Volksverhalen Almanak

Hassan de wever Een verhaal uit 1001-nacht over wat nodig is om fortuin te maken

In Bagdad leefden eens twee rijke mannen, Saadi en Saad geheten. De twee heren bespraken wat rijke mannen zoal met elkaar bespreken. Zo maakten ze ruzie over wat belangrijker was om fortuin te maken: een beetje geld of gewoon geluk. Omdat ze er niet uitkwamen, besloten de beide heren de proef op de som te nemen.

Saad besloot de arme wever Hassan, die hij als een eerlijk man kende, honderd goudstukken te geven. Samen gingen ze naar de man toe, die in een kleine werkplaats druk aan het werk was. "Hoe gaat het er mee, baas?" vroeg Saad, terwijl ze de sombere werkplaats binnen gingen.

"Dank u wel, edele heer," zei de wever, "het gaat goed met mij en met mijn familie ook."

"Dus je bent nogal tevreden?" informeerde Saad verder.

"Wat het werk betreft, dat kan ik genoeg krijgen, edele heer, maar ik heb helaas niet genoeg geld om wol te kopen, daardoor moet ik nogal eens een bestelling laten lopen."

"Als ik je eens honderd goudstukken gaf, zou je dan meer kunnen verdienen?"

"Met honderd goudstukken, heer," ging Hassan verder, "zou ik een rijk man kunnen worden."

"Wel," zei Saad, "ik leen ze je. Als je een rijk man wordt geef je ze mij terug, maar als je arm blijft, dan mag je ze houden."

Hassan nam het geld aan onder duizend dankbetuigingen en de heren gingen. De wever zocht naar een geschikte plaats om het geld op te bergen. Omdat hij in de werkplaats niets vond, borg hij het zo lang maar in zijn tulband. Toen zijn dagtaak was afgelopen ging hij naar huis, zo snel als zijn voeten hem dragen konden, om zijn vrouw het heugelijke nieuws mee te delen. Maar het lot wilde anders. Op het marktplein kwam een grote gier overvliegen. De vogel kwam recht op de verschrikte Hassan af, nam hem de tulband met het geld van zijn hoofd, en vloog ermee weg.

De moed zonk de arme man in de schoenen! "Wat zullen de heren wel denken," jammerde hij tegen zijn vrouw, aan wie hij later vertelde wat er was gebeurd. "Och wat, de heren," zei deze, "wat had ik een mooie kleren kunnen kopen van al dat geld!" Maar hoe zijn vrouw ook jammerde, er was niets meer aan te doen, het geld was en bleef weg. Maar omdat ze gewend waren aan armoede, schikten ze zich snel in hun lot.

Een halfjaar later gingen Saadi en Saad eropuit om te zien wat de wever met de honderd goudstukken had verricht. Ze waren heel verbaasd toen ze de man nog in dezelfde omgeving en positie vonden als een half jaar daarvoor.

"De honderd goudstukken schijnen je niet veel rijkdom gebracht te hebben," zei Saad.

"Oh heren, denk niet slecht over mij," en Hassan vertelde wat er was gebeurd.

Saad, die de wever het geld had geleend, geloofde hem niet. Maar Saadi geloofde dat de wever gewoon pech had gehad. Daarop haalde Saad weer honderd goudstukken te voorschijn. "Beste Hassan," zei hij, "ik zal je nog een kans geven. Hier heb je nog eens honderd goudstukken. Zie hiermee een rijk man te worden. Als je er nu weer niet in slaagt, geloof ik ook wat mijn vriend Saadi zegt, dat je geen geld moet hebben, maar geluk om fortuin te maken."

Helemaal blij nam de wever de honderd goudstukken aan en met bevende stem zei. hij: "Dank u heer, ik zal nu beter opletten, dank u, dank u wel!"

Wijs geworden door wat er eerder was gebeurd, ging Hassan snel naar huis om het geld op een veilige plaats te bergen, tot hij het nodig zou hebben om wol te kopen. Onderweg dacht hij aan wat zijn vrouw had gezegd: "Zonde van het geld, wat had ik er een mooie kleren voor kunnen kopen." Om het geld tegen haar spilzucht te beveiligen, verborg hij het thuis in een oude pot, die al jaren in een hoek van de kamer stond en nergens meer voor diende. Hij vertelde zijn vrouw niets van de schat die hij verborgen had. Hierna ging hij weer aan het werk, terwijl hij een vrolijk liedje zong. Maar zijn geluk veranderde al snel in verdriet. Toon hij van zijn dagtaak thuiskwam, en hij naar de hoek keek waar de oude pot altijd stond, merkte hij dat die plek leeg was.

"Vrouw!" riep hij. "Wat heb je met die pot gedaan?"

"Verkocht, man," zei ze. "Ik heb er een goede prijs voor gemaakt, ben je niet blij?"

"Blij!?" schreeuwde Hassan nu. "Blij!? Er zaten honderd goudstukken in!"

Maar zijn vrouw schreeuwde terug: "Goudstukken?" riep ze. "Eigen schuld! Dan had je dat maar tegen me moeten zeggen!"

Hassan snapte dat geschreeuw niets zou uithalen en hij rende de straat op om de koopman te zoeken, maar die was al verdwenen. Er zat niets anders op dan zich in zijn lot te schikken.

Toen Saadi en Saad na enige tijd weer bij Hassans werkplaats kwamen, zagen ze dat er niets was veranderd. De wever vertelde de rijke kooplieden wat hem de tweede keer was overkomen. Nadat het verhaal uit was, zei Saadi: "Geld heeft je niet rijker kunnen maken, laat nu het geluk het proberen. Toen ik op weg naar je toe was vond ik dit stukje lood, neem het aan, misschien is het je geluk." Omdat Hassan de heren niet wilde beledigen, stak hij het waardeloze voorwerp in zijn zak, maar nadat de heren afscheid van hem genomen hadden, legde hij het weg en ging hij aan het werk.

Diezelfde avond was er een visser bezig zijn netten te repareren. Hij merkte dat hij een stuk lood van het net miste. Het lood was nodig om het net in het water te laten zakken. Wat moest hij doen? Hij moest 's morgens heel vroeg uitvaren en 's nachts waren de winkels gesloten, zodat hij onmogelijk in het bezit van een stukje lood kon komen. Hij besloot bij de buren te vragen of zij misschien nog lood hadden. Nadat hij tevergeefs bij veel mensen had aangeklopt, kwam bij ook bij Hassan. Nadat Hassan met moeite het lood had teruggevonden, gaf hij het de visser. De visser was er zo blij mee, dat hij beloofde de eerste vis die hij ving, aan Hassan te geven.

Zo gebeurde het ook. De volgende dag kwam de visser met een pracht van een vis aan. "Hier Hassan, voor jou," zei hij, "omdat je me uit de nood hebt geholpen."

"Zozo," dacht Hassan, "dat stukje lood heeft mij toch aan een mooie vis geholpen."

Hij bracht de vis naar zijn vrouw, zodat ze hem lekker zou kunnen klaarmaken. Bij het schoonmaken van de vis vond de vrouw een steen, die heel mooi schitterde. De kinderen vochten om de steen te mogen vasthouden. Nadat het avond was geworden en de familie heerlijk van het zeebanket gegeten had, moesten de kinderen naar bed. Maar dit ging niet zo gemakkelijk als gewoonlijk. Ze maakten ruzie om de steen, die zo'n mooi licht gaf. Uiteindelijk lukte het de ouders de tegenstribbelende kinderen in bed te krijgen.

Omdat het inmiddels helemaal donker was moest eigenlijk het licht worden aangestoken. Maar de steen gaf zoveel licht, dat het niet nodig was. "Zo'n steen is een geluk voor arme mensen, zoals wij," zei Hassan, "nu hoeven wij geen olie meer te kopen."

De volgende morgen kwam een buurvrouw zich beklagen over het lawaai van de kinderen. "Ik heb niet rustig kunnen zitten," klaagde ze, "ze waren nog zo laat aan het gillen en schreeuwen."

"Oh, buurvrouw," zei Hassan, "u moet het de kinderen niet kwalijk nemen. Ziet u, dat kwam door een steen."

En Hassan vertelde de geschiedenis van de steen en liet hem meteen zien. De vrouw, wiens man bij een juwelier werkte en daardoor wel iets wist van edelstenen, zei: "Ik zal mijn. man eens naar u toesturen." En zo gebeurde. De buurman zag in één oogopslag dat het schitterende stukje glas dat hij in zijn handen had, wel eens een waardevolle edelsteen kon zijn.

"Mag ik er mijn baas eens naar laten kijken?" vroeg hij Hassan. Maar Hassan, die begon te vermoeden dat hij iets kostbaars in bezit had, vond dat niet goed. "Nee," zei hij, "ik laat je die steen niet zo maar meenemen, laat uw heer maar bij mij komen."

Na enkele dagen kwam de juwelier. Die was zeer verbaasd zo'n mooie steen in de handen van de arme wever te zien. "Ik geef je er tien goudstukken voor," zei hij, want hij dacht dat Hassan er geen verstand van had. Maar Hassan haalde minachtend zijn schouders op. "Mijnheer de juwelier," zei de wever, "ik moet honderdduizend goudstukken voor deze steen hebben."

"Zoveel geld heb ik niet," zei de juwelier, "maar ik zal proberen het te lenen."

Na een tijdje werd de koop gesloten. Hassan was in één klap een van de rijkste mannen van Bagdad geworden. Maar hij werd niet trots of uit de hoogte. Hij hielp zijn oude vrienden zoveel als hij kon. Hij leende hen geld, waarvoor hij goederen ontving, die hij met veel winst verkocht. Zo werd hij rijker en rijker. Hij liet even buiten Bagdad een paleis bouwen, dat een van de mooiste van het land was.

Na een tijd besloten de vrienden Saadi en Saad eens te gaan kijken hoe het nu met Hassan ging en of het lood hem meer geluk gebracht had dan het goud. Ze waren verbaasd dat ze hem niet in de oude werkplaats vonden. Een oude vriend van Hassan had zijn plaats ingenomen; hij gaf hen ook het adres waar ze Hassan konden vinden.

Toen de vrienden bij het nieuwe paleis aankwamen, vielen hun monden open: zoiets moois hadden ze nog nooit gezien, en dit zou eigendom zijn van de doodarme man die zij een jaar geleden hadden verlaten? Ze begrepen er niets van, maar ze werden niet lang in onzekerheid gelaten. Nadat een deftig uitgedoste bediende hen had aangekondigd, werden de vrienden in een fraai gemeubileerd vertrek binnengelaten. Daar kwam Hassan aan om hen welkom te heten. "Dank, duizendmaal dank!" riep hij tot Saadi, "want dankzij u ben ik rijk geworden. Door uw stukje lood ben ik de man geworden die ik nu ben."

Hierop vertelde Hassan zijn verhaal. Saad moest toegeven dat geld niet voldoende is om rijk te worden, maar dat je ook geluk moet hebben. Saadi, Saad en Hassan bleven nog heel lang vrienden en maakten nog mee dat hun kinderen met elkaar trouwden en ook heel rijk werden.


*   *   *

Hassan de wever Samenvatting
Een verhaal uit 1001-nacht over wat nodig is om fortuin te maken. Twee rijke vrienden, Saad en Saadi, maken ruzie over wat belangrijker is om fortuin te maken: geld of geluk. Ze besluiten de proef op de som te nemen met de arme wever Hassan. Eerst geven ze hem geld, maar dat raakt hij kwijt. Pas met behulp van een waardeloos stukje lood, maakt hij fortuin... Lees het verhaal

Toelichting
Een verhaal uit de Arabische vertellingen van duizend-en-één-nacht, al vanaf de achttiende eeuw bekend in Nederland. Deze versie verscheen in Amsterdam, ca. 1928.

Trefwoorden


Thema

Verhaalsoort

Bron
"In geuren en kleuren, volksverhalen en sprookjes in kleurrijk Nederland" samenstelling en redactie Pim van Schaik. Uitgeverij PlanPlan, 2004.

Herkomst: Irak
Verteltijd: ca. 15 min.
Leeftijd: vanaf 11 jaar

Lees ook