Volksverhalen Almanak

Goudboompje en Zilverboompje Een Keltisch sprookje over een jaloerse moeder

Er was eens een koning die een echtgenote had, die Zilverboompje heette. Hij vond dat zo'n aardige naam, dat, toen zij na een poosje een dochtertje kregen, hij deze Goudboompje noemde. De kleine prinses groeide op tot een bijzonder mooi meisje. De koning was erg trots op haar, niet altijd tot genoegen van de koningin. Op zekere dag nam Zilverboompje haar dochter mee naar een dal, waarin zich een bron bevond. Het bijzondere van die bron was dat daarin een forel zwom die spreken kon. Toen zij aankwamen, liep de koningin dadelijk naar de bron en riep: "Lieve, beste forel, ben ik niet de mooiste koningin van de wereld?"

"O nee, zeker niet," antwoordde de forel.

"Wie dan wel?"

"Goudboompje natuurlijk, je dochter."

Blind van woede ging Zilverboompje naar huis terug. Zij ging op haar bed liggen, zei dat ze ziek was en verzekerde iedereen, dat zij niet eerder genezen zou zijn, voordat zij het hart en de lever van Goudboompje gegeten had.

Tegen de avond kwam de koning thuis en men vertelde hem dat de koningin erg ziek was. Hij ging naar haar toe en vroeg wat haar scheelde.

"O, het is helemaal niet zo erg, en je kunt mij zelf genezen, indien je wilt."

"Er is immers niets dat ik niet voor je zou willen doen," zei de koning.

"Bezorg me dan het hart en de lever van Goudboompje, als ik die gegeten heb, zal ik weer beter zijn," antwoordde de koningin.

Nu had de koning net een huwelijksaanzoek voor Goudboompje ontvangen van een koningszoon uit een groot en machtig rijk. Hij had hiervoor graag zijn toestemming gegeven en samen met zijn dochter zou hij naar het andere land reizen. Maar vóór hij vertrok zond hij enkele van zijn jagers uit om een bok te schieten. Zelf bracht hij het hart en de lever van het dier naar de koningin. Zij at ze op en voelde zich weer beter en gezond.

Een jaar hierna ging Zilverboompje weer naar de bron en riep: "Lieve beste forel, ben ik niet de mooiste koningin van de wereld?"

En weer antwoordde de vis: "O nee, zeker niet."

"Maar wie dan wel?"

"Goudboompje natuurlijk, je dochter."

"Maar dat kan niet, zij is al een jaar dood, ik heb zelf haar hart en lever opgegeten."

"Zij is niet dood. Zij is getrouwd met een machtige en rijke prins uit een naburig land."

Zilverboompje ging naar huis en vroeg de koning een schip voor haar in gereedheid te laten brengen. "Ik wil mijn lieve Goudboompje bezoeken," zei ze, "het is al zo lang geleden dat ik haar voor het laatst zag."

Het schip werd gereed gemaakt en zij gingen op reis. Zilverboompje zelf stond aan het roer en zij stuurde zó goed, dat zij veel eerder aankwamen dan zij gedacht hadden.

De prins was die dag aan het jagen in de heuvels. Maar Goudboompje schrok toen zij het schip van haar vader zag binnenvaren.

"O!" riep zij tot haar dienaren, "daar komt mijn moeder om mij te doden."

"Zij zal u niet doden; we zullen u in uw kamer opsluiten, zodat zij niet bij u kan komen."

Dit gebeurde en toen Zilverboompje in het paleis kwam en om haar dochter riep, antwoordde deze dat zij niet kon komen omdat zij opgesloten was. "Wil je dan niet je pink door het sleutelgat steken, zodat ik er een kus op kan geven?" vroeg Zilverboompje. Goudboompje stak haar pink door het sleutelgat en toen stak Zilverboompje haar met de punt van een vergiftigde dolk. Goudboompje viel onmiddellijk dood neer.

Toen de prins thuiskwam en zijn vrouw dood vond, was hij zeer bedroefd en toen hij zag hoe mooi zij toch was, wilde hij haar niet begraven maar sloot haar in haar kamer op, zodat niemand behalve hijzelf bij haar kon komen.

Na verloop van tijd hertrouwde de prins. Zijn tweede vrouw wist dat zij overal mocht komen en alles naar haar eigen smaak mocht veranderen; alleen de kamer van Goudboompje was haar verboden. De prins hield dan ook de sleutel altijd bij zich.

Op zekere dag vergat hij deze, de koningin vond hem en zij werd zó nieuwsgierig dat zij de kamer binnentrad. Zij bleef staan en naderde toen langzaam het bed waarop de prinses lag. Zij vond haar de mooiste vrouw die zij ooit gezien had. Voorzichtig probeerde zij Goudboompje te wekken, maar wat zij ook deed, het hielp niet. Plotseling zag zij een kleine splinter in de pink van de prinses en voorzichtig trok zij hem er uit. Toen ontwaakte Goudboompje en zij was mooier dan ooit.

's Avond kwam de prins thuis van de jacht. Hij had geen erg goede dag gehad en keek somber en ontevreden. Zijn tweede vrouw lachte hem toe en zei: "Wat krijg ik van je als ik je weer vrolijk maak?"

"Ach, niets kan mij weer vrolijk maken, sinds Goudboompje dood is."

"Ga naar haar kamer en je zult haar terugvinden, levend en wel."

Toen de prins Goudboompje terugzag, was hij zó gelukkig dat hij niets anders deed dan haar kussen en aankijken, hij kon niet geloven dat hij haar weer terug had. Zijn tweede vrouw zei: "Zij is je eerste vrouw en bij haar moet je blijven; ik zal wel weggaan."

"Alsjeblieft niet," riep de prins uit, "ik houd van jullie allebei, daarom moet jij óók blijven!"

Er ging weer een jaar voorbij en aan het einde daarvan ging Zilverboompje weer naar het dal, naar de bron, waarin de forel zwom.

"Lieve, beste forel," riep ze, "ben ik niet de mooiste koningin van de wereld?"

"Welnee, beslist niet."

"Maar wie dan wel?"

"Goudboompje natuurlijk, je eigen dochter."

"Maar dat kan niet, zij is dood! Verleden jaar stak ik haar met de vergiftigde punt van mijn dolk."

"O, maar zij is helemaal niet dood, werkelijk niet."

Zilverboompje ging weer naar huis en evenals de vorige keer vroeg zij de koning om een boot, omdat zij Goudboompje wilde bezoeken. De koning deed wat hem gevraagd werd. Weer stond Zilverboompje aan het roer en zij stuurde zó goed, dat zij veel eerder aankwamen dan zij gedacht hadden.

De prins was op jacht toen Goudboompje het schip van haar vader zag aankomen.

"O!" riep zij, "daar komt mijn moeder weer om mij te doden."

"Niets ervan," zei de tweede vrouw, "we zullen haar tegemoet gaan."

Zilverboompje kwam aan wal. "Kom hier, Goudboompje, lieveling," zei ze, "ik, je eigen moeder, ben naar je toegekomen om je een heerlijke drank te brengen."

"Het is de gewoonte in dit land," kwam de tweede vrouw tussenbeide, "dat degene die een drank aanbiedt zelf de eerste slok neemt."

Zilverboompje deed alsof zij een slok wilde nemen, maar toen kwam de tweede vrouw naar voren, lichtte het hoofd van de koningin op zodat er iets van de drank in haar keel kwam. Zij viel direct dood neer. Het dode lichaam werd weggedragen en begraven. En de prins en zijn twee vrouwen leefden nog lang en gelukkig met elkaar.


*   *   *

Goudboompje en Zilverboompje Samenvatting
Een Keltisch sprookje over een jaloerse moeder. Een moeder is jaloers op de schoonheid van haar eigen dochter en probeert haar te vermoorden. Gelukkig redt de vader zijn dochter en laat hij haar trouwen met de prins van een naburig koninkrijk. Maar als de moeder erachter komt dat ze nog leeft, gaat ze op weg en doet weer een poging. Lees het verhaal

Toelichting
Dit verhaal vertoont overeenkomsten met Sneeuwwitje. Een verboden kamer of toren vinden we ook in: Het kind van Maria, Vleerkens vogel, Het Lichtkasteel, De zoon van de arme weduwe en Blauwbaard.

Trefwoorden


Thema

Verhaalsoort

Bron
"Het zwarte paard. Keltische sprookjes en verhalen" door Max en Beatrix Prick van Wely. Uitgeverij Ankh-Hermes, Deventer, 1977. ISBN: 90-202-0038-0

Herkomst: Ierland
Verteltijd: ca. 10 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook