Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 19 min.
Herkomst:

Een tocht naar Jeruzalem Een sage over de bedevaart van een bloeddorstige Russische held

Een tocht naar JeruzalemNadat Wasili Boeslajev zijn twee gevallen kameraden door twee jonge helden had vervangen en zijn droezjina weer voltallig was, trok hij er wederom op uit, want binnen de stadsmuren van Novgorod voelde hij zich te veel opgesloten. Hij vocht met de heidenen, verwoestte hun steden en veroverde een rijke buit. Wasili had alle reden om vrolijk te zijn. Toch knaagden sombere gedachten aan zijn gemoed. Noch de vrolijkheid van zijn makkers noch de hitte van het gevecht noch de liefkozingen van mooie vrouwen noch de rumoerige drinkgelagen konden hem van zijn zwaarmoedigheid bevrijden. Had hij niet te veel onschuldig bloed vergoten? Had hij niet te veel aan eigen roem en eer, rijkdom en macht gedacht zonder zich om zijn zielenheil te bekommeren? Zijn leven was succesvol en opwindend geweest, maar eens zou hij van zijn daden rekenschap moeten afleggen!

Dergelijke gedachten kwelden hem onophoudelijk, ook toen hij over het dek van zijn machtige schip liep waarmee hij zoveel rivieren en meren had bevaren. Steeds keerde hij met dit schip naar zijn geboortestad terug om de schatten die hij verzameld had in zijn huis op te slaan of te verkopen. Hij voer weer de Volchov op en naderde de haven van Novgorod waarin honderden schepen uit alle delen van de wereld lagen. Het schip van Wasili baande zich een weg tussen de Russische en vreemde koopvaardijschepen en legde aan bij de houten brug, niet ver van de plek waar hij jaren geleden met zijn droezjina over een overmachtige vijand had gezegevierd.

Hij wees in die richting en zei tegen zijn boezemvriend Foma: "Daar was het dat wij een gevecht op leven en dood hebben geleverd. Weet je nog dat ik bijna te laat kwam? Hoeveel jaren is dit nu al geleden en wat heeft het eigenlijk voor nut gehad? Rijkdom en zelfs roem zijn vergankelijk en het enige dat telt zijn de goede daden die men verricht. Ik denk er sterk over om het moorden en roven verder te staken en het Heilige Land te bezoeken. Misschien zal dit mij rust en vrede schenken."

Intussen was het schip gemeerd en werden de loopplanken uitgelegd. Wasili verliet als eerste het vaartuig, gevolgd door zijn mannen. De hoofdman merkte niet hoe men hem met angst en eerbied groette en hoe de jonge meisjes bloosden wanneer hij voorbijkwam. Hij staarde alleen maar somber voor zich uit, in diepe gedachten verzonken.

Hij kwam bij zijn huis en liep meteen naar het vertrek waar zijn moeder in haar leunstoel in slaap was gevallen. Hij knielde voor haar neer, raakte haar zachtjes aan en zei: "Word wakker, lieve moeder, je zoon is er weer en misschien zal hij over enige tijd voorgoed bij je blijven om je de eenzaamheid minder te doen voelen. Ik ben nu gekomen om jouw zegen te vragen voor een lange reis die ik wil ondernemen. Ik heb de gelofte afgelegd naar Jeruzalem te gaan om bij het graf van onze Verlosser te bidden om vergeving van mijn zonden. Ik wil mij wassen met het heilige water van de Jordaan en ook de berg Tabor beklimmen."

Zijn moeder antwoordde: "Mijn enige zoon, die ik zo lief heb maar om wie ik ook zoveel zorgen heb gehad, ik wil je gaarne zegenen, wanneer je van plan bent zo'n goede daad te verrichten. Maar mocht je weer in jouw oude gewoonten vervallen om onschuldige mensen te doden en hun bezittingen te ontvreemden, dan zal ik mijn zegen in een vervloeking veranderen." Daarna omarmde de moeder haar kind, bedekte zijn gelaat met kussen en schreide tranen van vreugde en verdriet.

De volgende dag trof Wasili allerlei voorbereidingen voor zijn verre reis. Hij liet voldoende leeftocht inslaan en naar het schip brengen en kocht een grote voorraad wapens om voorbereid te zijn op de aanvallen van de ongelovigen.

Van zijn moeder afscheid nemend hoorde hij haar zeggen: "Denk altijd aan wat ik je gezegd heb en hoedje voor slechte daden!" Ook de kameraden van Wasili namen afscheid van de weduwe.

Vervolgens scheepten zij zich in. De zeilen werden gehesen en de vlag met het wapen van Wasili Boeslajev wapperde vrolijk in de wind. Een grote menigte had zich op de wal verzameld om het schip te zien vertrekken, want Wasili's reis naar het Heilige Land was natuurlijk het gesprek van de dag.

Terwijl zij weken en weken voeren, kwamen zij geen enkel ander schip tegen. Alle koopvaarders waren de eerste de beste haven in gevlucht, zodra zij vernomen hadden dat de gevreesde Wasili met zijn mannen Novgorod verlaten had en nu op weg was naar het zuiden. Pas een maand na hun vertrek zag Wasili voor het eerst zeilen aan de horizon. Toen de schepen naderden, bemerkte hij dat het een vloot was. Hij liet het roer omgooien en bereikte al spoedig het voorste schip.

De vlag van de gevreesde Wasili Boeslajev was maar al te bekend en daarom riep de schipper vanaf het voorste vaartuig nadat zij elkaar dicht genaderd waren: "Wees gegroet, Wasili Boeslajev en ook gij dappere mannen! Wij varen naar Constantinopel waar wij koopwaar zullen inladen. Op het ogenblik zijn onze schepen helemaal leeg, zoals u wel aan de geringe diepgang hebt kunnen opmerken."

"Wees eveneens gegroet, kapitein! U hebt van ons niets te vrezen, want wij zijn niet op rooftocht. Wij gaan naar Jeruzalem. Kunt u ons de kortste weg daarheen wijzen?"

"Wanneer u de kortste weg neemt, kunt u in ongeveer zeven weken in Jeruzalem zijn, maar met een omweg zal het wel anderhalfjaar duren. De directe weg over de Zwarte Zee wordt nu door een roversbende bezet gehouden. Deze heeft zich op een eiland in de Zee van Marmara genesteld en daar een onneembare vesting gebouwd. Die rovers beschikken over een groot aantal snelvarende schepen en daarmee plunderen zij alle galeien en zeilschepen die zich maar in hun gebied vertonen."

"Ik dank u zeer voor uw inlichtingen, beste kapitein, maar wij zullen toch de kortste weg kiezen. Ik vertrouw op onze wapens en op de moed van mijn dappere kerels."

Onverschrokken liet Wasili het schip naar het eiland koersen waar de zeerovers hun vesting hadden. Dezen konden hun ogen niet geloven toen zij zagen dat een vreemd schip zomaar hun gebied was binnengedrongen. Hun verbazing werd nog groter toen zij merkten dat het schip in hun haven aanlegde en men de loopplanken uitlegde om aan land te gaan! Wasili sprong het eerst aan wal en met fiere blik en uitdagende houding liep hij op de rovers toe die op de kade stonden. Hij zei: "Meld jullie hoofdman dat Wasili Boeslajev geland is en een onderhoud met hem wenst te hebben."

Zij ijlden weg en waren spoedig terug om Wasili te melden dat hun hoofdman, Kanoeka, bereid was hem te ontvangen. Wasili en zijn mannen werden naar een groot vertrek in de vesting geleid waar Kanoeka en zijn gevolg aan een grote eikenhouten tafel zaten. "Wees gegroet, Kanoeka!" sprak Wasili. "Kunt u ons de kortste weg naar Jeruzalem wijzen?"

"Wees eveneens gegroet, dappere Wasili Boeslajev, en ook u, edele helden, wees welkom!" antwoordde de hoofdman. "Ik zal u direct van dienst zijn, maar eerst verzoek ik u allen plaats te nemen en met ons het middagmaal te nuttigen." Wasili nam de uitnodiging aan en zette zich met zijn mannen aan tafel. Men schonk hem een grote beker wijn in die hij in één teug ledigde.

Na het nuttigen van het avondmaal nam Wasili afscheid. Hij mocht echter niet eerder gaan dan nadat hij een aantal kostbare geschenken had aangenomen. Ook gaf de hoofdman hem een loods mee die de weg goed kende en hen zeker van dienst zou kunnen zijn. Hoewel de wind flink in de zeilen blies, duurde de reis toch lang. Eindelijk kwamen zij in de buurt van de berg Tabor, waar het schip aan de oever werd vastgemeerd. Gevolgd door zijn droezjina verliet Wasili het schip en zij ondernamen de tocht naar de top van de berg.

Halverwege zagen zij een doodskop liggen. Wasili bleef staan, raakte de doodskop met zijn stok aan en zei: "Vertel ons, verdord mensenhoofd, of je het hoofd bent van een heidense Tataar of een vroom christen." Wasili kreeg geen antwoord en in dolle overmoed gaf hij de doodskop een harde trap, zodat deze omhoog vloog en daarna weer op dezelfde plaats neerviel.

Tot ieders verbazing begon het hoofd te spreken: "Wat hebt u gedaan, Wasili Boeslajev, en wat geeft u het recht mij zo oneervol te behandelen? Ik was vroeger geen Tataar, noch een christen, maar een beroemde held, nog veel dapperder dan u bent. Omdat u mij zo beledigd hebt, zal weldra uw eigen hoofd op deze plaats neervallen en door het stof worden bedolven." Wasili begon onbedaarlijk te lachen, gaf de doodskop nog een flinke tik met zijn stok en vervolgde zijn weg.

Nadat zij de berg Tabor hadden bestegen, daalden zij weer af en gingen op weg naar Jeruzalem, een tocht die weken duurde. In de kathedraal liet Wasili missen lezen voor zijn moeder, voor zichzelf, voor zijn overleden vader, voor zijn bloedverwanten en vrienden. Het kostte hem een klein kapitaal, maar hij had toch geld genoeg!

De volgende dag liet hij de priesters van de kathedraal missen lezen voor zichzelf en voor zijn droezjina om vergiffenis af te smeken voor alle door hen begane moorden en gedane plunderingen. Ook voor deze diensten betaalde Wasili vorstelijk en hij schonk de geestelijkheid bovendien nog een groot bedrag voor de restauratie van de kerk.

Wasili had eveneens de gelofte afgelegd zich te zullen baden in de rivier de Jordaan. Daarheen trokken zij nu om zich onder te dompelen in het gezegende water. De vrienden van Wasili baadden volgens voorschrift met hun hemd aan, alleen hij zelf stapte naakt in het water. Dat zag een langs komende oude vrouw en zij merkte op: "Hoe durft gij u naakt te baden in deze gewijde rivier? Alleen onze Heer Jezus Christus heeft zich naakt in deze heilige wateren ondergedompeld, toen hij door Johannes werd gedoopt. Ik voorspel u, dappere mannen, dat gij weldra uw leider zult verliezen."

"Onze leider, Wasili Boeslajev, gelooft helemaal niet in voorspellingen, voortekens en droomverklaringen en wij evenmin!" kreeg zij ten antwoord.

Toch kreeg Wasili een vreemd voorgevoel, ook denkend aan de voorspelling van het doodshoofd. Daarom zei hij tegen zijn vrienden: "Beste kameraden, ik heb de doodskop op de berg Tabor beledigd en daar heb ik spijt van. Laten wij, vóór wij naar huis terugkeren, nog eenmaal naar die berg gaan zodat ik mij met hem kan verzoenen." Vergezeld van zijn droezjina beklom Wasili opnieuw de berg, maar nergens kon hij de doodskop meer vinden. Op de plaats waar deze gelegen had, zag hij nu een geweldige steen waarop geschreven stond: "Hij die over deze steen durft te springen, zal niet meer levend opstaan!"

"Belachelijk!" vond Wasili. "Ik zal jullie eens laten zien wat ik van al die poespas geloof." Hij nam een flinke aanloop en wilde over de steen springen, hetgeen hij gemakkelijk gekund zou hebben, maar op het moment dat hij dit wilde doen, struikelde hij en viel met zijn hoofd tegen de steen. Hoewel hij nog leefde, voelde hij dat zijn laatste uur geslagen had.

Met zwakke stem sprak hij tot zijn vrienden: "Beste mannen, trouwe vrienden! Reeds vele jaren hebben jullie lief en leed met mij gedeeld en veel van wat ik bereikt heb, heb ik aan jullie te danken. Ik dank jullie daarvoor en ik zou ieder van jullie persoonlijk de hand willen drukken, maar mijn krachten begeven het. Keer terug naar Novgorod en vertel mijn moeder dat haar zoon op de berg Tabor gestorven is. Laat zij geen geld sparen om missen te laten lezen voor mijn zielenheil en laat zij..."

Daarop gaf Wasili de geest en zijn diep ontroerde makkers pinkten een traan weg. Zij groeven een kuil en legden het ontzielde lichaam van hun hoofdman daarin. Op het graf plaatsten zij een grote steen waarin zij de woorden kerfden: "Hier ligt het lichaam van Wasili Boeslajev uit Novgorod, de held die grote daden heeft verricht. Moge God zijn ziel genadig zijn!" Diep bedroefd keerden zij naar het schip terug en na een lange tocht kwamen zij weer in hun geboortestad. Daar begaven zij zich meteen naar het huis van de weduwe.

"Waar is mijn zoon, mijn geliefde Wasili?" vroeg zij. "Ik hoor en zie hem niet. Is er iets met hem gebeurd?" Nu moesten de mannen haar het treurige nieuws vertellen. Mamelfa Timofejevna liet haar hoofd zakken en haar tranen de vrije loop. Drie dagen later schonk zij al haar geld en kostbaarheden aan de kerken en kloosters van de stad om daar dagelijks te bidden voor de zielenrust van haar zoon, de onstuimige en overmoedige Wasili Boeslajev.


*   *   *

Een tocht naar Jeruzalem Samenvatting
Een sage over de bedevaart van een bloeddorstige Russische held. Wasili Boeslajev ontdekt dat hij meer met roem en eer, rijkdom en macht bezig is geweest dan met zijn eigen zielenheil. Daarom besluit hij op pelgrimstocht te gaan naar het Heilige Land. Op de berg Tabor komt hij een doodshoofd tegen dat tegen hem begint te praten en hem een akelige voorspelling doet... Lees het verhaal

Toelichting
Zie in eerste instantie het verhaal Wasili Boeslajev over deze Russische held.

Een droezjina is een groep jongelingen die door een ridder worden geleid en aan wie zij blindelingse gehoorzaamheid zijn verschuldigd.

Vergelijk voor verschillende verhalen en legenden over pelgrimstochten o.a. Ursula en de elfduizend maagden.

Trefwoorden


Verhaalsoort

Bron
"Russische heldensagen" door M.A. Prick van Wely. Fibula, Houten, 1989. ISBN: 90-269-4416-0

Herkomst: Rusland
Verteltijd: ca. 19 min.
Leeftijd: vanaf 14 jaar

Lees ook