Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 11 min.
Herkomst:

De zwarte steen van Arddu Een Keltische sage over een bijzondere, maar gevaarlijke steen

In Betta Garmon, tegen de noordwestelijke hellingen van het Snowdon-gebergte, leefde eens een boer die maar één dochter had, Meredith genaamd. Zij had wel geen slecht karakter, maar was alleen erg verwend en nukkig. Zij was ook bijzonder knap en daarom hoefde zij niet over vrijers te klagen, alleen dropen deze één voor één met de kous op de kop af. Op iedere vrijer had zij iets aan te merken; de ene was te groot en de andere weer te mager, de ene te klein en de andere weer te dik, de ene te saai en de andere te vrolijk, kortom iedereen werd afgewezen, want zij had nu eenmaal haar zinnen gezet op een bard die in het hele land geacht en beroemd was.

Nu leefde er in het dorp ook een boerenzoon die Huweyn Sion heette. Zijn vader was wel niet rijk en Huweyn moest hard werken voor de kost, maar iedereen vond hem een eerlijke, opgewekte en sympathieke jongeman. Hij had ook een flinke gestalte en een paar ogen in zijn hoofd die al menig meisje van streek hadden gebracht. Maar hijzelf dacht maar aan één meisje en dat was nu juist Meredith, de knappe en rijke boerendochter. Tenslotte begon ook Meredith hem lief te krijgen, zo fel en onstuimig als een jong, mooi meisje kan beminnen. Ook de vader van Meredith, die alleen maar het geluk van zijn dochter op het oog had, vond Huweyn zo'n aardige, fidele en vlijtige kerel dat hij hem aanraadde Meredith ten huwelijk te vragen.

Op een avond toog de jongeman op zijn paasbest naar de boerderij waar Meredith het vee van de weide naar de stallen dreef. Toen zij hem in zijn beste pak in het oog kreeg, riep zij plagend: "Hé, Huweyn, je denkt toch zeker niet dat het vandaag zondag is?"

"Wanneer jij het wilt, wordt het vandaag een zondag voor mij," antwoordde hij gevat. Maar het meisje moest zó hard lachen dat de veulens ervan schrokken en hard wegholde. "Ei,ei,ei," zei zij schalks, "denk je soms dat een boer voor mij goed genoeg is? Ik wil wel trouwen, maar dan met een bard, hoor je dat?, met een bard en met niemand anders. Misschien, wanneer jij nog eens een bard mocht worden, zal ik erover denken."

Huweyn droop net zo af als de vrijers vóór hem gedaan hadden. Had hij nog maar een keertje omgekeken! Meredith ging op een houten hek zitten en keek hem na tot hij uit het gezicht was verdwenen. Huweyn kon wel huilen en keek noch rechts, nog links.

Op een plaats vol stenen die door de bewoners 'yr Arddu', het zwarte dorp, wordt genoemd en waar men langs komt wanneer men de Snowdon wil beklimmen, ligt een grote zwarte steen, 'Maen du y Arddu'. Volgens een oude sage is dit een heel bijzondere, maar ook een zeer gevaarlijke steen. Wanneer er twee mensen gedurende één nacht op deze steen slapen, zal één van beiden de gave der barden ontvangen en de andere zal waanzinnig worden, zo gauw de zon opgaat.

Na hetgeen Huweyn van Meredith te horen had gekregen, had hij nog maar één wens: zijn geluk op de zwarte steen te beproeven.

"Ik zal nooit echt gelukkig kunnen worden," dacht hij, "wanneer ik geen zanger wordt en wanneer ik waanzinnig mocht worden, zal ik toch niets van mijn ongeluk bemerken. Maar om de toverkracht van de steen te verkrijgen, moeten wij met zijn tweeën zijn. Wie moet ik vragen mij te vergezellen?"

Toevallig ontmoette hij Belissa, zijn beste en dierbaarste vriend vanaf zijn jeugd. Huweyn vertelde hem de hele geschiedenis en wat hij nu van plan was. Belissa, die bekend stond als een waaghals die nergens bang voor was, zei meteen: "Huweyn, wat er ook moge gebeuren, ik ga met je mee!" Zijn vriend raadde het hem op alle mogelijke manieren af, maar dit wakkerde de ondernemingslust van Belissa alleen nog maar aan. Tenslotte werden zij het samen eens en gingen zij thuis nog wat warme kleren halen voor de nacht. Toen zij voorbij de hoeve van Meredith kwamen, stond het meisje voor de deuropening.

"Waar gaan jullie naar toe?" vroeg zij nieuwsgierig.

"Naar boven!" antwoordden de jongens bijna tegelijk, en zij wezen naar de top van de Snowdon die in het avondrood gloeide. "Wij gaan naar het zwarte dorp."

Toen kreeg het meisje een angstig voorgevoel, maar zij liet niets merken en wenste hun een goede reis.

Een poosje later dacht zij dat zij misschien voor de gek gehouden werd en dat Huweyn haar op deze manier voor haar koele afwijzing wilde bestraffen. Maar toen het al bijna donker was, zag zij twee zwarte stippen die al hoger en hoger klommen. De hele avond moest zij aan het zwarte dorp denken en had zij geen rust of duur meer. Zij kon het in huis niet langer uithouden, sloeg snel een dikke sjaal om en liep naar buiten.

Het was een stikdonkere nacht en er was geen enkele ster aan de hemel te zien. De storm loeide en raasde door de spleten en holen van het gebergte. Het meisje struikelde telkens over grote stenen en wist niet meer waar zij was. Zij riep angstig naar Huweyn, maar het geluid van de storm overstemde haar.

Toen het licht begon te worden, klauterde zij nog steeds over de rotsen. Zij was zó wanhopig en vermoeid dat zij wel had willen neervallen, maar zij wilde de twee mannen bereiken vóór het te laat was. Eindelijk vond zij de goede weg en met haar laatste krachten sleepte zij zich voort. Maar juist toen zij de zwarte steen bijna bereikt had en nog eens vertwijfeld haar geliefde riep, werden de slapers door de eerste zonnestralen beschenen. Zij waren meteen wakker, maar hun lot was nu bezegeld. Huweyn zong een lied over het ontwaken van de dag, terwijl zijn gelaat in het morgenlicht straalde. Zijn stem klonk machtig en vol en werd door de bergwanden weerkaatst. Maar toen hoorde men ook het waanzinnig gelach van Belissa, tienvoudig als een echo herhaald. Meredith was van uitputting en doorstane angst voor de voeten van Huweyn neergevallen. Uit dankbaarheid en uit vreugde kuste zij zijn voeten, maar Huweyn zei alleen maar: "Ik had maar één vriend op aarde, mijn goede en dappere vriend Belissa. Zonder hem zal ik nooit meer gelukkig kunnen zijn!"

Van die dag af werd Huweyn niet meer in zijn geboortedorp gezien. Hij trok door het hele land, van dorp tot dorp en van stad tot stad. Overal waar hij kwam, werd zijn gezang en zijn harpspel geprezen en met de jaren groeide zijn roem en werd hij bekend als de beste zanger van Wales.

Maar de schoonheid van Meredith verdween als sneeuw voor de zon. Het meisje kon het niet verkroppen dat zij door haar geliefde in de steek was gelaten, maar zij had ook wroeging en spijt over haar eigenzinnig gedrag, dat de oorzaak was geweest van hun verwijdering. Zij kwijnde langzaam weg en stierf toen zij nog een jonge vrouw was. De faam van "de onsterfelijke zanger van Wales," zoals Huweyn door iedereen genoemd werd, drong ook door tot de koning, die hem uitnodigde aan zijn hof te komen zingen en spelen. De koning was zó met hem ingenomen dat hij hem tot hofzanger benoemde. Huweyn diende hem vele jaren, tot hij oud en grijs geworden was en, met roem en eerbewijzen overladen, in hoge ouderdom overleed.


*   *   *

De zwarte steen van Arddu Samenvatting
Een Keltische sage over een bijzondere, maar gevaarlijke steen. Een verwend meisje wil alleen met een beroemde bard trouwen, maar de jongen die op haar verliefd is - en op wie zij ook verliefd is - is een boer. Om bard te worden neemt hij een geweldig risico. Hij gaat met zijn beste vriend naar een magische zwarte steen, waarvan de één bard zal worden, maar de ander waanzinnig. Hij heeft geluk, hoewel... hij verliest zijn beste vriend en dat is het eigenlijk niet waard. Lees het verhaal

Toelichting
Uit Wales.

Trefwoorden


Verhaalsoort

Bron
"Het zwarte paard. Keltische sprookjes en verhalen" door Max en Beatrix Prick van Wely. Uitgeverij Ankh-Hermes, Deventer, 1977. ISBN: 90-202-0038-0

Herkomst: Groot-Brittannië
Verteltijd: ca. 11 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook