Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 10 min.
Herkomst:




Een blad uit de hemel Een vertelling van H.C. Andersen over een bijzondere plant

Hoog in de ijle, klare lucht vloog een engel met een bloem uit de tuin van de hemel. En terwijl hij een kus op de bloem drukte, viel er een heel klein blaadje af, dat op de drassige bodem van het bos terechtkwam, midden tussen de andere planten, waar het meteen wortel schoot en nieuwe scheuten kreeg.

"Wat een raar stekje!" zeiden ze en niemand wilde er iets mee te maken hebben, de distel niet en de brandnetel ook niet.

"Dat is zeker een soort tuinplant," zeiden ze lachend en toen stond hij voor gek, als tuinplant. Maar hij groeide als geen ander en schoot zijn takken in lange ranken in het rond.

"Waar ga je heen?" vroegen de hoge distels, die op ieder blad een doorn hadden. "Je springt uit de band, je hoort nergens thuis. Daar kunnen wij niet tegen."

Het werd winter, de sneeuw lag op de plant, maar daar kreeg de sneeuwlaag een glans alsof het zonlicht er van onderaf door straalde. In het voorjaar stond er een bloeiende plant, zo mooi als geen andere plant in het bos.

Toen kwam de botanische professor, hij had er papieren van dat hij was wat hij was. Hij keek naar de plant, hij beet erin, maar de plant stond niet in zijn plantenleer. Hij kon onmogelijk uitvinden bij welke klasse hij hoorde.

"Het is een foute soort!" zei hij. "Ik ken hem niet, hij is niet in het systeem opgenomen.

"Niet in het systeem opgenomen!" zeiden de distels en netels.

De grote bomen eromheen hoorden wat er gezegd werd en ook zij zagen wel dat het geen boom van hun soort was, maar ze zeiden niets, niets goeds en niets slechts, en dat is het veiligste wat je kunt doen als je dom bent.

Toen kwam er een arm, onschuldig meisje door het bos. Haar hart was zuiver, haar verstand groot door haar geloof, haar enig erfgoed in deze wereld was een oude bijbel, maar Gods stem sprak uit de bladzijden van dat boek tot haar. Als de mensen het slecht met je menen, denk dan aan het verhaal van Jozef: "Gij hebt kwaad tegen mij gedacht; doch God heeft dat ten goede gedacht." Lijd je onrecht, word je miskend en gehoond, denk dan aan hem, die zuiver en goed is, hem die ze bespotten en aan het kruis hebben genageld, waar hij bad: "Vader, vergeef het hen, want ze weten niet wat ze doen."

Ze stond stil voor de wonderbaarlijke plant waarvan de groene bladeren heel zoet en verkwikkend geurden en waarvan de bloemen in het zonlicht op een vuurwerk van kleuren leken. De bloemen klonken alsof ze de diepe bron van de melodieën, die in duizenden jaren nog niet opdroogt, in zich verborgen. Ze keek eerbiedig naar al dat moois van God. Een van de takken trok ze naar zich toe om de bloem goed te bekijken en er de geur van in te ademen, en haar geest werd erdoor verlicht en het deed haar hart zo goed. Ze had er graag een bloem van willen hebben, maar ze kon het niet over haar hart verkrijgen om er een af te plukken, want die zou bij haar meteen verwelken. Ze nam alleen een van de groene bladeren, nam het mee naar huis, legde het in haar bijbel en daar bleef het groen, altijd groen en verwelkte niet.

Tussen de bladzijden van haar bijbel lag het verborgen en samen met die bijbel werd hij onder het hoofd van het jonge meisje gelegd toen ze een paar weken later in haar doodskist lag, met de heilige ernst van de dood op haar vrome gezichtje, alsof het aardse stof liet zien dat ze nu voor haar God stond.

Maar in het bos bloeide de wonderbaarlijke plant. Langzamerhand was het bijna een boom geworden en alle trekvogels kwamen ervoor buigen, vooral de zwaluw en de ooievaar.

"Buitenlandse aanstellerij!" zeiden de distel en de klit. "Zo zouden wij ons hier toch nooit gedragen!"

De zwarte bosslakken spuugden op de boom.

Toen kwam de varkenshoeder. Hij rukte distels en ranken uit om het groen te verbranden. Heel die wonderbaarlijke boom nam hij mee in zijn bundel groen, hij had hem met wortel en al uit de grond gerukt. "Dat zal ook wel branden!" zei hij en toen was dat gebeurd.

Maar de koning van het land leed al jaren aan de diepste zwaarmoedigheid. Hij werkte hard, maar dat hielp niet. Er werden diepzinnige geschriften voor hem gelezen, en de allergemakkelijkste die er te vinden waren, lazen ze hem ook voor, maar niets hielp. Toen kwam er een boodschap van een van de wijste mannen van de wereld. Ze hadden hem om raad gevraagd, en hij liet hen weten dat er een middel was dat de zieke zeker kon verlichten en genezen. "In het eigen bos van de koning groeit een plant van hemelse oorsprong. Hij ziet er zo en zo uit, je kunt je niet vergissen." En er zat een tekening van de plant bij, hij was gemakkelijk te herkennen. "Hij is zomer en winter groen. Neem er daarom iedere avond een vers blad van om dat op het voorhoofd van de koning te leggen, dan worden zijn gedachten verlicht en zal een mooie droom 's nachts hem voor de komende dag sterken."

Dat was duidelijke taal en alle doctoren en de botanische professor gingen naar het bos. - Tja, waar was die plant?

"Die heb ik geloof ik geplukt!" zei de varkenshoeder. "Die is al lang geleden in rook opgegaan, maar ik wist niet beter."

"Wist niet beter!" zei iedereen. "Onwetendheid, onwetendheid, wat ben je groot!" En die woorden kon de varkenshoeder zich aantrekken, want ze bedoelden hem en geen ander.

Er was geen blaadje van de boom te vinden. Het enige lag in de kist van de dode en daar wist niemand wat van.

De koning kwam zelf, mismoedig als hij was, naar de plek in het bos. "Hier heeft de boom gestaan," zei hij. "Dit is een heilige plaats."

Er werd een gouden hek omheen gezet en er werd een schildwacht bij gezet.

De botanische professor schreef een verhandeling over de hemelse plant en hij kreeg er een gouden medaille voor en daar had hij veel plezier van. Het goud stond hem en zijn gezin goed en dat is nog het leukste aan het hele verhaal, want de plant was weg en de koning was mismoedig en bedroefd - "maar dat was hij altijd al," zei de schildwacht.


*   *   *

Een blad uit de hemel Samenvatting
Een vertelling van H.C. Andersen over een bijzondere plant. Een engel verliest een bloemblaadje van de bloem die hij vasthoudt. Het blad groeit uit tot de mooiste plant van het bos. Een varkenshoeder haalt de plant toch uit de grond en verbrandt het. De koning heeft last van zwaarmoedigheid en iemand zegt dat een blad van de hemelse plant de koning kan genezen. Als ze op de locatie komen waar de plant groeide, komen ze erachter dat deze niet meer bestaat. Lees het verhaal

Trefwoorden

Verhaalsoort

Oorspronkelijke titel

Engelse titel

Bron
"Hans Christian Andersen - Sprookjes en verhalen" opnieuw uit het Deens vertaald door Dr. Annelies van Hees. Uitgeverij Lemniscaat, Rotterdam, 1992. ISBN: 90-6069-840-1

Herkomst: Denemarken
Verteltijd: ca. 10 min.
Leeftijd: vanaf 9 jaar

Lees ook