wind was de jongste en de felste. Eigenlijk wilde ze net als de mannen op jacht gaan. Blauwe Wolk was een rustig bescheiden meisje en de wijste van allemaal. Gouden Veer was een lieve schat, die altijd iedereen wilde helpen.

Op een kwade dag kwam het onheil hen bezoeken. Sterke Bizon stond ‘s-morgens vroeg al op met een akelig gevoel. Donkere wolken stonden aan de hemel en in de verte donderde en bliksemde het al. Dat was niet zo vreemd in dit land, maar het bezoek dat kwam, was dat wel. Een man, zijn uiterlijk niet zichtbaar door zijn zwarte cape en capuchon, op een zwart paard, kwam naar de Indianen toe.

Zo gastvrij als Sterke Bizon was begroette hij de bezoeker. De man bleef op zijn paard zitten en zei niets. Na een tijd sprak hij wel met een donkere stem. Hij sprak de Indianentaal en zei: ‘Ik zal hier elke avond als de zon onder is gegaan komen. Dan wil ik van u een offer. Een bizon, een prairiehond of een wolf. Dat zal ik 500 dagen doen. Als u mij een offer onthoudt, zal een van uw kleindochters mijn bruid worden. Zo zal dit doorgaan totdat ik drie bruiden heb.’

De man keerde zich om en reed weg, de verbijsterde Indianen achterlatend.

‘Wie is dat?’ vroegen ze.

‘Ik weet het niet,’ zei Sterke Bizon. ‘De man bluft waarschijnlijk. Hoe kan hij mijn kleindochters meenemen? We zullen ze beschermen. We kunnen soms al niet genoeg voedsel vangen voor ons volk, laat staan voor hem.’

Maar de geheimzinnige man kwam de volgende avond terug, zoals beloofd en vroeg om zijn offer. Sterke Bizon weigerde. ‘Dan zal ik een bruid nemen,’ zei de man. ‘Wacht maar af.’ Zijn stem had zo stellig geklonken, dat de Indianen toch wel een beetje bang werden. De volgende dag gingen de mannen op jacht, maar een bleef achter om de meisjes te bewaken, want stel je voor. De meisjes zaten in de tipi en vervaardigden dromenvangers. De Indiaan zat voor zijn tipi, maar er gebeurde niets. Maar ineens stak er een onheilspellende wind op en er verschenen nevelwolken. De Indiaan begon te gapen, hij werd moe.

‘Ik hoor een paard hinniken,’ zei Gouden Veer en een rilling liep over haar rug. Ze stond op om een kijkje te nemen. De Indiaan was in slaap gevallen. Net wilde ze hem wakker maken of ze hoorde hoefgetrappel. Voor haar stond de man in het zwart. Voordat ze de kans had om terug te gaan naar de tipi, had hij haar al vastgegrepen en op zijn paard getild. Ze gilde het uit en haar zusters kwamen naar buiten. Maar ze konden haar niet meer helpen. Ze zagen hun zusje verdwijnen met de man. De vrouwen waren in rep en roer, alsmede de Indiaan die hen moest beschermen. De andere mannen kwamen terug en waren zeer bedroefd.

’Hij meent het dus. Maar we mogen niet toegeven. We moeten de andere twee morgen nog beter beschermen,’ zei Sterke Bizon. De man kwam die avond om zijn offer vragen, maar Sterke Bizon weigerde. ‘Dan zal ik morgen de tweede bruid komen halen,’ zei de man. De volgende dag bleven er twee mannen bij de tipi. Ze werden door allerlei rituelen beschermd om dit keer niet in slaap te vallen. Een hele tijd gebeurde er niets. Maar plotseling stak er een sterke wind op. ‘We moeten ons beschermen tegen de nevelwolken, die ons in slaap brengen,’ zeiden de mannen en ze dekten hun gezichten af met lappen. Maar er verschenen geen nevelwolken. De wind verdween langzaam. De lucht was helder en de zon stond hoog aan de hemel. Opgelucht haalden ze adem. Het gevaar was geweken. Maar het begon wel te regenen en hard te regenen. De mannen konden hier doorgaans wel tegen, ware het niet dat deze regendruppels uit het niets leken te komen en jeuk op hun huid veroorzaakte. Ze krabbelden druk en zagen niet dat een zwarte man op een paard was genaderd.

‘Ik hoor een paard hinniken,’ zei Blauwe Wolk en ze ging naar buiten. Ze zag de twee Indianen als een bezetene over hun getergde huid krabbelen en wilde hen helpen. Maar ze werd gegrepen door de zwarte man en op het paard gezet. Ze gilde het uit, maar de twee Indianen waren niet in staat haar te helpen. Vlam van de Wind was naar buiten gekomen en woedend zag ze hoe haar zusje meegenomen werd. Het verdriet en de verslagenheid waren groot.

‘Maar we mogen niet toegeven aan de wensen van deze boosaardige man,’ zei Sterke Bizon. ‘Dan zullen we uiteindelijk allemaal sterven.’ ‘Maar opa,’ zei Vlam van de Wind. ‘Niemand kan mij beschermen. Morgen zal ik worden meegenomen en eveneens zijn bruid worden. Dat wil ik niet. Wat moeten we doen!’ Sterke Bizon keek zijn kleindochter met verdrietige ogen aan en zei: ‘Ik weet het, lieve meid. Wij zijn niet in staat je te beschermen tegen dit monster. Misschien is de Hoedster van de Wolven de enige kans. Of ze bestaat weet ik niet, maar het schijnt dat zij de boosaardigen kan bestrijden. Vlam van de Wind, wij moeten zo dadelijk naar de vlakte trekken. Dat is gevaarlijk, maar de enige kans. Daar moeten wij een vuur aanleggen en de Hoedster van de Wolven oproepen.’ ‘Als dat de enige kans is, opa, dan moet dat maar,’ zei Vlam van de Wind.

Sterke Bizon nam zijn kleindochter mee naar de vlakte, waar ze een gemakkelijke prooi waren voor roofdieren. Ze legden een groot vuur aan en de oude Indiaan riep de Hoedster van de Wolven op, terwijl de zon langzaam onderging. Het gehuil van wolven klonk in hun oren, maar Vlam van de Wind was niet bang. Alles was beter dan bruid te worden van zo’n monsterlijke man. Een witte nevel verscheen en werd steeds dikker, zo dik dat het hen omhulde. Ze zagen niets meer om zich heen. Heel langzaam ontwaarden zij de gestalte van een beeldschone vrouw met spierwitte vleugels. Naast haar stond een prachtige wolf met zeer vriendelijke ogen. De monden van Sterke Bizon en Vlam van de Wind vielen open van verbazing en ontroering.

‘Ik zal jullie helpen,’ zei de Hoedster van de Wolven. ‘Geef de man wat hij wil, elke dag. Doe dit 500 dagen lang. Elke dag zal een van mijn wolven op jullie pad komen en met jullie meegaan. Vraag niets meer. Zij zullen het offer zijn. Kom na die 500 dagen terug.’

Sterke Bizon en Vlam van de Wind keerden terug en een wolf volgde hen rustig. Op het moment dat Vlam van de Wind het dier wilde aaien, merkte ze dat hij niet echt van vlees en bloed was. De man verscheen weer en eiste zijn offer. Zonder dralen schonk Sterke Bizon hem de wolf. Dit ging zo elke avond door en hij liet het jongste meisje met rust. Na die 500 dagen keerde de oude Indiaan en zijn kleindochter terug naar de vlakte om de Hoedster van de Wolven op te roepen.

‘Maar nu heb ik nog steeds mijn andere kleindochters niet terug,’ riep de Indiaan verdrietig. ‘En ik mis mijn zusters,’ huilde Vlam van de Wind.

De Hoedster van de Wolven verscheen weer en met een vriendelijke zachte stem zei ze: ’Hij zal weer terugkeren en nog meer eisen. De wolven die hij heeft gekregen vullen zijn maag niet, maar hij heeft niet in de gaten dat hij bedrogen wordt. Met uw twee kleindochters gaat het goed. Hij laat ze met rust. Ze leven in een grot. Hij denkt dat hij ze de wolvenhuiden geeft, maar zij weten dat het niet echt is. Doch, ze zijn zwijgzaam en aanvaarden hun lot. Om zich in leven te houden voeden ze zich met kleine dieren, maar daar weet hij niets van. Nu moet je hem nog een wolf geven. Dat is een wolf van vlees en bloed. Volg de man en zie wat er gebeurt.’

Ze keerden terug en een wolf volgde hem. Vlam van de Wind aaide het dier en deze was inderdaad van vlees en bloed. De man keerde terug en zei: ’Nu wil ik weer 500 dagen lang een offer, maar ik wil geen wolven meer. Ze zijn mij te licht verteerbaar. Ik heb niet het gevoel dat ik voldoende gevuld ben. Ik moet mezelf bijvoederen met kleine dieren.’ Sterke Bizon pakte de wolf op en gaf hem aan de man. ’Toe, dit is de laatste. Morgen zorg ik ervoor dat je iets anders krijgt.’ De man nam het dier in ontvangst en zei: ’Nou, deze voelt wel zwaarder aan.’ Hij verdween weer en Sterke Bizon, Vlam van de Wind en een paar anderen volgden de paardensporen. Pas toen de ochtend aanbrak zagen ze het. De man zat voor een grot en roosterde het vlees. Zijn capuchon was af en ze zagen zijn afschuwelijke gezicht. Zijn gebit had scherpe tanden en zijn ogen puilden uit. Een monster, dat was het.

De Indianen hielden zich schuil achter de rotsen en zagen hoe de man het vlees sneed en in zijn mond stopte. Op dat moment viel zijn huid en vlees van zijn botten. Hij gilde het uit en zijn kreten waren in de wijde omtrek te horen. Niet veel later was er niets meer van hem overgebleven dan een geraamte. Nu gingen de Indianen de grot in en vonden de meisjes. Ze waren vastgeketend, dus hadden nooit kunnen ontsnappen. Het weerzien was ontroerend. Sterke Bizon omhelsde zijn kleindochters, terwijl de anderen de ketenen losmaakte.

Vlam van de Wind keek naar de horizon, terwijl tranen over haar wang biggelden. ’Dank, Hoedster van de Wolven, grote dank.’

In de verte klonk het zachte gehuil van een wolf en het leek net of daarin te horen was. ’Geen dank.’

© K.J. Erkens


*   *   *

De offereiser Samenvatting
Een sprookje van Indiaan Hoosdans.

Toelichting
Karin Erkens is naar eigen zeggen al creatief vanaf het moment dat ze de wieg verliet. Eerst door te 'ondernemen', zoals een hangplant van de muur aftrekken, maar later door vooral te tekenen en verhalen te vertellen. Haar mondje stond volgens haar moeder niet stil. Zodra ze het schrijven leerde, volgden er ook veel verhaaltjes op papier. Alles wat maar creatief kon worden bewerkt, ging door haar handen. Later is ze de opleiding Creatieve Handvaardigheid gaan volgen en leerde daar werken met verschillende materialen. Na de geboorte van haar zoontje Benjamin is ze zich vooral toe gaan leggen op het schrijven. In eerste instantie voornamelijk kinderverhalen, die ze aan Benjamin (en soms in zijn klas) voorleest. De kleine man doet haar inmiddels driftig na met tekenen en daarbij verhalen vertellen. Zijn mondje staat volgens zijn moeder niet stil. Hij wil later net zo mooi kunnen tekenen en schrijven als zijn moeder. Op een zeker moment waren er zoveel verhalen geschreven, dat zij deze op haar eigen site heeft geplaatst. Ook heeft zij inmiddels deelgenomen aan een aantal schrijfwedstrijden, waarvan enkelen met succes en liggen er een aantal manuscripten klaar voor verdere bewerking.

Zij schrijft op dit moment voornamelijk kinderverhalen en sprookjes, maar ook andere genres (science-fiction, thrillers, fantasy) worden niet geschuwd, omdat dit voor haar een uitdaging is
http://www.safira.leestvoor.nl/

Trefwoorden

Verhaalsoort

Bron

Herkomst: Nederland
Verteltijd: ca. 15 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook