Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 12 min.
Herkomst:

De witte juffer van Hoog Soeren Verschillende overlevering over een witte wief in een oude beuk

De witte juffer van Hoog SoerenRechts aan de grindweg van Hoog Soeren naar Apeldoorn, tegenover de plaats waar de weg van het Kruisjesdal (de Soerenseweg) op die grindweg uitkomt, staat aan de voet van de heuvel een reusachtige beuk, die meestal de Jufferboom of de Spinboom genoemd wordt. Daar huist de witte juffer van Hoog Soeren.

Sinds onheuglijke tijd staat die boom daar al. En lang geleden moet de witte juffer van Soeren er ook al geweest zijn, want meer dan één inwoner van Soeren weet iets te vertellen van de Jufferboom. In die boom, zó hol dat er wel een man rechtop in kan staan, is van onderen een grote opening. Als men 's nachts in het bos komt, kan men daar een lichtje zien branden en hoort men de juffer in de boom spinnen. Ook ziet men in de omtrek wel een zwarte hond met vurige ogen ronddolen of hoort men in de boom kloppen.

Op een zaterdagavond, het loon was uitbetaald, ging een arbeider van Soeren naar Apeldoorn om winkelwaar te halen. In Soeren was toen nog geen enkele winkel, en men ging bij voorkeur in de avond naar Apeldoorn om zijn inkopen te doen, men miste daar overdag de tijd voor. De arbeider hield zich wat langer in Apeldoorn op dan zijn plan was, hij bleef er wat plakken in een herberg en toen het gesprek daar over de witte juffer van Soeren ging, liet hij zich op zeer ongepaste wijze snoeverig over haar uit. Het zou hem duur te staan komen.

Het was al middernacht toen hij op weg ging naar huis, waar zijn vrouw al urenlang op hem zat te wachten. De Soerenseweg was donker, heel donker, zoals het er nog wel zijn kan in sterreloze nachten, en men alleen aan de lichtstreep boven tussen de boomtoppen de richting van de weg kan houden.

Hij stapte een uur lang stevig door en hoorde geen ander geluid dan zijn eigen stappen. Dicht bij de Jufferboom gekomen, zag hij eerst de zwarte hond, met ogen als lichtende vuurbollen, geluidloos in het bos verdwijnen. Plotseling voelde hij een paar geduchte klappen om zijn oren. Hij zag niets, hij hoorde niets, tastte met zijn stevige knuisten om zich heen, maar greep in het ledige, terwijl hij intussen zo'n geweldig pak rammel kreeg dat hij over de weg voortduizelde. Geheel ontdaan en bleek als een dode kwam hij eindelijk thuis, waar zijn vrouw bij de laatste gloeiing van de haard in de grootste angst op hem zat te wachten.

Op een keer gebeurde het dat een paar kinderen bij de boom aan het spelen waren, en een meisje haar hoofd in de opening stak, roepende: "Witte juffer, spin je nog altijd?" Toen ze haar hoofd terug wilde trekken om hard weg te lopen kon ze er niet meer uitkomen. De juffer hield haar bij de haren vast. Het kind schreeuwde en jammerde dat het verschrikkelijk was om aan te horen. Toen ze eindelijk bevrijd werd, kwam ze tevoorschijn met een gezicht vol schrammen en blauwe plekken. De juffer had haar duchtig gestraft voor haar oneerbiedige overmoed. Toch was de spinvrouw geen boze of kwaadaardige geest. Ze liet alleen niet met zich spotten. Brave, oppassende mensen was ze zeer goed gezind.

Op een kleine hoeve in Soeren woonde een oude vrouw met haar twee zonen en een dochter. Het was een slecht jaar geweest. Hoewel de beide zoons brave, ijverige mannen waren, was de oogst erg schraal uitgevallen. Het was een dure tijd. Het najaar kwam met zijn gure vlagen en het oude moedertje werd ernstig ziek. Eerst hadden ze zelf met huismiddeltjes gedokterd, maar het was er niet beter op geworden. De dokter werd gehaald, deze kwam elke dag terug en schreef dure recepten voor.

Nog vóór de winter kwam was het gezin heel wat geld kwijt, zodat op een dag de beide zoons en de dochter samen beraadslaagden wat ze doen konden om hun oud moedertje te kunnen behouden. Zij besloten het kalf naar de markt in Apeldoorn te brengen om op die wijze aan wat geld te komen.

De volgende dag gingen de beide jonge mannen met de koe op weg. Toen ze voorbij de Jufferboom kwamen, hoorden ze de vrouw spinnen. De beide mannen zagen elkaar aan en de een sprak tot de ander: "Hoor je de juffer spinnen?" - "Ja," antwoordde de ander. "Ik hoor het ook en ik wil maar wensen dat het een goed voorteken is." Daarna liepen zij weer zwijgend door. Op de markt maakten ze een buitengewoon hoge prijs voor hun kalf.

Ze kochten wat versnaperingen voor moeder en moesten toen bij de apotheker heel lang wachten voordat de drank gereed was. Zo was het al donker geworden toen ze eindelijk huiswaarts keerden. Het was een mooie vredige avond en het bos lag in diepe, geheimvolle stilte. De stammen rezen ernstig en statig omhoog. Het was er plechtiger dan tussen de kostbaarste pilaren van een grote stille kathedraal. Van verre zagen ze al de schijn van het lampje in de Jufferboom. De grote ontroerende betovering van het heilige stille avondwoud hield hun zielen omvangen, toen ze bij de boom in eerbiedige groet als vanzelf de pet afnamen. Zij zagen de witte juffer bij de boom staan en beiden hoorden haar met zachte doch duidelijke stem zeggen:
Diep in het Heidens Gat
begraven ligt een schat,
Wie hem bij volle maan weet uit te spitten,
en daarbij zwijgen kan, zal hem bezitten.
Boven het bos stond de maan groot en indrukwekkend aan de wolkeloze hemel, als het reusachtige oog van de nacht. De heide strekte zich uit tot de verste horizon. De glooiende heuvelruggen regen zich aaneen als de golven van een donkere eindeloze zee. Heel in de verte tekenden de bossen van Hoog Buurlo zich als een eiland tegen de lucht af.

De grote volle maan, die bloedrood was opgekomen, verspreidde nu een zilveren licht over de heide. De beide broers gingen na een dag van stoere arbeid zwijgend naast elkaar voort, elk met een spade op de schouder. Twee zwarte raven vlogen een heel eind voor hen uit, en telkens was het of ze neerstreken, maar dan vlogen ze weer verder, tot ze eindelijk bij het Heidens Gat kwamen.

Hier vlogen de vogels enige keren in grote kringen rond en verdwenen daarna in de richting van 's Greevenholt. Toen de beide broers in de diepe kuil afdaalden, wees een blauw licht de plaats aan waar de schat begraven lag, en een rilling beving hen. Zowel de een als de ander was wel geneigd om haastig naar huis terug te keren, maar ze wilden het voor elkaar niet weten en zo begonnen zij te graven.

Bij de eerste schop, die aarzelend in de grond gestoken werd, was de blauwe gloed plotseling verdwenen. Zij spitten lang en moeizaam. Om beurten groeven ze terwijl de ander rustte. Plots stootte de oudste op iets hards dat aan zijn schop weerstand bood. Bijna had hij zijn broer toegeroepen, toen hij zich nog net op tijd het gebod van zwijgen herinnerde. Om zijn broer de vondst mee te delen, stampte hij nu driemaal met de schop op het harde voorwerp, en bang dat zijn broer van vreugde opspringend opeens iets zeggen zou, legde hij meteen zijn vinger op de mond om hem aan het gebod te herinneren. Zwijgend werkten ze nu samen heel langzaam een loodzware kist naar boven.

Zij hadden haar met veel moeite bijna boven aan de rand van de kuil, toen de jongste het gewicht welhaast te zwaar werd en de kist weer naar beneden dreigde te vallen. Daar riep opeens de oudste: "Hou vaste," en als bij toverslag verdween bij deze woorden de hele kist met al wat er in zat in de diepte. Hoe ze ook groeven, totdat de schemer aanbrak en naderhand nog menig keer, als het weer volle maan was, ze vonden nimmer een schijn of schaduw van de schat terug, die onherroepelijk in de diepte scheen verdwenen. Maar hun moeder werd spoedig daarna beter en leefde nog lang in hun midden. Hiermee stelden zij zich tevreden en beschouwden dit als de grote rijkdom, die ze toch gekregen hadden.


*   *   *

De witte juffer van Hoog Soeren Samenvatting
Verschillende overlevering over een witte wief in een oude beuk. In een oude beuk - de Jufferboom of de Spinboom - woont de juffer van Hoog Soeren. Soms valt ze 's nachts de mensen lastig of plaagt ze de kinderen, maar af en toe geeft ze ook goede raad over het vinden van een schat die begraven ligt bij het Heidens Gat. Lees het verhaal

Toelichting
Witte juffers, witte wieven, wijze vrouwen, zijn geesten van priesteressen die de wacht houden bij grafheuvels. Het spinnen van het witte wief wijst ook in de richting van één van de schikgodinnen.

Het 'Heidens Gat', dat bij Hoog Soeren is te vinden, kan zowel verwijzen naar oeroude heidenen als naar zigeuners, die immers ook 'heidens' werden genoemd.

Trefwoorden


Thema

Verhaalsoort

Bron
"Veluwsche sagen" geschreven en verlucht door Gust. van de Wall Perné. Uitgegeven te Amsterdam bij Scheltens & Giltay, 1921. p. 32-49.

Herkomst: Gelderland
Verteltijd: ca. 12 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook