Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 19 min.
Herkomst:




Geit Horenslaan, die niet naar huis wou gaan Een grappig Noors stapelverhaal over ongehoorzaamheid

Er was eens een vrouw, die een jongen en een geit had. De jongen heette Espen, en de geit noemde ze Horenslaan. Maar ze waren niet al te beste vrienden en konden het dikwijls niet goed met elkaar vinden; want de geit was lastig en koppig, zoals geiten zijn, en nooit wou ze 's avonds op tijd naar huis.

Op een dag moest Espen haar 's avonds gaan halen en toen hij een eindje had gelopen, zag hij Horenslaan hoog, hoog op een helling staan. "Beste Geit Horenslaan, beste Geit Horenslaan! Je kunt nu niet langer op de helling staan, je moet nu mee naar huis toe gaan. Het is avond moet je weten, ik heb honger, ik wil eten," zei hij. "Nee," zei Geit Horenslaan, "niet eer ik dat polletje en dat polletje en dat polletje en dat polletje heb afgegeten!" - "Dan zal ik het moeder zeggen," zei de jongen. "Ga je gang, dan kan ik tenminste rustig eten," zei Geit Horenslaan.

Toen ging Espen bij zijn moeder klagen.

"Ga naar de vos en vraag hem of hij Horenslaan wil bijten," zei zijn moeder. De jongen naar de vos. "Beste Reintje Vos! Beste Reintje Vos bijt Geit Horenslaan, Horenslaan wil niet naar huis gaan. En het is nu avond, moet je weten, ik heb honger, ik wil eten," zei Espen. "Nee, ik bezeer mijn snuit niet aan varkensborstels en geitenhaar," zei de vos.

Toen ging de jongen weer bij zijn moeder klagen. "Ja, ga dan naar de wolf," zei zijn moeder. De jongen naar de wolf. "Beste Wolf Grijspoot! Beste Wolf Grijspoot, scheur Reintje Vos dood. De vos wil Geit Horenslaan niet bijten, Horenslaan wil niet naar huis gaan. En het is nu avond moet je weten, ik heb honger, ik wil eten!" - "Dank je wel," zei de wolf, "ik slijt mijn nagels en tanden niet op zo'n magere vossenkarkas," zei hij.

Toen ging de jongen weer bij zijn moeder klagen.

"Ja, ga dan naar de beer en vraag hem of hij Grijspoot niet wil neerslaan," zei zijn moeder. De jongen naar de beer. "Beste Bruintje Beer! Beste Bruintje Beer, sla wolf Grijspoot neer, Grijspoot scheurt Reintje niet dood, de vos wil Geit Horenslaan niet bijten, Horenslaan wil niet naar huis toe gaan. En het is nu avond moet je weten, ik heb honger, ik wil eten!" - "Nee, dat wil ik niet," zei de beer, "ik heb geen zin mijn poten daar aan te verslijten."

Toen ging de jongen weer bij zijn moeder klagen.

"Ja, ga dan naar de Lap," zei zijn moeder, "en vraag hem de beer neer te schieten," zei ze. De jongen naar de Lap. "Beste brave Lap! Beste, brave Lap, schiet Bruintje Beer voor me neer, de beer wil Wolf Grijspoot niet verslaan, Grijspoot scheurt Reintje niet dood, de vos wil Geit Horenslaan niet bijten, Horenslaan wil niet naar huis toe gaan. En het is nu avond moet je weten, ik heb honger, ik wil eten!" - "Nee, daar heb ik geen zin in," zei de Lap, "daar verschiet ik mijn kogels niet voor."

Toen ging de jongen weer bij zijn moeder klagen.

"Ja, ga dan naar de den," zei zijn moeder, "en vraag hem of hij de Lap niet wil verpletteren," zei ze. De jongen naar de den. "Beste, brave den! Den, val op de Lap, de Lap wil de beer niet schieten, Bruintje Beer wil Wolf Grijspoot niet verslaan, Grijspoot scheurt Reintje niet dood, de vos wil Geit Horenslaan niet bijten, Horenslaan wil niet naar huis toe gaan. En het is nu avond moet je weten, ik heb honger, ik wil eten!" - "Nee, daar heb ik geen zin in," zei de den, "daar breek ik mijn takken niet voor," zei hij.

Toen ging de jongen weer bij zijn moeder klagen.

,Ja, ga dan naar het vuur," zei zijn moeder, "en vraag dat de den te verbranden," zei ze. De jongen naar het vuur. "Mijn best, braaf vuurtje, mijn best braaf vuurtje, verbrand die den in minder dan een uurtje, de den wil niet op de Lap vallen, de Lap wil de beer niet schieten, Bruintje Beer wil Wolf Grijspoot niet verslaan, Grijspoot scheurt Reintje niet dood, de vos wil Geit Horenslaan niet bijten, Horenslaan wil niet naar huis toe gaan. En het is nu avond, moet je weten, ik heb honger, ik wil eten!" - "Nee, daar heb ik geen zin in," zei het vuurtje, "daar brand ik me niet voor op," zei het.

Toen ging de jongen weer bij zijn moeder klagen.

"Ja, ga dan naar het water," zei zijn moeder, "en vraag het het vuurtje te doven," zei ze. De jongen naar het water. "Mijn beste, brave watertje, mijn beste, brave watertje, doof voor mij het vuur, het vuur wil de den niet verbranden, de den wil niet op de Lap vallen, de Lap wil de beer niet schieten, Bruintje Beer wil Wolf Grijspoot niet verslaan, Grijspoot scheurt Reintje niet dood, de vos wil Geit Horenslaan niet bijten, Horenslaan wil niet naar huis toe gaan. En het is nu avond, moet je weten, ik heb honger, ik wil eten!" - "Nee, daar heb ik geen zin in," zei het water, "daar vermors ik me niet aan."

Toen ging de jongen weer bij zijn moeder klagen.

"Ja, ga dan naar de stier," zei zijn moeder, "en vraag hem het water op te drinken," zei ze. De jongen naar de stier. "Mijn beste, brave stier! Mijn beste, brave stier, drink eens dat water hier, het water wil het vuur niet doven, het vuur wil de den niet verbranden, de den wil niet op de Lap vallen, de Lap wil de beer niet schieten, Bruintje Beer wil Wolf Grijspoot niet verslaan, Grijspoot scheurt Reintje niet dood, de vos wil Geit Horenslaan niet bijten, Horenslaan wil niet naar huis toe gaan! En het is nu avond, moet je weten, ik heb honger, ik wil eten!" - "Nee, daar heb ik geen zin in," zei de stier, "daar laat ik mijn buik niet voor barsten," zei hij.

Toen ging de jongen weer bij zijn moeder klagen.

"Ja, ga dan naar zijn halsjuk," zei zijn moeder, "en vraag dat de stier te wurgen." De jongen naar het halsjuk. "Mijn beste, brave halsjuk! Mijn beste brave halsjuk, knijp jij die stier zijn hals stuk, de stier wil het water niet drinken, het water wil het vuur niet doven, het vuur wil de den niet verbranden, de den wil niet op de Lap vallen, de Lap wil de beer niet schieten, Bruintje Beer wil Wolf Grijspoot niet verslaan, Grijspoot scheurt Reintje niet dood, de vos wil Geit Horenslaan niet bijten, Horenslaan wil niet naar huis toe gaan. En het is nu avond moet je weten, ik heb honger, ik wil eten!" - "Nee, daar heb ik geen zin in," zei het juk, "daar breek ik me niet voor door midden," zei het.

Toen ging de jongen weer bij zijn moeder klagen.

"Ja, ga dan naar de bijl," zei zijn moeder, "en vraag hem het juk stuk te hakken," zei ze. De jongen naar de bijl. "Mijn beste, brave bijl! Mijn beste, brave bijl, hak voor mij dat juk stuk, het juk wil de stier niet wurgen, de stier wil het water niet drinken, het water wil het vuur niet doven, het vuur wil de den niet verbranden, de den wil niet op de Lap vallen, de Lap wil de beer niet schieten, Bruintje Beer wil Wolf Grijspoot niet verslaan, Grijspoot scheurt Reintje niet dood, de vos wil Geit Horenslaan niet bijten, Horenslaan wil niet naar huis gaan. En het is nu avond, moet je weten, ik heb honger, ik wil eten!" - "Nee, daar heb ik geen zin in," zei de bijl, "daar waag ik mijn snede niet aan," zei hij.

Toen ging de jongen weer bij zijn moeder klagen.

"Ta, ga dan naar den smid," zei zijn moeder, "en vraag hem de bijl om te smeden." De jongen naar de smid. "Mijn beste, brave smid! Mijn beste, brave smid, smeed die bijl om, wat ik je bid, de bijl wil niet op het juk hakken, het juk wil de stier niet wurgen, de stier wil het water niet drinken, het water wil het vuur niet doven, het vuur wil de den niet verbranden, de den wil niet op de Lap vallen, de Lap wil de beer niet schieten, Bruintje Beer wil Wolf Grijspoot niet verslaan, Grijspoot scheurt Reintje niet dood, de vos wil Geit Horenslaan niet bijten, Horenslaan wil niet naar huis toe gaan. En het is nu avond, moet je weten, ik heb honger, ik wil eten!" - "Nee, daar heb ik geen zin in," zei de smid, "daar verbrand ik mijn kolen niet voor en daar verslijt ik mijn smidshamers niet op," zei hij.

Toen ging de jonger weer bij zijn moeder klagen.

"Ja, ga dan naar het touw," zei zijn moeder, "en vraag het de smid op te hangen." De jongen naar het touw. "Mijn beste, brave touw! Mijn beste, brave touw, knoop me die smid op, gauw! De smid wil de bijl niet omsmeden, de bijl wil niet op het juk hakken, het juk wil de stier niet wurgen, de stier wil het water niet drinken, het water wil het vuur niet doven, het vuur wil de den niet verbranden, de den wil niet op de Lap vallen, de Lap wil de beer niet schieten, Bruintje Beer wil Wolf Grijspoot niet verslaan, Grijspoot scheurt Reintje niet dood, de vos wil Geit Horenslaan niet bijten, Horenslaan wil niet naar huis toe gaan. En het is nu avond, moet je weten, ik heb honger, ik wil eten!" - "Nee, daar heb ik geen zin in," zei het touw, "daar trek ik me niet voor stuk," zei het.

Toen ging de jongen weer bij zijn moeder klagen.

"Ja, ga dan naar de muis," zei zijn moeder, "en vraag haar het touw door te knagen!" De jongen naar de muis. "Mijn beste, brave muis! Mijn beste brave muis, knaag voor mij dat touw tot pluis! Het touw wil de smid niet opknopen, de smid wil de bijl niet omsmeden, de bijl wil niet op het juk hakken, het juk wil de stier niet wurgen, de stier wil het water niet drinken, het water wil het vuur niet doven, het vuur wil de den niet verbranden, de den wil niet op de Lap vallen, de Lap wil de beer niet schieten, Bruintje Beer wil Wolf Grijspoot niet verslaan, Grijspoot scheurt Reintje niet dood, de vos wil Geit Horenslaan niet bijten, Horenslaan wil niet naar huis toe gaan. En het is nu avond, moet je weten, ik heb honger, ik wil eten!" - "Nee, daar heb ik geen zin in," zei de muis, "daar knaag ik het glazuur niet voor van mijn tanden," zei ze.

Toen ging de jongen weer bij zijn moeder klagen.

"Ja, ga dan naar de poes," zei zijn moeder, "en vraag haar de muis te vangen," zei ze. De jongen naar de poes. "Mijn zoete, lieve poes! Mijn zoete, lieve poes, vang me die muis pardoes! De muis wil het touw niet stuk knagen, het touw wil de smid niet opknopen, de smid wil de bijl niet omsmeden, de bijl wil niet op het juk hakken, het juk wil de stier niet wurgen, de stier wil het water niet drinken, het water wil het vuur niet doven, het vuur wil de den niet verbranden, de den wil niet op de Lap vallen, de Lap wil de beer niet schieten, Bruintje Beer wil Wolf Grijspoot niet verslaan, Grijspoot scheurt Reintje niet dood, de vos wil Geit Horenslaan niet bijten, Horenslaan wil niet naar huis toe gaan. En het is nu avond, moet je weten, ik heb honger, ik wil eten!" - "Ja, maar geef me dan eerst een lekker bakje melk voor mijn jongen," zei de poes. Ja, dat zou ze krijgen.

Toen ving de poes de muis, en de muis knaagde het touw door, en het touw knoopte de smid op, en de smid smeedde de bijl om, en de bijl hakte het juk stuk, en het juk wurgde de stier, en de stier dronk het water op, en het water doofde het vuur uit, en het vuur verbrandde de den, en de den viel op de Lap, en de Lap schoot de beer, en Bruintje Beer sloeg Wolf Grijspoot neer, en Grijspoot scheurde Reintje dood, en Reintje beet Geit Horenslaan, en... Geit Horenslaan er vandoor: die vloog zo snel zijn poten hem konden dragen naar de stal en brak daarbij zowel onder- als bovenbenen.

"Mè-è-è!," klaagde Geit Horenslaan… Daar lag ze, en als ze niet dood is, dan hinkt ze nu nog op drie poten.

Maar Espen zei, dat het net goed voor haar was; want ze moest maar eens en voor al weten, dat ze hem 's avonds niet kon laten wachten op zijn eten!


*   *   *

Geit Horenslaan, die niet naar huis wou gaan Samenvatting
Een grappig Noors stapelverhaal over ongehoorzaamheid. Wanneer een jongen de geit moet ophalen om mee naar huis te gaan, weigert de geit dat: ze wil eerst nog verder eten. De jongen gaat bij zijn moeder klagen en die geeft hem de raad om naar de vos, de beer, een Lap, de den, het vuur, het water, de stier, het halsjuk, de bijl, de smid, het touw, de muis en de poes te gaan. Al die moeite om een ongehoorzame geit naar huis te brengen! Lees het verhaal

Toelichting
Een voorbeeld van een stapelverhaal ofwel kettingsprookje, een verhaalsoort dat we in alle delen van de wereld tegenkomen. Zie ook Luisje en vlootje en Slimme Hans van de gebroeders Grimm.

Trefwoorden

Verhaalsoort

Bron
"Noorse volkssprookjes uit de verzameling van Asbjørnsen en Moe" gekozen en vertaald door Greta Baars-Jelgersma. Uitgeversmaatschappij W. de Haan, Utrecht, 1944, p. 6-10.

Herkomst: Noorwegen
Verteltijd: ca. 19 min.
Leeftijd: vanaf 5 jaar

Lees ook