Volksverhalen Almanak

Ederland de kippenhoedster Een Deens sprookje over twee jaloerse zussen en boze trollen

Er was eens een vrouw die drie dochters had. Ze was erg ziek en verwachtte elke dag dat de dood aan haar deur kwam kloppen. Daarom riep ze haar drie dochters bij zich en verdeelde onder hen wat zij bezat. Maar ze verdeelde niet gelijk; de twee oudsten, die er altijd leuk en verzorgd uitzagen gaf ze haar hele bezit, en de jongste, de kleine Ederland, kreeg slechts een deegtrog, een bezemsteel en een schort.

De moeder leefde nog maar korte tijd en toen ze gestorven was, verdeelden zij de erfenis zoals zij had gezegd en toen zeiden de twee oudere zusters tegen Ederland: "Nu zie je maar weer, Ederland, dat moeder van ons meer hield dan van jou, want ze heeft jou alleen een schamele deegtrog, een bezemsteel en een schort gegeven." Maar de kleine Ederland was stil en geduldig en geloofde desondanks, dat haar moeder van haar evenveel had gehouden als van de anderen.

Enige tijd later kwamen de drie zusters in dienst bij een voorname familie. De twee oudsten kwamen in huis en moesten overal meehelpen, maar de kleine Ederland was slechts kippenhoedster. Maar al gauw merkte de heer des huizes dat zijn kippen nog nooit zo goed verzorgd waren als sinds Ederland ervoor zorgde en daarom prees hij haar ten overstaan van haar zusters. Dat hoorden ze niet graag. En tenslotte vertelden ze aan de huisheer, dat Ederland nog veel meer kon, als ze maar wilde. Ze wisten zeker dat zij hem een kandelaar zou kunnen bezorgen die licht gaf zonder dat hij brandde; als ze het ontkende, dan wilde ze het gewoon niet.

Toen de huisheer dat hoorde, liet hij Ederland halen en zei tegen haar, "Ik heb gehoord dat jij me een kandelaar kunt bezorgen die licht geeft zonder dat hij brandt; ik wil hem verschrikkelijk graag hebben en jij moet hem me bezorgen. Het helpt je niets als je weigert, want ik weet dat je het kunt, als je maar wilt."

De kleine Ederland begon te huilen en zei dat ze het wel wilde, als ze maar kon, maar dat dit een opdracht was die ze onmogelijk kon uitvoeren. Maar de huisheer geloofde haar niet. "Uitvluchten helpen niet," zei hij, "je moet me die kandelaar bezorgen, maar dan krijg je ook twee schepel goud!"

Kleine Ederland liep huilend het huis uit naar het graf van haar moeder en toen ze daar zo stond te snikken kwam de moeder uit het graf tevoorschijn en zei: "Je moet niet huilen. Ga naar huis terug en vraag aan de huisheer twee schepel zout. Neem dan je bezemsteel en zet hem als een mast in de deegtrog, bind de schort als zeil vast en vaar met je twee schepel zout de zee op; je zult terecht komen waar je de kandelaar, die zonder vuur brandt, kunt krijgen!"

Toen zonk de moeder weer in het graf terug en kleine Ederland ging naar huis om twee schepel zout te vragen. Ze kreeg het en maakte de deegtrog in orde, met de bezemsteel als mast en de schort als zeil. Ze nam de twee schepel zout en voer de woeste zee op waar ze zich door de golven liet meedrijven.

Ze dobberde een tijd rond en landde uiteindelijk op een trolleneiland, waar ze met haar twee schepel zout aan land ging. Ze zag in de verte een huis. Ze ging erheen, klauterde op het dak en keek door de schoorsteen naar beneden. Daar beneden stond de oude trollenmoeder en kookte pap voor haar zoons. Op de kachel, naast de pan met pap, stond de kandelaar die zonder vuur brandde. Die wilde Ederland dus hebben, en toen de oude trollenmoeder zich omdraaide, gooide ze de twee schepel zout naar beneden in de pap. Meteen daarop kwam de trollenmoeder terug en proefde de pap, maar hij was veel te zout. Toen nam ze een emmer en wilde water halen om de pap nog een keer op te koken, maar Ederland liet zich vliegensvlug in de schoorsteen zakken en liep achter haar aan. Toen de oude zich over de rand van de put bukte om de emmer op te halen, gaf Ederland haar een duw in de rug zodat ze in de put duikelde en niet meer levend tevoorschijn kwam.

Snel haalde Ederland de kandelaar en liep naar haar scheepje terug. Toen ze net op zee was, zag ze de trollen thuiskomen en even later kwamen ze naar het strand gelopen en riepen haar na: "Ederland! Ederland! Je hebt onze moeder in de put gegooid en onze kandelaar gestolen! Als je hier nog een keer terugkomt zullen wij ons wreken!" Maar Ederland riep terug, "Ja, ik kom nog twee keer terug!" en voer blij naar huis terug.

De huisheer was zeer verheugd toen hij de kandelaar, die zonder licht brandde, zag; de kleine Ederland kreeg twee schepel goud en ook zij was verheugd. Maar haar twee zusters ergerden zich iedere dag aan haar geluk en dachten erover na hoe ze haar die vreugde zouden kunnen vergallen. Tenslotte zeiden ze tegen de huisheer dat Ederland nog veel meer kon. Ze kon hem ook een paard bezorgen dat aan alle vier de benen klokjes had en dat men al van een grote afstand af kon horen; men kon het dan terugvinden, hoe ver het ook was afgedwaald.

Zo'n paard zou de huisheer nog veel liever hebben dan de kandelaar die hij al had. Hij liet Ederland roepen en zei tegen haar, dat hij wel wist dat ze hem het paard kon bezorgen dat aan zijn vier benen klokjes had en dat men van verre kon horen en dat men nooit kwijt kon raken, omdat men het altijd hoorde, hoe ver het ook wegliep. Dat paard moest ze hem bezorgen.

Ederland huilde en zei dat ze dat graag wilde, maar dat ze het niet kon. Maar daar nam de huisheer geen genoegen mee. "Je kunt het wel, als je maar wilt," zei hij. "Jij moet me dat paard bezorgen en ik geef je er drie schepel goud voor."

Ederland ging weer naar het graf van haar moeder en huilde heel bedroefd. De moeder verhief zich echter weer uit het graf en zei tegen haar: "Huil niet, kleine Ederland! Ga naar huis en vraag om vier bosjes vlas. Neem ze mee en ga in je deegtrog met bezemsteel en schort weg, net als de vorige keer. Dan kom je bij een plaats waar je het paard met de klokjes aan zijn benen kunt vinden." Daarop zonk de moeder weer in het graf terug. Kleine Ederland liep naar huis terug en vroeg aan de heer des huizes vier bosjes vlas. Ze kreeg ze meteen en voer in haar deegtrog de zee op, met de bezemsteel als mast en de schort als zeil.

Ook dit keer landde ze op het trolleneiland. Ze kwam net op een tijd dat de trollen thuis waren en zaten te eten en op de weide voor het huis graasde het paard met de klokjes aan zijn benen. Ederland sloop er naar toe, bond om ieder been een bosje vlas, zodat de klokjes niet konden klingelen en trok het paard mee naar het strand. Net toen ze het naar de boot bracht, ging een van de bosjes vlas los en begon het klokje te luiden, zodat alle trollen naar het strand kwamen gerend. Maar de kleine Ederland was erin geslaagd het paard veilig in het scheepje te krijgen en voer net weg toen de trollen aan het strand kwamen. Ze werden vreselijk woedend toen ze zagen dat Ederland met hun paard was ontkomen en riepen haar na: "Ederland! Ederland! Je hebt onze moeder vermoord, onze kandelaar gestolen en nu neem je ook nog ons paard weg! Als je terugkomt zullen we bitter wraak nemen!" Maar Ederland riep terug: "Ja, ik kom nog één keer terug!"

Toen Ederland met het paard thuis kwam was de heer des huizes erg blij en hij gaf haar de drie schepel goud die hij haar had beloofd en ook zij was gelukkig. Maar de beide zusters verheugden zich helemaal niet over haar geluk; dagelijks bedachten ze alleen maar hoe ze hun zusje kwaad konden doen en op een dag zeiden ze tegen de huisheer: "Ederland zou u nog iets veel beters kunnen bezorgen dan wat u nu hebt, als ze maar wilde: namelijk een varken waarvan men zoveel spek kan afsnijden als men maar wil en toch blijft er altijd genoeg."

Dat leek de heer des huizes het allermooiste en meteen liet hij Ederland komen en zei: "Ik heb gehoord dat jij mij een varken kunt bezorgen waarvan je zoveel spek kunt afsnijden als je maar wilt, zonder dat het ooit minder wordt; dat varken wil ik hebben!"

Ederland huilde tevergeefs en zei: "Ik zou wel willen, maar ik kan het niet; zo'n varken kan ik u niet brengen!" Maar daarvan wilde de heer niets weten: "Je kunt en moet me dat varken brengen," zei hij, "en in ruil daarvoor krijg je alle pracht die je hier ziet."

Maar de kleine Ederland was zeer bedroefd. Ze ging naar het graf van haar moeder en weende bitter. Daar verrees de moeder uit het graf en zei: "Je moet niet huilen, kleine Ederland! Ga naar huis en verlang van de heer des huizes twee zijden spek en vaar in je bootje de zee op. Dan kom je beslist op de plaats waar je dat varken kunt vinden!" En toen ze dit had gezegd, zonk ze weer in haar graf terug. Maar Ederland ging naar huis en kreeg de twee zijden spek, ging in haar deegtrog zitten met de bezemsteel als mast en de schort als zeil en de wind blies ze over de zee naar het trolleneiland. Net op dat moment hielden de trollen hun middagslaapje. Het varken stond op de weide, maar de trollen hadden een kleine jongen in dienst genomen die het zwijn moest hoeden.

Ederland liep naar het jongetje toe en zei: "Deze twee zijden spek zijn voor de trollen; wil jij het naar hen toebrengen, dan zal ik zolang op het varken passen." De knaap was zich van geen kwaad bewust en liep ermee naar het huis. Maar toen hij de trollen vertelde hoe hij aan de zijden spek was gekomen, dachten ze meteen dat Ederland hen wel weer eens een streek geleverd kon hebben en ze renden zo hard als ze konden naar het strand. En daar was Ederland er nog niet in geslaagd het varken in het scheepje te krijgen.

Dus grepen de trollen het varken en haarzelf vast. Ederland sleepten ze naar het huis, gaven haar aan de oude trollenvader en zeiden dat hij haar moest slachten en een goed avondmaal voorbereiden voor als ze van het werk terugkwamen. Toen gingen de trollen weg en Ederland bleef alleen met de oude trollenvader. Hij sleepte een groot blok aan, zette de bijl ernaast en zei tegen haar: "Leg je hoofd op het blok, zodat ik het af kan slaan!"

"Dat wil ik best," zei Ederland, "maar ik weet helemaal niet hoe ik dat moet doen; u moet het me maar voordoen."

"Dat is heel eenvoudig," zei de oude trol, "je hoeft alleen maar zo te doen," en tegelijk legde hij zijn hoofd op het blok. Bliksemsnel had Ederland de bijl gepakt en ze hakte hem in één slag het hoofd af. Op het hoofd zette ze een slaapmuts en legde het in het bed. Het lichaam deed ze in de soepketel die boven het vuur hing. Toen liep ze naar het strand, nam het varken mee en voer weg met haar bootje.

Kort daarop kwamen ook de trollen thuis en begonnen meteen te eten van de maaltijd die op het vuur stond. Ze waren verwonderd dat het vlees zo taai was, alhoewel het jong vlees was. Maar ze hadden honger en wurgden het toch naar binnen. Tenslotte kwamen ze op het idee dat hun oude vader er ook iets van moest hebben. Een van hen liep naar hem toe en schudde hem wakker. Ze schrokken zich een ongeluk toen ze zagen dat er slechts een hoofd in bed lag.

Nu begrepen ze hoe alles zich had toegedragen en ze renden van het eten weg naar het strand. Maar Ederland was al ver weg op zee. De trollen ziedden van woede en riepen: "Ederland! Ederland! Je hebt onze moeder vermoord, je hebt onze kandelaar weggenomen, je hebt ons paard gestolen en nu heb je onze vader gedood en ons varken gestolen! Als je nog een keer komt zullen wij ons wreken, reken maar!" Maar Ederland riep terug: "Ik kom niet meer, maar ik zal jullie er twee sturen aan wie je evenveel plezier zult hebben als aan alles wat ik van jullie heb gestolen."

Zo voer Ederland naar huis terug en de heer des huizes ontving haar vol vreugde. Kort daarna vierden ze bruiloft en leefden gelukkig en tevreden. Maar de twee zusters bleven bij haar en waren hoe langer hoe jaloerser op haar geluk. Toen zei Ederland op een dag tegen hen: "Als jullie zin hebben om te gaan zeilen mogen jullie gerust mijn boot hebben." De zusters wilden het meteen proberen. Ze stegen in het bootje, voeren weg en kwamen terecht op het trolleneiland. Daar werden ze door de trollen gevangen genomen en gekookt en gebraden, en de trollen waren blij met de goede vangst.


*   *   *

Ederland de kippenhoedster Samenvatting
Een Deens sprookje over twee jaloerse zussen en boze trollen. Wanneer een moeder overlijdt, wordt de erfenis volgens haar wil verdeeld over haar drie dochters. Ondanks een beter deel van de erfenis, worden de twee oudsten jaloers op hun jongste zusje. Ze moet drie moeilijke opdrachten uitvoeren, maar bij het graf van haar overleden moeder, krijgt ze goede raad... Lees het verhaal

Toelichting

Trefwoorden


Thema

Verhaalsoort

Bron
"Deense volkssprookjes" bijeengebracht door Laurits Bødker. A.W. Bruna & Zoon, Utrecht/Antwerpen, 1974. ISBN: 90-229-3308-3

Herkomst: Denemarken
Verteltijd: ca. 20 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook