Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 13 min.
Herkomst:

De ongenode bruiloftsgast Een Estisch sprookje over drie magische tovervoorwerpen

Een man die alleen door het bos liep, kwam bij een open plek waar drie dwergen bezig waren elkaar vreselijk toe te takelen. Ze sloegen elkaar met hun kleine vuistjes, ze schopten elkaar met hun kleine voetjes, ze trokken aan haren en baarden - het was gruwelijk om aan te zien. De man - dit gebeurde allemaal in Estland - ging dichterbij en vroeg waarom ze zo met elkaar vochten.

"Goed dat u gekomen bent," riepen de dwergen eensgezind. "U kunt scheidsrechter zijn in ons geschil."

"Dan dien ik toch eerst te weten waarover het gaat," zei de Est. "Schreeuw nu niet direkt alle drie door elkaar. Laat ieder op zijn beurt vertellen wat er aan de hand is, zodat ik er wijs uit kan worden."

"Zeer juist," zei de grootste dwerg. "Dan zal ik maar de spits afbijten. Luister nauwlettend, beste man. Gisteren overleed onze vader - wij zijn drie broers - en nu valt zijn erfenis te verdelen. Ziedaar in een notedop de oorzaak van onze broedertwist."

"En waaruit bestaat de erfenis van uw vader?" vroeg de man.

"Ziehier!" zei dezelfde dwerg en hij wees naar een paar afgetrapte schoenen, een verfomfaaide vilthoed en een ruwe knots, die naast elkaar in het gras lagen.

"Om deze oude bullen vliegen jullie elkaar in haar en baard?" vroeg de man. "Iemand met een greintje gezond verstand zou ze op de vuilnishoop gooien. Dat jullie er anders over denken is jullie eigen zaak, maar wees dan wijs en verdeel die ongure erfenis in vrede. Jullie zijn drie broers, er zijn drie erfstukken, dus wat kan simpeler zijn: dwerg a krijgt de schoenen, dwerg b krijgt de hoed, dwerg c krijgt de knoet!"

"Over onze lijkjes!" schreeuwden de dwergen. "Zo mag het in geen geval gaan. Deze drie dingen moeten bij elkaar blijven. Anders gaat de toverkracht eruit."

"Toverkracht?" zei de man. "Vertel me daar eens meer van."

Nu nam een tweede dwerg (hij had een dichtgeslagen oog) het woord. "Die oude hoed is, voor wie hem draagt, meer waard dan de grootste schat. Wie die hoed draagt, ziet alles wat op aarde gebeurt, wist u dat? Ver weg of dichtbij maakt geen verschil; met die hoed op kijk je net zo ver als de verste ster en bovendien kun je alle gedachten lezen van ieder weldenkend of kwaaddenkend wezen. Op die oude schoenen loopt de drager van de hoed naar Koerland of Polen of verder als het moet in de allerkortste keren. Wilt u nu soms nog beweren dat deze oude spullen ons ten onrechte met woede vervullen, zolang de een ze niet aan de ander gunt? En dan deze knots, daarmee kan de drager van hoed en schoenen ieder laten wijken voor zijn wil. Ja, zelfs rotsen en rivieren, boze geesten en wilde dieren, en bedenkt u de rest er verder maar bij. Alles gaat voor deze knots opzij. Volgens mij kunnen we alleen uit de moeilijkheden raken als we afspreken om beurten van deze spulletjes gebruik te maken."

"Deze geschiedenis heeft zijn amusante kanten," zei de man. "Ik heb een idee. Ik zal als scheidsrechter dit geschil regelen, maar ik kan geen rechtvaardige uitspraak doen voor ik zelf deze drie erfstukken heb gekeurd. Ik zou graag de schoenen aandoen, de hoed opzetten en de knots vasthouden. Daarna geef ik bescheid."

"Gaat uw gang!" riepen de dwergen. "Als het niet teveel tijd vergt tenminste. Vandaag is in Koerland een schitterende bruiloft. Van heinde en verre trekken onze familieleden en vrienden erheen en wij willen ook van de partij zijn."

De man nam de vilthoed uit het gras. Bij het aanraken ervan merkte hij dat die hoed helemaal niet van vilt was; die hoed was gemaakt van de nagelrandjes van kinderhandjes. De man zette de hoed op (het was een kleine maat) en terstond werd de bruiloft in Koerland glashelder zichtbaar.

"Zet nu de schoenen voor mij neer en geef mij de knots in de hand," zei de man. "Daarna gaan jullie alle drie voor me staan met jullie ruggetjes naar mij toe. En denk erom: niet achterom kijken voor ik als scheidsrechter de uitslag heb bekend gemaakt."

De dwergen deden wat hen was opgedragen, zonder dat in hun eenvoudige breintjes enig wantrouwen ontstond. Zodra ze met hun ruggetjes naar de 'scheidsrechter' stonden, schoot deze de schoenen aan (ze zaten erg nauw) en zwaaide de knots over de dwergenhoofdjes. De drie dwergen losten op als dunne mist; alleen hun voetafdrukjes in het gras herinnerden eraan dat ze daar gestaan hadden. Nu hief de man het rechterbeen en hij riep: "Naar Koerland, naar de bruiloft!"

Een oogwenk later zat hij er al temidden van een bont gezelschap. Omdat de man door het dragen van de hoed alles zien kon, zag hij niet alleen de genode gasten, maar ook de ongenode gasten: op de randjes en richels langs de plafonds krioelde het van dwergen.

"Wat zie ik?" hoorde hij een van de dwergen zeggen. "Ons oompje is ook op het feest!"

"Welnee," fluisterde een ander, "dat is ons oompje niet. Dat is een onbekende man met oompjes hoed, oompjes schoenen en oompjes knoet."

Intussen werden de schalen met kostelijke spijzen op tafel gezet. De man uit Estland zag nu iets gebeuren dat geen van de andere gasten kon zien, omdat het zo razendvlug ging: de dwergen gristen de kostelijke spijzen van de schalen en legden er vieze kliekjes voor in de plaats. Zo verwisselden ze ook de inhoud van kannen en flessen.

De man uit Estland stond op en richtte het woord tot de vader van de bruid. Hij begon met: "U zult mij hopelijk niet kwalijk nemen dat ik zo onverwacht kom binnenvallen. Ik neem aan dat een gast meer of minder er niet toe doet, op deze voor u allen zo heugelijke dag. Het zou natuurlijk wat anders zijn als het aantal ongenode gasten de uitgenodigde gasten zou overtreffen. En dat is hier nu juist het geval!"

"Ik ben bang dat ik u niet begrijp," zei de vader van de bruid.

"Zet u mijn hoed even op, dan ziet u wat en wie ik bedoel," zei de man uit Estland en hij zette de vader van de bruid zijn hoed op, zodat deze nu met eigen ogen het dwergen volk zag zitten.

De vader van de bruid werd zo wit als de sluier van zijn dochter en riep: "Die kleine gastjes komen mij niet gelegen. Hoe raak ik ze kwijt?"

"Daar zal ik voor zorgen," zei de man uit Estland, die de hoed weer terugnam en hem op zijn eigen hoofd zette. "Alle gasten die wel zijn uitgenodigd, nodig ik uit om even de buitenlucht in te gaan. Vervolgens sluit ik alle ramen en deuren, en ook alle kieren en spleten, zorgvuldig af. Waarna ik de dwergjes laat verdwijnen!"

Hoewel de vader van de bruid de zaak maar half vertrouwde (daarvoor was hij dan ook de vader van de bruid), stemde hij toch toe in deze gang van zaken. De uitgenodigde gasten gingen naar buiten en de man uit Estland bleef alleen achter in het feestelijke vertrek om alle deuren, ramen, spleten en kieren af te sluiten. Toen dat door hem gedaan was, liep hij drie keer de kamer rond, zwaaiend met de knoet. De kleine gastjes losten op als dunne mist; alleen de afdrukken van hun zitvlakjes op de stoffige richels herinnerden eraan dat ze daar gezeten hadden.

De man uit Estland riep nu de vader van de bruid de kamer in en zette hem de vilthoed op.

"Overtuig u! Ze zijn allemaal foetsie!"

"Waaratje, ze zijn weg!" zei de vader van de bruid. "Kunnen nu de uitgenodigde gasten weer aan tafel gaan?"

"Nodig ze uit om aan tafel te gaan!" zei de man met de hoed.

Even later zat iedereen te smullen, want de vieze kliekjes van de dwergen waren afgeruimd en de kooksters in de keuken stonden bergen nieuwe spijzen te bereiden. De man met de hoed smulde mee. De gedachten van de feestvierenden waren voor hem te lezen als Ot en Sien. Wat de man met de hoed las stemde hem verre van feestelijk. Hij las de hebzuchtige gedachten van de bruidegom, die meer naar de rijkdommen van zijn schoonvader dan naar zijn bruid verlangde. Hij las de gemakzuchtige gedachten van de bruid, die zich verheugde op een lui leven als gebiedster in het huis van haar vader. Hij las de gedachten van de andere gasten: onnozele gedachten, minne gedachten, schandalige gedachten, haat en nijd en jaloezie en inhaligheid.

Ten einde raad - want zijn eten smaakte hem steeds minder - zette hij de hoed maar af. Pas toen kwam de stemming erin en begon het zingen en voordragen. Het werd een mooi feest.


*   *   *

De ongenode bruiloftsgast Samenvatting
Een Estisch sprookje over drie magische tovervoorwerpen. Een man komt drie dwergen tegen die ruzie maken over een erfenis die bestaat uit een toverhoed, een toverknoet en toverschoenen. Hij besluit scheidsrechter te zijn, maar hij moet natuurlijk eerst de dingen uitproberen. Als hij de drie objecten in zijn bezit heeft tovert hij de dwergen weg en haast hij zich naar een bruiloft in Koerland. Daar zorgt hij er met de drie toverwerpen voor dat het bruiloftstfeest een groot succes wordt. Lees het verhaal

Toelichting
Van het type AT 0506 - Quarreling Giants Lose Their Magic Objects, alhoewel het in dit geval ruziënde dwergen zijn. Vergelijk o.a. De trommelslager en De koning van de gouden berg.

Trefwoorden


Verhaalsoort

Bron
"Sprookjes en vertellingen uit Rusland" vertaald en bewerkt door Hans Werner. Deltos Elsevier, Amsterdam/Brussel, 1972. ISBN: 90-10-30122-2

Herkomst: Estland
Verteltijd: ca. 13 min.
Leeftijd: vanaf 8 jaar

Lees ook