Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 9 min.
Herkomst:




De vos en de wezel

Weer vroeg de grote koning Nebukadnesar aan de zoon van Sirach: "Hoe komt het dat van ieder schepsel op aarde er een evenbeeld leeft in de zee, alleen niet van de vos en de wezel?" De grote wijze dacht na en sprak toen: "Nadat de Engel van de Dood de poort achter Milcham gesloten had, zei de Heer van de Wereld tegen hem: "Gooi van ieder schepsel één paar in de zee en over de andere schepsels zul je dan heersen."

Dat deed de Engel van de Dood. Hij gooide het ene na het andere dierenpaar in de zee. De vos ging voor de Engel staan en huilde dikke tranen.

De Engel vroeg: "Vos, waarom huil je zo?" - "Ik huil om mijn makker die je in het water hebt gegooid." - "Waar is die dan?" vroeg de Engel.

Toen ging de vos aan de oever van de zee staan, zodat zijn schaduw in het water viel. De Engel zag dat en dacht dat hij een vos onder water zag. Daarop zei hij: "Vos, je kunt gaan."

En weg rende de vos. Hij kwam een wezel tegen. Die vertelde hij hoe hij het voor elkaar had gekregen. De wezel vond het een goed idee, en zo ontsprong ook hij die dodendans.

Na een jaar verzamelde het grote watermonster, de Leviathan, alle schepsels die in de zee woonden. Kijk, daar ontbraken nu de vos en de wezel. De Leviathan vroeg wat er was gebeurd en de dieren vertelden hem hoe slim de vos en de wezel dat hadden aangepakt. En ze waren het erover eens: de vos was de slimste van alle dieren.

Maar toen de Leviathan hoorde hoe slim de vos wel was, werd hij jaloers. Hij stuurde de grote vissen op hem af om hem op een listige manier te pakken te nemen en bij hem te brengen. De vissen gingen erop af. Ze zwommen naar de oever en daar zagen ze de vos heen en weer lopen. De vos zag de vissen komen en ging verbaasd naar hen toe. De vissen vroegen hem: "Wie ben jij eigenlijk?" - "Ik ben de vos," zei hij. De vissen zeiden: "Er wordt jou een grote eer bewezen, vos. Daarom zijn wij hier gekomen."

"Zo... Wat is dat dan?" vroeg de vos. "Onze heer en meester, Leviathan, is doodziek. Hij heeft besloten dat jij en niemand anders, zijn opvolger moet worden, want hij heeft gehoord dat jij wijzer en verstandiger bent dan alle andere dieren. Wij zijn gestuurd om je bij hem te brengen. Kom maar mee!" De vos zei: "Hoe kan ik zo'n reis maken en niet verdrinken?"

De vissen antwoordden: "Je mag op onze rug rijden. Wij zullen je veilig over de zee dragen. Er kan je niets gebeuren. En zodra je de woonplaats van de koning hebt bereikt, zetten we je af. Dan word jij heer en meester over alle zeedieren. Je zult altijd gelukkig zijn. Je hoeft je niet bezorgd te maken over je eten, de slechte dieren, die groter zijn dan jij zullen niets tegen je kunnen beginnen."

Toen de vos dit hoorde liet hij zich overreden. Hij ging op één van de vissen zitten en reed over de zee. Maar onderweg sloegen de golven over hem heen. De vos werd bang en zijn illusies verdwenen als sneeuw voor de zon. Hij zei tegen zichzelf: "Ik stommeling, wat heb ik me laten aanpraten? De vissen hebben me voor de gek gehouden, zoals ik andere dieren bij de neus nam. Nu ben ik aan hen overgeleverd. Hoe kan ik me hier uit redden?"

En hij zei tegen de vissen: "Luister eens, ik ben met jullie meegegaan en nu ben ik in jullie macht. Zeg me nu eens de waarheid. Wat willen jullie van me?" De vissen antwoordden: "De waarheid is, dat Leviathan heeft gehoord dat jij buitengewoon wijs bent. Hij wil je opensnijden en je hart opeten, om ook zo wijs te worden."

Toen zei de vos: "Zo, wil hij dat! Waarom hebben jullie mij dat niet meteen gezegd. Dan had ik mijn hart meegenomen en het aan koning Leviathan gegeven. Dan had hij mij geëerd. Maar nu zal het jullie slecht vergaan!" De vissen vroegen verbaasd: "Heb je dan je hart niet bij je?" De vos zei: "Nee, dat is bij ons, vossen zo de gewoonte. We laten ons hart thuis. Dan gaan we hier en daar heen, en als we ons hart nodig hebben, dan halen we het op. Als we het niet nodig hebben blijft het gewoon thuis liggen."

De vissen vroegen: "Wat moeten we nu doen?" De vos antwoordde: "Dat is simpel. Mijn huis staat aan de oever van de zee. Breng me even terug, dan haal ik het op en zal het de Leviathan overhandigen. Dan zal hij mij, maar zeker ook jullie eer bewijzen. Maar als jullie mij zonder hart bij hem brengen, dan zal hij woedend zijn en jullie opvreten. Ik ben niet bang voor hem, hoor; ik zeg gewoon eerlijk tegen hem dat jullie mij niet hebben verteld waarvoor jullie kwamen en toen jullie de waarheid zeiden, ik wel wilde teruggaan om mijn hart te halen, maar dat jullie niet nog eens die lange weg wilden afleggen."

Direct zeiden de vissen: "Hij heeft groot gelijk." Ze keerden om en zwommen naar land, precies naar de plaats waar ze de vos hadden opgehaald. De vos sprong van de visserug, rolde in het zand, danste en sprong van vreugde en geluk. De vissen riepen: "Vooruit schiet op. We willen weer terug. Haal je hart nou." De vos lachte honend: "Domkoppen, jullie hadden niet terug moeten zwemmen. Ik heb toch mijn hart in mijn lijf. Er is geen schepsel op aarde dat zijn hart kan missen."

De vissen zeiden: "Je bent ons te slim af geweest!" De vos lachte: "Ik heb de Engel van de Dood gefopt en die is heel wat meer dan jullie. Verbeeld je maar niks." Beschaamd keerden de vissen terug en vertelden alles aan Leviathan.

Deze sprak: "Zeker, zeker, hij is iedereen te slim af. Maar jullie zijn een stelletje domkoppen en daarvan wordt gezegd dat zij zichzelf de dood injagen." En toen vrat Leviathan ze allemaal op.


*   *   *

De vos en de wezel Samenvatting
Wanneer de slang Leviathan hoort hoe slim de vos wel niet is, wordt hij jaloers en wil hij het hart van de vos eten om even slim te worden. Hij stuurt er een groepje vissen op uit om de vos te vangen, maar de vos is hen te slim af. Lees het verhaal

Toelichting
Veel Joodse verhalen hebben hun oorsprong in het oude testament. In dit verhaal komt de (veelkoppige) slang Leviathan voor. In de latere apocalyptische literatuur is de Leviathan een antigoddelijke macht, die in het laatste oordeel vernietigd wordt. Naar rabbijnse voorstellingen zal zijn vlees tijdens de Messiaanse maaltijd door de vromen gegeten worden. (Volgens de joodse leer moet de Messias nog komen).

Zie ook De vogel Milcham = het verhaal dat aan dit verhaal voorafgaat. Vergelijk voor het motief 'hart buiten het lichaam' het boeddhistische verhaal De aap en de krokodil, waarin een krokodil doet alsof hij een aap de rivier over wil zetten, maar de aap hem te slim af is door te zeggen dat zijn hart niet in zijn borst zit, maar als vijg in een vijgenboom hangt. Zie ook De aap en de schildpad uit India, met precies hetzelfde motief, maar met de schildpad in de rol van helper.

Uit 'Die Sagen der Juden', verzameld en bewerkt door Micha Josef bin Gorion (Insel Verlag, Frankfurt am Main, 1962).

Trefwoorden

Thema

Verhaalsoort

Bron
"Volksverhalen uit kleurrijk Nederland. Dieren. Dierenverhalen uit de Chinese, Joodse, Nederlandse, Indiase, Turkse, Surinaamse, Marokkaanse en Indonesische verteltraditie" Lemniscaat, Rotterdam, 1990.

Herkomst: de Joodse traditie
Verteltijd: ca. 9 min.
Leeftijd: vanaf 7 jaar

Lees ook