Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 8 min.
Herkomst:




De reiziger en de slang

Een man gaat op een goede dag op reis. Hij is al een tijd op weg en wordt moe. Hij denkt: Laat ik hier even wat uitrusten, en hij gaat onder een iep wat liggen. Maar er zat een slang in die iep... De man stookt een vuurtje onder de boom; maar de vlammen raken de boom en - daar staat de boom in brand. En de slang boven schreeuwen! Die arme slang zou nog verbranden!

"Weet je wat, ik sta op en ga dat beest redden," zegt de man. Zo gezegd, zo gedaan: hij staat op en redt de slang uit het vuur. Maar dan komt de slang dreigend op hem af: "Hé mensenkind, ik ga jou bijten." - "Wat krijgen we nou, waarom wil je me bijten? Ik heb jou toch uit het vuur gered?" - "Niets mee te maken, ik ga je bijten... Dan had je me maar niet uit het vuur moeten redden." - "O, als het er zo voor staat, dan stel ik voor op drie plaatsen raad te vragen. Alleen als ze alledrie het oordeel 'bijt maar' geven, dan mag je me bijten."

Ze stappen op en gaan op weg. Na een tijdje zien zij een os. En de man zegt: "Hé vader Os! Deze slang was bijna verbrand, ìk heb hem uit het vuur gered. Maar nu wil hij mij bijten. Ik ben goed voor hem geweest. Mag hij mij dan bijten of niet?" - "Ja, dat mag hij wel doen," zegt de os. "Verdienen mensen goedheid? Ze laten mij al hun land ploegen en nog eens ploegen, en als ik oud geworden ben, brengen ze mij naar de slager en laten me slachten. Nee, een mensenkind verdient geen goedheid." - "Ha, goed zo," zegt de slang, "de eerste uitspraak hebben we binnen."

Zij vervolgen hun weg en komen even later bij de oever van een rivier. Daar zeggen ze: "Laten we het ook maar aan deze rivier vragen; eens kijken wat die zegt." - "O, heilige rivier," zegt de man, "deze slang was bijna verbrand, ìk heb hem uit het vuur gered. Maar nu wil hij mij bijten. Zeg eens, mag hij mij nu bijten of niet?" - "Natuurlijk mag hij bijten. Een mensenkind verdient geen goedheid. En waarom niet? Mensen spoelen hun wasgoed en al hun spullen in mij schoon; ze baden zelf ook in mij en drinken mijn water. En of het nog niet genoeg is, wassen ze ook zo vaak hun gezicht en handen in mij en dan spugen zij mij bovendien nog eens in mijn gezicht ook." - "Oké, hier hebben we uitspraak nummer twee!" zegt de slang.

Ze lopen verder en komen een vos tegen; ze roepen naar hem: "Hé, vadertje Vos, stop eens even!" De vos blijft staan. "Deze slang," zegt de man, "was bijna verbrand in een boom, en ik heb hem gered. Nu wil hij mij bijten. Mag hij mij bijten, ja of nee?" De vos geeft de man stiekem een seintje, alsof hij wil zeggen: "Levert het me nog wat op?" De man knipoogt van 'ja'. En de vos zegt: "Natuurlijk mag hij je niet bijten." - "Goed zo," zegt de man, "omdat het laatste antwoord 'niet bijten' is, mag je mij dus niet bijten."

De slang geeft het op en gaat weg. Dan vraagt de vos aan de man: "Vriend, wat breng je nu voor me mee?" - "Ik zal je veertig kippen en veertig hanen brengen." - "Goed, waar breng je ze?" - "Naar die plaats, je weet wel, waar die grote akker is; dat is een verlaten plekje, daar breng ik ze morgen naar toe. Als jij daar dan op mij wacht..."

De volgende dag stopt de man veertïg jachthonden in een grote zak, en met die zak op zijn rug gaat hij opgewekt naar de plaats waar de vos wacht. Die zit zich al te verlekkeren: "Hmmm, daar komen veertig kippetjes en veertig hanen." Bij de vos aangekomen zegt de man: "Vriend, ik heb ze meegebracht hoor, de kippen. Zal ik ze één voor één uit de zak halen, of moet ik ze er allemaal tegelijk uitgooien?" De vos zegt likkebaardend: "Oef, ik geniet al bij voorbaat. Gooi ze er allemaal maar tegelijk uit, kom maar op. En die er vandoor gaan drijf ik met plezier weer bij mekaar."

Dan opent de man de zak en zegt: "Allah, neem je schepsel bij je en houd die idioot in bedwang," en hij gooit de zak in één ruk leeg. De veertig honden komen eruit en zodra ze de vos zien storten ze zich bovenop hem. De vos schiet weg en ontkomt maar ternauwernood aan de honden. Hij klimt op een hoge rots en roept: "O moeder, wat ben ik een stomkop! Waarom heb ik toch niet 'bijt hem maar gerust' gezegd? Ik bleef altijd zo netjes van de kippen af en moet je zien wat een ellende me nu achtervolgt."

Het vosje heeft zijn hachje gered, dat is waar, maar hij is ook wel ontzettend kwaad geworden op de mensen. "Hé mensenkind," zegt hij, "ik zal in je huis, hof of hok, of waar ik ze ook maar kan vinden, geen kip of haan in leven laten." En zo heeft de vos die dag gezworen voortaan kippen te stelen uit de kippenhokken van de mensen. En tot op de dag van vandaag houdt hij zijn woord.


*   *   *

De reiziger en de slang Samenvatting
Een man redt een slang uit een brandende iep. Deze toont geen dankbaarheid en wil hem bijten. Ze gaan echter eerst aan de os, de rivier en de vos advies vragen of de mens wel goedheid verdient. Lees het verhaal

Toelichting
Bron: Az gittik, uz gittik, P. N. Boratav, Ankara, 1969 (no. 7, TTV 48). Verspreidingsgebied: Anatolie en Azerbaydjaan. Vertaald door Veronica Divendal, 1988.

De slang en de reiziger kunnen het niet eens worden. Daarom gaan zij op drie plaatsen een fetva, een advies vragen, en wanneer alledrie hetzelfde luiden dan moet het gebeuren. In het islamitische recht kan een rechtsgeleerde zo'n fetva geven. Die uitspraak is dan doorslaggevend.

De vorm is weer belangrijk: drie maal herhaling van de vraag en spanning van welke antwoorden zullen volgen. In dit verhaal zit wel een moraal. Een gezegde is: wie goed doet, goed ontmoet. Maar verdient de mens zelf deze goedheid wel, doen mensen in het algemeen dieren en de natuur niet te veel geweld aan, om aan goed doen dit wederrecht te ontlenen?

De os, eerbiedig vader Os genoemd, en de rivier, Heilig genoemd, vinden van niet. Het verlenen van een geest en heiligheid aan dieren en natuur zoals een rivier, een boom, past in de traditionele volksgeloven in Turkije en gaat terug op de oude animistische godsdiensten.

De vos is geen eerlijke rechter, uit eigenbelang. Maar al met al loopt het slecht af met de vos. Tegelijk wordt een slechte gewoonte van vossen in dit verhaaltje verklaard.

Verwant is het Nederlandse verhaal Er is geen dankbaarheid op deze wereld.

Trefwoorden

Thema

Verhaalsoort

Oorspronkelijke titel
  • Yolcu ile yilan

Bron
"Volksverhalen uit kleurrijk Nederland. Dieren. Dierenverhalen uit de Chinese, Joodse, Nederlandse, Indiase, Turkse, Surinaamse, Marokkaanse en Indonesische verteltraditie" uitgegeven door Uitgeverij Lemniscaat, Rotterdam, 1990.

Herkomst: Turkije
Verteltijd: ca. 8 min.
Leeftijd: vanaf 6 jaar

Lees ook