Volksverhalen Almanak

Derde Dochter van Plankenbrug Een oud Chinees sprookje over een vrouw die mannen in ezels betovert

Tijdens de Tang-dynastie had je ten westen van Bianzhou de herberg van Plankenbrug. De herbergierster was de Derde Dochter. Niemand wist waar ze vandaan kwam. Ze woonde zonder man, ze was over de dertig, had zoon noch dochter, en andere verwanten had ze ook niet. Ze had enkele kamers en verschafte maaltijden, maar toch was ze erg rijk. Ze had veel ezels en wie ook maar van de reizenden, van ambtswege of voor eigen zaken onderweg, een rij- of trekdier nodig had, werd door haar tegen een lage prijs geholpen. Iedereen roemde haar menslievendheid en daarom schonken reizigers van heinde en verre haar hun klandizie.

Tijdens de regeringsperiode Yuanhe (806-820) was Zhao Jihe, een koopman uit Xuzhou, op weg naar de Oostelijke Hoofdstad (Luoyang). Toen hij langs de herberg kwam, nam hij zijn intrek voor de nacht. Er waren al zes of zeven gasten vóór hem aangekomen, die al een bed toegewezen hadden gekregen en omdat Jihe als laatste was aangekomen kreeg hij het achterste bed. Het stond tegen de muur van de kamer van de eigenaresse. Later onthaalde de Derde Dochter de gasten bijzonder royaal. Toen het al diep in de nacht was voorzag ze hen van wijn om zich met hen aan een uiterst vrolijk drinkgelag te zetten. Jihe, die nooit wijn dronk, nam wel deel aan het gesprek en de scherts. Toen het voorbij de tweede wake was, waren de gasten dronken en moe en ieder legde zich ter ruste. Derde Dochter ging naar haar eigen kamer, sloot de deur af en doofde de kaars.

Terwijl alle anderen in een vaste slaap verzonken waren, wierp Jihe zich slapeloos van de ene zij op de andere. Achter de muur hoorde hij Derde Dochter schuifelen alsof ze iets verplaatste. Toen hij door een kier in de muur naar binnen keek, zag hij hoe Derde Dochter de kaars vanonder de domper vandaan haalde, hem weer aanstak zodat hij een helder licht gaf. Daarna pakte ze uit een klerenkist een ploegje, alsmede een houten buffel en een houten pop, beide zo'n zes of zeven duim groot. Ze zette dit alles voor de haard, nam water in de mond en spuwde dat erover uit. De buffel en de pop begonnen te lopen, en het mannetje leidde de buffel en spande hem voor de ploeg om vervolgens voor haar bed een lapje grond te ploegen: heen en weer gaande trok hij verscheidene voren.

Uit de kist pakte ze nu een zakje boekweitzaad dat ze aan het mannetje gaf om uit te zaaien. In een oogwenk kwam het op, stond in bloei en droeg zaad, waarop zij het mannetje liet oogsten en dorsen: het was al met al een paar kop. Toen zette ze ook nog eens een molentje neer en nadat hij er meel van gemalen had, borg ze de houten pop weer op in de kist en bakte van het meel een aantal koeken.

Na een poosje kraaide de haan. De gasten wilden vertrekken. Derde Dochter was al van tevoren naar de gelagkamer gegaan om de lamp aan te steken. De pas gebakken koeken had ze op de eettafel gelegd voor de gasten als ontbijt. Jihe, heftig ontdaan, nam onverwijld afscheid, hij opende de poort en ging weg, maar buiten de deur stelde hij zich verborgen op om haar te bespieden. Daarop zag hij hoe de gasten rond de tafel van de koeken aten. Voor ze ze op hadden vielen ze opeens tegelijkertijd op de grond en gingen balken. In een oogwenk veranderden ze in ezels. Derde Dochter dreef ze allemaal naar achter de herberg en eigende zich al hun geld en goederen toe.

Jihe vertelde echter niemand wat hij had gezien want heimelijk aasde hij op deze toverkunst. Ruim een maand later keerde Jihe terug uit de Oostelijke Hoofdstad. Voordat hij bij de herberg van Plankenbrug aankwam voorzag hij zich van boekweitkoeken van dezelfde grootte als die van Derde Dochter. Aangekomen bij de herberg nam hij er weer zijn intrek voor de nacht. Derde Dochter was even vrolijk en verheugd als de eerste keer. Die avond waren er geen andere gasten en de eigenaresse onthaalde hem eens zo royaal.

Toen het diep in de nacht was geworden vroeg ze hem, een en al gedienstigheid, wat zijn wensen waren. Jihe zei: "Morgenochtend vertrek ik, maakt u maar een eenvoudig ontbijt." Derde Dochter antwoordde: "Maakt u zich geen zorgen, gaat u maar rustig slapen." Na middernacht bespiedde hij haar, en zij deed precies hetzelfde als de keer daarvoor. Toen het licht was geworden, zette Derde Dochter een schaal eten neer. De inhoud van de schaal bestond inderdaad uit koeken. Toen ze iets te drinken ging halen, maakte Jihe van de gelegenheid gebruik erheen te rennen en één koek te vervangen door een meegebrachte zonder dat ze iets in de gaten had. Toen Jihe zich gereed had gemaakt voor het vertrek ging hij aan tafel en zei tegen Derde Dochter: "Ik heb toevallig zelf koeken bij me. U kunt de uwe beter wegnemen en bewaren voor de andere gasten." Daarop nam hij zijn eigen koeken en at. Toen hij zijn maal genuttigd had bracht Derde Dochter hem thee en Jihe zei: "Proeft u eens een koek van mij."

Toen gaf hij haar de verwisselde koek te eten. Zodra ze hem in haar mond had gestoken, begon Derde Dochter ter plekke te balken en daarna veranderde ze in een ezel die bijzonder fors en krachtig was. Jihe besteeg haar meteen en vertrok, bovendien nam hij de voorwerpen uit de kist mee. Maar omdat hij de toverkunst niet kende lukte het hem niet, hoe vaak hij het ook probeerde. Nooit overkwam Jihe iets wanneer hij op zijn ezel andere plaatsen bereisde. Hij legde per dag wel honderd li af!

Vier jaren later reed hij op haar de Pas binnen. Zo'n vijf of zes li ten oosten van de tempel van de berg de Hua zag hij opeens aan de kant van de weg een oude man staan die zich schaterlachend in de handen klapte: "Derde Dochter van Plankenbrug, waarom heb je deze vorm aangenomen?" Toen greep hij de ezel en zei tegen Jihe: "Al heeft zij dan misdaan, het is toch meer dan genoeg geweest dat zij op u gestoten is! Heb medelijden en laat haar van nu af aan gaan."

De oude man scheurde daarop vanaf de bek en de neus van de ezel met beide handen de huid uiteen totdat Derde Dochter eruit sprong. Ze zag er nog precies zo uit als vroeger, en nadat ze voor de oude man had geknield als dankbetuiging, rende ze weg zonder dat iemand ooit te weten is gekomen waarheen.


*   *   *

Derde Dochter van Plankenbrug Samenvatting
Een oud Chinees sprookje over een vrouw die mannen in ezels betovert. Een gastvrije herbergierster tovert al haar gasten om in ezels door hen betoverde koeken voor te zetten. Een reiziger komt achter het geheim en verwisselt één van de koeken met een gewone koek. Die geeft hij vervolgens aan haar, waardoor ze zelf in een ezel verandert. Op haar rug gezeten trekt de reiziger door het land, totdat ze een oude man tegenkomen die de tovenares herkent. Lees het verhaal

Toelichting
Dit verhaal is afkomstig uit de bundel Optekeningen uit Hedong (Hedong ji) door Xue Yusi, die geleefd zou hebben in de tweede helft van de negende eeuw. De vertaling is gebaseerd op de geannoteerde tekstuitgave van dit verhaal in Keuze uit de Taiping guangji, deel l (Taiping guang ji xuan shang), verzorgd door Wang Rutao e.a. (Qi Lu shushe, Jinan 1980), pp.136-140.

In China werden kinderen vaak aangesproken met Oudste Zoon, Tweede Zoon, Derde Zoon of als Oudste Dochter, Tweede Dochter, Derde Dochter enzovoort.

Bianzhou, het huidige Kaifeng, was tijdens de Tang-dynastie een belangrijk verkeersknooppunt, omdat het toenmalige Keizerskanaal er uitkwam op de Gele Rivier. De Li of Chinese mijl telt ruim 600 meter.

Vele onderzoekers vermoeden een niet Chinese oorsprong van dit verhaal van een o zo gastvrije herbergierster die haar nietsvermoedende gasten omtovert tot ezels, totdat ze zelf door haar eigen toverkunsten wordt omgetoverd tot een makke ezelin. Vergelijk met het Japanse sprookje De belevenissen van de handelsbediende Tokubej.

Trefwoorden

Thema

Verhaalsoort

Bron
“Volksverhalen uit kleurrijk Nederland. List & bedrog. Verhalen over eerlijkheid, gastvrijheid, list en bedrog uit de Chinese, Joodse, Nederlandse, Indiase, Turkse, Surinaamse, Marokkaanse en Indonesische verteltraditie” uitgegeven door Lemniscaat, Rotterdam, 1990.

Herkomst: China
Verteltijd: ca. 10 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook