Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 6 min.
Herkomst:

De zon en het meisje met de blauwe ogen

Er was eens een meisje met haren van goud en ogen zo blauw als de hemel. Ze was erg trots op haar schoonheid. De hele dag keek ze in de spiegel. Hoewel ze negenennegentig spiegels had, was haar dat nog niet genoeg. En als ze het huis uit ging werd het nog erger. Ze wikkelde zich in negenennegentig sluiers, zodat niemand iets van haar schoonheid kon stelen.

Het hele jaar zag niemand iets van haar gezicht, geen vingertje konden ze zien, zelfs de tenen van haar voeten waren bedekt. En ondanks dat was haar schoonheid bekend in de hele wereld, en de ene man na de andere probeerde zijn geluk bij het meisje. Maar het meisje wilde geen bruidegom. Zelfs de jonge koning was het meisje te min. Misschien hoopte ze, dat de rode of de blauwe keizer haar kwam halen. Maar de rode en blauwe keizer hadden nog niets van haar schoonheid gehoord.

De zon had dat wel. Iedere dag bleef hij 's morgens vroeg een ogenblik boven het huis van het meisje staan om zich er van te overtuigen, of ze werkelijk zo mooi was. Maar tevergeefs, het mooie meisje zag hij nooit. Af en toe zag hij één van haar negenennegentig sluiers. Maar op een dag in mei ging de zon al heel vroeg op en toen had hij geluk. Het meisje was voor dag en dauw opgestaan en wandelde barrevoets in de morgendauw. Ze dacht dat niemand haar kon zien, omdat er om de tuin een hele hoge muur stond. Maar de zon keek over de muur heen en zag het meisje. Nauwelijks had hij het meisje gezien, of hij bleef vol bewondering staan kijken. Zo'n mooi meisje had hij nog nooit gezien en hij werd dadelijk verliefd op haar. Nog dezelfde dag stuurde hij twee van zijn onderdanen naar het meisje toe, twee hemelsterren. De sterren klopten bij het mooie meisje aan de deur. "Goedendag sterretjes," verwelkomde het meisje hen. "Wat komen jullie doen?"

"Wij zijn gekomen om je hand te vragen, mooi meisje," antwoordden de sterren.

"Wel, kom binnen en ga zitten, dan zal ik jullie wat te eten en te drinken geven. Om me ten huwelijk te vragen hebben we nog tijd genoeg."

Maar de sterren schudden hun hoofd. "We zijn niet gekomen om te zitten en te eten, mooi meisje! We zijn gekomen om je te halen, onze meester wil met je trouwen."

"Er zijn er velen geweest, die met me wilden trouwen, maar zoals ze gekomen zijn, zijn ze ook weer weggegaan. Wie is jullie meester dan wel?"

De sterren antwoordden: "Lach ons niet uit, mooi meisje, onze meester is de zon. Een betere bruidegom zult u niet vinden."

Maar het mooie meisje lachte wel: "Zo'n bruidegom wil ik niet. De hele dag is hij weg en 's nachts slaapt hij, wie weet waar. Ik zou dan altijd alleen zijn en steeds op hem moeten wachten."

Toen de sterren bemerkten dat ze het mooie meisje niet over konden halen, namen ze afscheid en gingen ze weg.

Ze gingen terug naar de zon en vertelden hem, wat het meisje gezegd had. "Ze wil je niet, zon, omdat je de hele dag weg bent en 's nachts slaapt. Ze zou dan altijd op je moeten wachten."

"Maar ze zal op me moeten wachten," riep de zon boos. "Als ik 's morgens de dag verlicht, zijn haar ogen op mij gericht. Wanneer ik achter de bergen verdwijn, zal haar hoofd gebogen zijn. Moet ik 's avonds slapen gaan, dan zal ze alleen aan de weg blijven staan.

En zich veel zorgen om mij maken, tot ik de volgende dag weer zal ontwaken." En zo gebeurde het dan ook. Nauwelijks was het mooie meisje de volgende dag de deur uitgegaan en keek ze omhoog naar de zon, of de wind greep haar negenennegentig sluiers en blies ze alle richtingen op. In plaats van het mooie meisje stond aan de rand van de weg een blauwe bloem. En deze blauwe bloem draait de hele dag met de zon mee. Als de zon 's morgens vroeg opkomt, dan kijkt ze omhoog en als de zon 's avonds ondergaat, buigt ze haar kopje. De hele nacht wacht ze eenzaam op de volgende dag, tot ze haar gouden bruidegom weer kan zien. De mensen noemen haar Cichorei.


*   *   *

Trefwoorden


Verhaalsoort

Bron
"De betoverde tuin" door Marie Mrstikova. Nederlandse vertaling van Els Nuijen. Uitgeversmaatschappij Holland, Haarlem, 1978. ISBN: 90-251-0297-2

Verteltijd: ca. 6 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook