Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 12 min.
Herkomst:

De visser en de waternimf Een Zweeds volksverhaal over het ontstaan van Stockholm

Daar, waar Uppland grenst aan Sörmland en waar het water van het Mälarmeer uitmondt in zee, daar ligt op enkele eilanden de stad Stockholm. Er is een tijd geweest dat niemand in dit gebied wilde wonen, hoewel de grond bij uitstek geschikt was voor de landbouw, om van de visvangst nog maar te zwijgen.

In die tijd keerde hier een jonge visser, afkomstig uit Lindigön, van het Mälarmeer terug naar de oever van de rivier. De vangst was goed, en daardoor bleef hij tot de invallende schemering op zee. Toen het donker werd roeide hij snel huiswaarts, maar bij het rotsachtige eiland werd hij door de duisternis overvallen en kon weldra geen hand meer voor ogen zien. Er zat dus niets anders op, dan de nacht hier door te brengen.

Moeizaam trok hij de vol beladen boot uit het water. Nadat hij een steen onder zijn hoofd had gelegd, viel hij onmiddellijk van uitputting in slaap.

Hoe lang hij zo al gelegen had, wist hij niet, maar toen hij zijn ogen opendeed, baadde het landschap in zo'n zilverachtig licht dat het leek, of de nacht al had plaats gemaakt voor de nieuwe dag. De visser wilde zijn weg weer vervolgen, toen hij aan de hemel de grote ronde schijf van de maan zag staan. En toen hij naar de zee keek zag hij torenhoog zich opstapelende wolken, die snel naderbij kwamen.

"Robben," zei hij verrast en verstopte zich vlug in de schaduw van de boot, om de dieren niet aan het schrikken te maken. Vanuit zijn schuilplaats wachtte hij nieuwsgierig af, wat er ging gebeuren. En hij werd in zijn verwachting niet teleurgesteld. Eerst zo'n vijftig, maar al gauw meer dan honderd robbenkoppen telde hij in het water, maar toen de logge dieren aan de kant waren geklommen, hield de visser de adem in: de dieren wierpen hun pels af en veranderden in beeldschone meisjes.

Het waren waternimfen en de visser had al veel over hen gehoord. Zo wist men te vertellen, dat ze in heldere nachten met volle maan naar enkele eilanden zwommen en daar, tot de dag aanbrak, aan de oever speelden en dansten.

De nimfen droegen lange en golvende gewaden van een eigenaardige groenachtige stof, licht als een veertje. Op hun hoofd droegen ze een paarlenkroontje.

Nu legden ze de pelzen op de oever neer en renden naar de grasmat. Daar dansten ze hun rondedans. Steeds sneller en sneller dansten ze, elkaar bij de hand houdend, zodat hun slanke benen nauwelijks de grond raakten. De kroontjes en gewaden vormden één grote, glanzende ring en daarbovenuit hoorde men de meisjes zingen, en hun gezang klonk als het geklingel van zachte klokjes.

De jonge visser was zo verdiept in dit bekoorlijke schouwspel, dat hij er zich helemaal niet van bewust was, dat de maan langzaam verbleekte en de nieuwe dag zich aankondigde. Maar plotseling ontdekten de nimfen hem en ze vlogen verschrikt terug naar hun pelzen.

Eén pels lag binnen het bereik van de visser. Hij aarzelde geen moment, trok hem ogenblikkelijk naar zich toe en verstopte hem onder zijn hemd. Hierna hield hij zich slapend en bekeek vanuit zijn ooghoeken de haast en verwarring van de nimfen en het gehuil en gejammer van haar, die haar huid niet kon vinden.

Maar het was de hoogste tijd, de nimfen moesten weer terug naar zee. Ze trokken hun pelzen aan, en zoals ze op het eiland waren opgedoken, zo verlieten ze het weer - op één na.

Zij moest op de oever achterblijven. Huilend en klagend achtervolgde ze haar vriendinnen. De visser kon haar verdriet niet langer aanzien en was al van plan de pels terug te geven, tot hij een ingeving kreeg. Lange tijd al zocht hij een lief meisje, dat hij tot zijn vrouw wilde maken. Als ze ook maar een beetje op deze nimf zou lijken, dan zou hij de gelukkigste man op aarde zijn...

Vlug verstopte hij de pels weer onder een steen. Maar erg lang hield hij het niet vol. Hij rende de boot uit en liep naar de huilende nimf.

"Waarom huil je?" vroeg hij haar, en toen hij geen antwoord kreeg, nam hij het meisje in zijn armen en droeg haar naar de boot, die al op het water lag te schommelen.

En zo bracht hij niet alleen een boot vol vis, maar ook een nimf mee naar Lindigön.

De moeder van de jongen voelde zich dadelijk tot het lieve en bekoorlijke meisje aangetrokken en ze bemerkte al gauw, dat ze niet alleen mooie ogen had en een goed hart, maar ze was ook gehoorzaam en vlijtig en hielp in het kleine vissershuis waar ze maar kon. Binnen korte tijd waren de twee jonge mensen tot over hun oren verliefd op elkaar, en nooit meer sprak het meisje over de zee of de robben. Het leek wel, alsof ze alles was vergeten.

Weldra maakte de jonge visser alles gereed voor de bruiloft. Omdat er toen in Lindigön geen kerk was moesten ze, net als andere paartjes, met de boot naar Mälar varen.

En dat werd een vrolijke tocht.

Een onafzienbare rij boten vertrok van het vissershuis, en lange rijen bruidsjonkers en bruidsmeisjes uit de hele omgeving vergezelden het gelukkige jonge paar. De meisjes begonnen zachtjes te zingen, de jongens roeiden om het hardst, maar niemand roeide zo snel als de jonge visser.

Hij had alleen maar ogen voor het lieve meisje, dat binnen enkele uren zijn vrouw zou zijn en was de anderen al een hele mijl voor. De boot vloog over het water en nog nooit was het roeien hem zo gemakkelijk afgegaan. Of zou de nimf hem betoverd hebben?

Toen ze het eiland voorbij voeren, waar ze elkaar voor het eerst hadden gezien, vroeg de jonge man plotseling: "Verlang je nog naar je pels terug?"

"Waar heb je het over?" vroeg het meisje en keek hem verrast aan. "Ik kan me geen pels herinneren..."

Haar bruidegom schudde wantrouwend zijn hoofd. "Als je me niet gelooft, dan zal ik het je bewijzen!"

Hij stuurde de boot naar het eiland, om de huid uit de schuilplaats te voorschijn te halen. En toen hij haar de pels liet zien, herinnerde de nimf zich plotseling alles weer, wat er die nacht was gebeurd.

Voor de visser erop verdacht was, greep ze bliksemsnel de pels uit zijn handen, trok hem over zich heen en was in de diepte van de zee verdwenen.

De visser schreeuwde het uit van ontzetting, zijn handen smekend naar het water gericht. Hij riep zo hard hij kon, maar niemand, die hem antwoord gaf... In zijn radeloosheid wierp hij de roeispaan, die hij in zijn hand hield, de nimf achterna. Als antwoord kwam uit de diepte een klagende kreet. Daarna werd het doodstil. Het wateroppervlak was weer even kalm als voorheen en geen enkele halm op het eiland werd door de wind beroerd.

Maar dit alles zag de visser niet. Bedroefd keek hij naar de plek, waar zijn geliefde was verdwenen en merkte niet eens op, dat het anders zo troebele en donkere water zich parelmoer kleurde en dat aan de oever plotseling duizenden bloemen in bloei stonden, die een heerlijke geur verspreidden.

Pas toen de andere bruiloftsgasten naderbij kwamen, had de jonge visser zichzelf weer zover in bedwang, dat hij kon vertellen wat er gebeurd was. Ze luisterden ademloos en bewonderden de bloemen, de regenboogkleur van het water en de heerlijke geur.

Toen zei de oudste bruiloftsgast, een wijze man met lange witte haren: "Als een zeenimf sterft, en haar bloed vermengt zich met het water, dan moeten allen die haar gekend hebben en van haar hebben gehouden, ook houden van de plaats waar ze is gestorven. Want de oevers, die door zulk sprookjesachtig water worden omspoeld, behoren altijd tot de schoonste der wereld..."

Het is niet bekend, wat de grijsaard nog meer vertelde en ook niet, of de bruidegom zich van de zware slag herstelde en later een ander meisje vond. Maar de inwoners van Lindigön, en later ook anderen, vestigden zich op het eiland, want ieder die hier langs voer, was diep onder de indruk van de schoonheid van het betoverende landschap tussen Uppland en Sörmland.

Behalve vissershuisjes verrezen er ook stenen huizen, kerken en een kasteel met een imposante toren en een bolwerk erop. Kortom, men bouwde hier een sprookjesachtige nieuwe en rijke stad, en men noemde haar Stockholm.


*   *   *

De visser en de waternimf Samenvatting
Een Zweeds volksverhaal over het ontstaan van Stockholm. Een visser moet ’s nachts op een eiland verblijven en hij ziet robben naar het eiland komen en deze veranderen in beeldschone meisjes. Hij verstopt een van de pelzen en neemt de verdrietige nimf mee naar huis, en ze vergeet langzaam wie ze echt is. Als ze later langs het eiland komen, laat de visser de pels zien zodat het meisje zich alles weer herinnert… Lees het verhaal

Trefwoorden


Verhaalsoort

Bron
"Sagen van Europese steden" verteld door Vladimír Hulpach. Holland, Haarlem, 1980. ISBN: 90-251-0412-6

Herkomst: Zweden
Verteltijd: ca. 12 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook