Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 13 min.
Herkomst:

De wraak van de vrouw die lastiggevallen werd Een volksverhaal uit Libanon over een mondige vrouw

Er was eens een vrouw op de markt van Damascus en zij kocht verschillende dingen in. Iemand zag haar voor een kraampje staan toen ze linnen kocht. Hij ging op haar af en zei tegen haar: "Als je geld wilt, geef ik het je." Ze gaf hem geen antwoord. Toen ging ze naar een ander kraampje en kocht stoffen. Hij kwam weer naar haar toe en zei tegen haar: "Als je geld voor de stoffen wilt hebben, geef ik het je." Ze gaf hem geen antwoord. Daarna kocht ze hoofddoekjes en hij zei weer: "Als je geld voor hoofddoeken wilt hebben, geef ik het je."

Toen zei ze: "Nu ga ik drie gendarmes halen, zodat ze je vastbinden en naar de kadi brengen. Waarom wil jij mij geld geven? Je bent toch mijn broer niet of mijn neef, of mijn man? Je hebt me aangesproken toen ik linnen kocht, ik gaf je geen antwoord; daarna sprak je me aan toen ik stoffen kocht, ik gaf je geen antwoord; nu kom ik hier om hoofddoekjes te kopen en jij bent me gevolgd; ik zal je naar de kadi brengen, dan zullen we eens zien waarom jij mij geld wilt geven. Wees nu verstandig en ga weg en denk maar niet dat de vrouwen van fatsoenlijke mensen op het verkeerde pad raken."

Toen ging hij weg, verzamelde drie, vier jongens, gaf hun een dubbeltje, wees de vrouw aan en droeg hun op: "Waar ze ook heengaat, neem stenen in de hand en maak kabaal achter haar en roep: 'Tantetje, waarom heb je op straat gepoept?'" De jongens gingen dus achter haar aan en begonnen met de stenen lawaai achter haar te maken en haar toe te roepen: "Tantetje, waarom heb je op straat gepoept?" Dat viel de mensen op en ze waren er verbaasd over waarom de jongens dat zo tegen de vrouw zeiden.

Nu was daar een meisje, dat sprak haar aan: "Tantetje!"

"Wat is er?" antwoordde ze.

"Waarom lopen die jongens achter jou aan en zeggen dat tegen jou?"

"Dat komt door een slechte man," antwoordde ze. Het meisje begon daarop de jongens te slaan en probeerde ze te verjagen, maar ze hielden maar niet op. De vrouw keek rond en zag dat de man die tegen de jongens had gezegd dat ze achter haar aan moesten lopen en tegen haar die woorden moesten zeggen, achter de jongens aanliep. Ze riep hem en zei: "Kom, ik wil iets tegen je zeggen."

"Wat dan?," vroeg hij.

"Wie met iemand anders wil spreken," antwoordde ze, "die kan dat doen, maar wie met een vrouw wil spreken, die gaat naar haar huis om met haar te spreken. Maar jij zegt in aanwezigheid van de winkeleigenaar tegen mij dat je me geld wilt geven; dat gaan ze dan aan mijn man vertellen. Kom mee naar huis, rook een pijp, ontbijt en vermaak je. Heb jij die jongens achter me aan gestuurd, opdat er over mij gesproken wordt?"

Toen riep hij de jongens, gaf elk nog een dubbeltje en zei tegen hen: "Zwijg nu en ga naar huis!" Dat deden de jongens. Toen vroeg hij de vrouw: "Waar is je huis?"

"Kom," antwoordde ze, "we gaan er samen heen." En zo ging ze met hem naar huis.

Daar zei ze tegen hem: "Ga hier maar zitten, onze waterpijp is ergens in de buurt in gebruik, ik ga hem halen en zal hem voor je klaarmaken." Ze liet hem dus thuis en ging weg. Haar man had een stalletje waar hij aan het weven was, want hij was wever van beroep. Ze ging snel naar hem toe en vroeg hem niet te lang weg te blijven, maar snel naar huis te komen, en toen hij vroeg wat er thuis aan de hand was, antwoordde ze: "Ik heb een ontbijt voor je klaargemaakt, kom maar mee."

Daarna haalde ze de waterpijp, kwam weer thuis en zei tegen de man die ze daar een plaats had aangeboden: "Ik zal de pijp voor jou klaarmaken."

"Doe dat," antwoordde hij. Terwijl ze nog daarmee bezig was, werd er op de deur geklopt. De man vroeg: "Wie klopt daar op de deur?"

"Mijn man," antwoordde ze.

"Waar wil je me verstoppen?"

"Kom maar, verstop je in die kist!"

Daarbij opende ze de kist en liet hem erin stappen. Toen verborg ze haar pantoffels, maar liet zijn schoenen staan. Haar man kwam binnen en zei: "Zo, wat is er vrouw?"

"Kom maar ontbijten," zei ze. En hij antwoordde: "Maar daar staat een mannenschoen, van wie is die?"

"Van mijn minnaar," antwoordde ze.

"Waar is hij?"

"In de kist."

De man in de kist werd heel erg bang; van schrik zonk hem de moed in de broek, hij liet alles lopen en vervuilde zijn kleren. De man van de vrouw zei: "Nu ga ik jou en hem vermoorden."

"Maar waarom wil je mij vermoorden?" vroeg ze. "Als ik werkelijk een minnaar zou hebben, zou ik dan tegen jou zeggen: 'Mijn minnaar is bij me?'"

"Maar van wie is dan die schoen?"

"Ik was naar de buurvrouw gegaan om vuur te halen, toen heb ik de schoenen van haar man aangetrokken en ben zo weer teruggekomen." Toen zei hij: "Goed, breng me dan maar het ontbijt en laten we gaan eten."

Ze bracht het hem en hij ging eten; daarna stond hij op en ging weer naar zijn stalletje. Toen ze daarna de man uit de kist liet, zag ze dat hijzelf helemaal smerig was en ook zijn kleren. "Kom eruit" zei ze, "slim is degene die ervoor zorgde dat jij je in die kist zo bevuilde. Ben jij niet degene die de jongens heeft omgekocht en heb jij niet tegen hen gezegd dat ze moesten zeggen: 'Tantetje, waarom heb je op straat gepoept?' Ik had tegen mijn man moeten zeggen dat hij jou moest vastbinden en naar de kadi brengen zodat ze je op konden hangen en je geleerd had wat het betekent de vrouwen van fatsoenlijke mensen uit te schelden. Ik ben de dochter van eerbiedwaardige mensen, ik ben niet ergens in een achterafje geboren zoals jij, stuk schorem!"

Daarna zei ze: "De volgende keer zal ik je leren wat het betekent de dochters van fatsoenlijke mensen uit te schelden," en ze liet hem weggaan. Toen liepen de jongens hem achterna: "Deze man bevuilt zich, bevuilt zijn kleren!" Hij liep over straat met de jongens achter hem aan. Zo kwam hij thuis en klopte op de deur. Zijn vrouw kwam naar buiten en zag dat zijn kleren vochtig waren en met poep bevuild. Ze vroeg: "Hoe komt dat, man?" Hij antwoordde: "Ik had zo'n pijn in mijn buik en het lukte me niet meer mijn broek uit te trekken." Toen bracht zijn vrouw hem andere kleren om aan te trekken.

Toen de man van die andere vrouw thuiskwam, zei hij tegen haar: "Jij hebt mij vanmorgen gevraagd om te komen ontbijten; andere dagen ben je nooit gekomen om dat te vragen; hoe kwam het dat je dat vanmorgen wel deed?"

Zij antwoordde: "Als de leugen redt, redt de waarheid nog veel eerder!"

"Hoe bedoel je, vrouw?"

"Ik was naar de markt gegaan om linnen en stoffen en hoofddoekjes voor de kinderen te kopen en stond daar voor een kraampje; toen kwam er iemand bij me en zei: 'Als je geld wilt, zal ik het je geven.' Ik gaf geen antwoord. Toen ik vervolgens stoffen ging kopen, kwam hij weer naar mij toe en zei: 'Als je geld voor de stoffen wilt hebben, zal ik het je geven.' Ik gaf geen antwoord. Toen ik daarna de hoofddoekjes kocht, zei hij weer hetzelfde tegen mij. Toen zei ik tegen hem: 'Ga weg of ik haal drie gendarmes die je naar de kadi zullen brengen; ben je soms familie van me datje me geld wilt geven?' Toen ging hij weg, zocht enige jongens bij elkaar, gaf hun drie dubbeltjes en zei tegen hen: 'Volg die vrouw en roep haar na: "Tantetje, waarom heb je op straat gepoept?"' De jongens liepen nu achter mij aan en riepen mij dat na. De mensen begonnen te vragen: 'Waarom zeggen die jongens dat tegen die vrouw?' en ik schaamde me dood. Ik keek rond en zag hem. Toen zei ik tegen hem: 'Kom, we gaan naar mijn huis, zorg ervoor dat de jongens achter mij ophouden.' Zo nam ik hem mee en kwam hierheen. Toen ben ik jou gaan halen en verborg hem in de kist en zei tegen jou dat mijn minnaar in de kist zat. Toen hij dat hoorde, liet hij van schrik alles lopen en toen je weer weg was, liet ik hem uit de kist met zijn vervuilde kleren. De jongens begonnen hem achterna te lopen: 'Moet je die man zien! Zo'n grote man die nog in de broek doet!'"

Toen zei haar man: "Bravo! Niet iedereen leent zich overal maar voor en je kunt niet met alle vrouwen opdringerige praatjes beginnen." En zo leefden ze verder. Dat is het einde.


*   *   *

De wraak van de vrouw die lastiggevallen werd Samenvatting
Een volksverhaal uit Libanon over een mondige vrouw. Een vrouw wordt op de markt van Damascus lastig gevallen door een man. Ze zegt er wat van, maar hij houdt niet op. Dan verzint ze een list om hem een lesje te leren. Diep beschaamd en uitgejouwd door jongeren, blaast de opdringerige man de aftocht. Lees het verhaal

Trefwoorden


Thema

Verhaalsoort

Bron
"Moedige meiden, wijze vrouwen & geliefde dochters. Heldinnen in volksvertellingen uit de hele wereld" samengesteld door Geraldine Le Blanc. Kemper & Boekwerk, Leidschendam, 2005. ISBN: 90-76542-20-1

Herkomst: Libanon
Verteltijd: ca. 13 min.
Leeftijd: vanaf 11 jaar

Lees ook