Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 12 min.
Herkomst:

Er is niets beters dan een goede bemiddelaar Een Japanse fabel over een krekel, een slang en een regenworm

Lang, lang geleden zag de wereld er heel anders uit dan tegenwoordig. Het gras groeide tot in de hemel, terwijl de bomen nauwelijks tot de mensen hun knieën reikten. En de slang leefde nog zonder ogen, maar bezat daarvoor in de plaats een heerlijke altstem. Zij was erg gelukkig met deze gave en oefende van vroeg tot laat. In de hele streek was er geen betere zangeres te vinden.

Met een stem, trillend van verlangen, zong zij haar lied over de stralende zon en de glinsterende dauw - over de verrukkelijke kleuren van de bloemen en hoe de geheimzinnig flonkerende sterren aan de donkerblauwe hemel staan. Zo treurig en weemoedig zong zij over dit alles, terwijl zij het nooit met eigen ogen had kunnen aanschouwen, dat alle dieren naar de open plek in het bos kwamen en dagenlang ontroerd luisterden. Zij was werkelijk een heel bijzondere zangeres!

"Door deze liederen begrijpen wij pas goed hoe mooi onze wereld is," zuchtten de dieren. Alleen de slang zelf wist het niet. Zij zag dat alles slechts in haar verbeelding en misschien werd juist daardoor de wereld in haar liederen zo schitterend! En zo zong zij met haar diepe altstem, tot de open plek in het bos vervuld was van haar treurigheid. En verder nog ging haar lied, de wereld in. In die tijd leefde, dichtbij de slang, een regenworm, die een ander verdriet moest verwerken. Hij bezat weliswaar grote, donkerglanzende ogen, maar was stom ter wereld gekomen. Hij zag de stralende zon en de fladderende, bonte vlinders, maar kon tegen niemand zijn vreugde uiten. En hoe graag zou hij eens getroost worden in dat verdriet... Zwijgend en met steeds grotere ogen keek hij om zich heen. En geen dier nam de moeite naar hem te kijken. Had hij zijn verdriet maar kunnen uitzingen, zoals de slang. Maar niemand wist wat er in hem omging.

Eens, in. de lente, zocht een ondernemende krekel onderdak in het bos. Hij luisterde naar de gevoelvolle liederen van de slang en ook hij werd geroerd door de onbeschrijfelijke treurigheid in de grote, donkere ogen van de regenworm. Ineens kreeg hij een idee. Hij wachtte geduldig tot de slang uit haar holletje kwam gekropen en toen zij een lied gezongen had, sprak hij haar aan. "Welk een wonderbaarlijke stem hebt u, mevrouw Slang! U bent zeker wel blij dat u na de lange winterslaap weer het zonnige bos in kunt kruipen?"

"Ach, ik merk er zo weinig van dat ik niet meer in mijn hol lig," zuchtte de slang treurig. "Ik leef immers altijd in de duisternis. Ik zie niets van de jonge lente en de kleurige bloemen. Niets zie ik!"

"Luister eens, mevrouw Slang," fluisterde de krekel, "ik heb over uw trieste lot nagedacht. Het leed dat uit uw liederen opklinkt, treft mij diep in mijn ontvankelijk hart. Ik kan u helpen. Maar ik zeg u eerlijk, gemakkelijk zal dat niet zijn! Wanneer u uw prachtige stem zoudt willen opofferen, dan is het misschien mogelijk met eigen ogen de schoonheid van de wereld te zien."

"Hoe zou dat mogelijk zijn, mijnheer Krekel," antwoordde de slang ongelovig. "Ieder offer wil ik brengen, als mijn ogen dan zouden kunnen zien. Maar niemand in de wereld wil zijn ogen, het kostbaarste bezit, afstaan."

"Ieder heeft zijn eigen zorgen, mevrouw Slang, en ziet zijn eigen noodlot het zwaarst. Daarnet ontmoette ik toevallig de regenworm. En toen ik het verschrikkelijke verdriet in die grote ogen zag, dacht ik dat hij misschien wel met u zou willen ruilen! Dan bent u beiden geholpen. U kunt zien en de regenworm kan zich eindelijk uiten!"

"Ik weet het niet, ik weet het niet." De slang schudde langzaam z'n kop. "Je ogen ruilen voor het zingen van een lied? Ogen zijn toch veel belangrijker? Ik zou zo gelukkig zijn als ik met eigen ogen de wereld kon zien, dat ik mijn stem niet eens missen zou."

Opnieuw vertelde de krekel haar dat ieder zijn eigen gemis het diepst voelt en niet weet welke zware last een ander te dragen heeft. En hij bood aan voor bemiddelaar te spelen. En nauwelijks had de slang toestemmend geknikt, of 't dier spoedde zich met grote sprongen naar de regenworm.

"Mijnheer Worm," kirde hij tegen de zwijgende regenworm, "het verdriet in uw ogen heeft mij zó pijnlijk getroffen. Hele nachten kon ik niet slapen en heb ik mij steeds maar afgevraagd, hoe ik u zou kunnen helpen. En ik wéét nu een oplossing. Luister goed: zoudt u uw ogen willen missen om daarvoor in de plaats met ieder dier te kunnen spreken en vreugde en verdriet met hen te delen? De schoonheid van de wereld hebt u nu al zo lang gezien!"

Eerst luisterde de regenworm stil naar de krekel. Maar ineens begon zijn lange, dunne lijfje te beven en het leek of zijn ogen nog groter werden.

De krekel ging verder: "Natuurlijk hebt u, op de open plek in het bos, mevrouw Slang wel eens horen zingen. Verlangt u er nooit naar, ook uw hart te openen voor de andere dieren en bij hen troost te zoeken? Wilt u net zo mooi zingen als mevrouw Slang?"

De stomme regenworm knikte zenuwachtig met zijn kop.

"Wel," hernam de krekel opgewekt, "dat kan gebeuren!" Als u maar bereid bent uw grote ogen te ruilen voor de stem van de slang, dan bent u allebei geholpen. Tenminste, als de slang er ook voor voelt."

De regenworm knipperde, om zijn instemming te tonen, zo snel met zijn ogen, dat de krekel er draaierig van werd.

"Natuurlijk is het niet gemakkelijk iemand ervan te overtuigen dat hij zo'n prachtige stem moet verliezen, maar als ik uw bemiddelaar mag zijn, zal ik ervoor zorgen dat uw liefste wens wordt vervuld!"

Toen de regenworm opnieuw knikte, wreef de krekel tevreden zijn voorpootjes over elkaar. "Dan zijn wij het eens!"

De regenworm glom van vreugde. De krekel was al op weg. Maar plotseling keerde hij terug en zei vleiend: "Als ik bemiddel in zo'n moeilijk geval, dan verwacht ik natuurlijk wel een kleine beloning!" En toen de regenworm hem met zijn ogen te verstaan gaf dat hij dat begreep, ging de krekel verder: "Weet u, ik zou zo graag één keer zelf het slangenlied zingen. Als ik uw ogen ruil voor de stem van de slang, mag ik dan even zelf die stem gebruiken? Zodra u hem wilt hebben, zegt u het maar en ik geef hem dadelijk."

Weer las de krekel in de ogen van de regenworm dat hij hiermee instemde. Vlug sprong hij naar de slang en nu duurde het niet lang of de twee ongelukkige dieren hadden hun verdriet met elkaar geruild. De slang bezat plotseling de grote, treurige ogen van de regenworm en deze zou de prachtige slangenstem krijgen. Maar, volgens afspraak, mocht de krekel het slangenlied zelf even houden. De regenworm was al zo lang stom, die paar ogenblikken kwamen er ook niet meer op aan, dacht de krekel.

Hij oefende enkele dagen, want het was een lang lied en hij moest vaak tussentijds ademhalen. Daardoor verloor het wel iets van de mooie, diepe klank. Maar het klonk toch nog erg mooi! De hoge stem van de krekel sjirpte zo luid over de open plek in het bos, dat alle dieren hem "een beroemde zanger" noemden. En hoe langer hij die aardige stem bezat, des te minder voelde hij ervoor hem te missen. Nu en dan liep hij even bij de regenworm aan en zei op onverschillige toon: "Ik kan de stem zeker nog wel even houden, mijnheer Regenworm? U vindt het toch wel goed? Wel bedankt, hoor!" En weg was hij weer.

De stomme regenworm kon hem natuurlijk niet naroepen: "Geef die stem terug!" Hij kon hem zelfs niet waarschuwen met zijn ogen, want die zaten nu in de kop van de slang.

Sindsdien kruipt de regenworm dadelijk naar boven, naar het licht, als hij de stem van de krekel hoort. En hij volgt die overal. Maar het helpt niets. Want hij kan de krekel toch niet aanspreken en deze doet of hij hem niet ziet. En zo woelt de regenworm, van het voorjaar totdat de herfststormen de bladeren doen neerdwarrelen, door de aarde, de krekel achterna. En wacht, in plassen en greppels, tot deze hem eindelijk, eindelijk, het mooie lied zal teruggeven...


*   *   *

Er is niets beters dan een goede bemiddelaar Samenvatting
Een Japanse fabel over een krekel, een slang en een regenworm. Vroeger kon de slang prachtig zingen over de schoonheid van de natuur, maar hij had geen ogen en kon dus niets zien. De regenworm had echter hele grote ogen, maar was stom. Een krekel komt op het idee om te bemiddelen tussen deze twee zodat ze eens kunnen ruilen. Lees het verhaal

Trefwoorden


Thema

Verhaalsoort

Bron
"Japanse sprookjes" bewerkt door Marijke van Raephorst. Uitgeverij N. Kluwer, Deventer, 1971.

Herkomst: Japan
Verteltijd: ca. 12 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook