De oude grootvader en zijn kleinzoon

Een stokoude man morst en kwijlt tijdens het eten; vader en moeder kunnen het niet aanzien en stoppen hem ver weg in een hoekje. Het zoontje van vier houdt hen een spiegel voor.
Er was eens een stokoude man; zijn ogen waren troebel geworden, zijn oren doof, en zijn knieën knikten. Als hij aan tafel zat en zijn lepel nauwelijks kon vasthouden, morste hij de soep op het tafellaken en hij liet ook weer wat uit zijn mond lopen. Zijn zoon en diens vrouw gruwden daarvan en daarom moest de oude grootvader tenslotte in de hoek achter de kachel gaan zitten, en ze gaven het eten in een aarden schotel en bovendien niet eens genoeg; dan keek hij bedroefd naar de tafel en zijn ogen werden vochtig. Tenslotte konden zijn bevende handen het schoteltje niet meer vasthouden, het viel op de grond en brak.

De jonge vrouw werd boos, maar zij zei niets en zuchtte alleen maar. Toen kocht ze voor hem een houten bakje voor een paar stuivers en daar moest hij uit eten. Terwijl ze zo bij elkaar zitten, zien ze dat het kleinzoontje van vier jaar kleine plankjes bij elkaar raapt. "Wat doe je daar?" vraagt de vader. "Ik ga een houten bakje maken," antwoordde het kind, "daar moeten vader en moeder uit eten als ik groot ben." Man en vrouw keken elkaar een poos aan en begonnen beiden te huilen. Meteen haalden zij de oude grootvader weer aan tafel en lieten hem voortaan altijd meeëten en zeiden niets als hij een beetje morste.


*   *   *

Toelichting
Dit verhaal komt reeds in de autobiografie 'Jugend' (1778) van de Duitse schrijver Jung Stilling voor. Verwant met De ondankbare zoon.

In de Middeleeuwen vinden wij het in een iets andere vorm: een vader snijdt een kleed in twee stukken en geeft daarvan de helft aan de grootvader, waarop het kleinkind de andere helft voor later wil bewaren.

Het spreekt vanzelf dat het in de Middeleeuwse exempel-verzamelingen een geliefd motief was; zo vinden wij het bij Jacques de Vitry, Bromyard, Vincentius van Beauvais en Petrus Alfonsus. Vandaar kwam het in de volksliteratuur, bijv. in het Franse fabliau 'La houce partie'; in de Middelnederlandse literatuur vinden wij het in de 'Lekenspiegel' van Jan van Boendale en in de 'Spiegel der Sonden'. Dichters hebben het ook graag bewerkt; bijvoorbeeld Hans Sachs 'Die Rossdecke' en Jan van Beers 'De arme grootvader'.

Dit moraliserende verhaal is waarschijnlijk uit Indië afkomstig; we vinden het ook reeds in een novelle van Râjasjekhara. Een Masai-sprookje over het zonder respect behandelen van ouderen, is De zieke leider. Marinus van den Berg schreef De brief in het nachtkastje.

Bron
"De sprookjes van Grimm; volledige uitgave" vertaald door M.M. de Vries-Vogel. Unieboek BV - Van Holkema & Warendorf, Weesp, 1984.

Oorspronkelijke titel

Engelse titel

Feest/viering

Lees ook