Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 19 min.
Herkomst:




Het betoverde hoofd Een Turks sprookje over een betoverde prins en onmogelijke opdrachten

Lang geleden leefde er in een kleine hut aan de zee een oude vrouw met haar twee dochters. Zij waren erg arm en de meisjes gingen haast nooit uit omdat zij van de vroege ochtend tot de late avond bezig waren met het maken van sluiers die de vrouwen van het land voor hun gezicht droegen. Elke morgen verliet de moeder met de sluiers de hut, passeerde de brug en ging naar de stad om ze te verkopen. Daarna ging ze naar de markt om het eten voor die dag in te slaan.

Op een goede dag vertrok de oude vrouw wat vroeger naar de stad. Toen ze over de brug liep, stootte zij plotseling tegen een hard voorwerp aan, en wie schetste haar verbazing en afschuw toen zij ontdekte dat het een menselijk hoofd was. Vol schrik deinsde zij achteruit, maar het hoofd sprak haar aan, net zoals een gewoon menselijk wezen. "Moedertje," zei het, "neem me mee naar je huis, je zult er geen spijt van hebben." Maar de oude vrouw werd zó bang, dat zij zo hard als zij kon naar huis liep en niet merkte dat het hoofd achter haar aan holderdebolderde. Toen zij de deur opende, rolde het voor haar uit, tot het vlak voor het vuur bleef liggen.

Stil en bang zaten de drie vrouwen bij elkaar; geen van hen verliet het huis. Die dag was er geen eten omdat de sluiers niet verkocht waren. Tegen de avond begon het hoofd plotseling weer te spreken. "Eten jullie niet?" vroeg het. "Nee," antwoordde de vrouw, "vandaag niet." - "Waarom dan niet?" vroeg het hoofd weer. "Omdat ik de sluiers vandaag niet heb kunnen verkopen en daarom geen geld had om naar de markt te gaan," zei de vrouw.

"Dan ben ik dus de oorzaak, dat jullie honger hebben. Ik zal je geld geven zodat je alles kunt kopen wat je nodig hebt, maar doe dan precies wat ik je zeg!" Dat beloofde de vrouw. "Over een uur, wanneer de klok twaalf slaat, ga je naar de brug, naar de plaats waar je me ontmoet hebt. Dan roep je driemaal achter elkaar 'Achmed, Achmed, Achmed.' Er zal een neger naar je toekomen en tegen hem moet je zeggen: 'Het hoofd, je meester, wenst, dat je de ijzeren kist opent en mij de groene beurs geeft, die je daarin zult vinden.'"

"Dat zal ik doen, heer!" zei de vrouw eerbiedig, en zij sloeg haar sjaal om en verliet het huis. Het sloeg twaalf uur toen zij de brug bereikte, zij haastte zich naar de plaats waar zij het hoofd ontmoet had en riep zo luid als zij kon: "Achmed, Achmed, Achmed!" Op hetzelfde ogenblik verscheen er een neger. Hij was zo groot en sterk, dat zij ervan schrok.

"Wat wilt u?" vroeg hij.

"Het hoofd, je meester, wenst dat je de ijzeren kist opent en mij de groene beurs geeft, die je daarin zult vinden," antwoordde de vrouw. De neger verdween, maar kwam binnen enkele minuten weer terug en gaf haar de groene beurs vol met goudstukken. Verbluft bleef de vrouw staan. "Goudstukken, goudstukken?" mompelde ze. Die avond en ook de volgende dagen daarna was het feest in de hut. De moeder kocht de heerlijkste groenten en vruchten en vis op de markt. De meisjes kregen nieuwe kleren en kralen en de kleine bouwvallige hut werd veranderd in een gerieflijk huisje. Dit alles kostte veel geld en op een avond moest de vrouw erkennen dat zij weer even arm was als eerst. "Heb je geen geld meer?" vroeg het hoofd, dat haar zorgelijk gezicht zag. "Goed, ik zal je meer geven. Ga vannacht weer naar dezelfde plek op de brug en roep ditmaal: 'Machmed, Machmed, Machmed,' zo luid als je kunt. Er zal weer een neger voor je verschijnen en hem moet je zeggen de kist weer te openen en je de rode beurs te geven, die zich daarin bevindt."

Dit liet de vrouw zich geen tweemaal zeggen. Zodra het tijd was, verliet zij haar huis en ging naar de brug.

"Machmed, Machmed, Machmed!" riep ze en op hetzelfde moment verscheen er een neger, nog groter dan de eerste.

"Goed, moedertje," zei hij, toen hij de boodschap gehoord had en al heel gauw kwam hij met de rode beurs terug.

De rode beurs was nog groter dan de groene en zat vol en vol met goudstukken. De moeder en haar dochters maakten nu geen sluiers meer, zij kochten de mooiste gewaden van zilver- en goudbrokaat en droegen sieraden ingelegd met de prachtigste edelstenen. In hun huis stonden dure meubels, in de tuin groeiden rozen en anjelieren en spoot een fontein. Iedereen verwonderde zich over de plotselinge rijkdom van de vrouw, maar niemand wist de oorzaak. Op een goede dag zei het hoofd tot de vrouw: "Moedertje, vandaag moet je voor mij naar de sultan gaan en hem om de hand van zijn dochter vragen." Verschrikt keek de vrouw hem aan. "Naar de sultan gaan," riep ze uit, "en hem om de hand van zijn dochter vragen! Maar dat is onmogelijk, hij zal denken dat ik gek ben en mij opsluiten of laten afranselen."

"Doe nu maar wat ik je zeg, er zal je heus niets overkomen," antwoordde het hoofd rustig. De vrouw deed haar beste kleren aan en ging naar het paleis van de sultan. Verlegen en geschokt stond zij voor hem en deed haar verzoek. De sultan luisterde eerst aandachtig, maar na een poosje werd hij boos. "Weet je wel wat je zegt, vrouw!" zei hij.

"Ja, heer. Deze tovenaar is zeer machtig."

"Als dat zo is, laat hij dat dan bewijzen. Ik zal hem drie opdrachten geven. Heeft hij die goed vervuld, dan zal ik hem mijn dochter tot vrouw geven. Is dat goed begrepen?"

"Ja, genadige heer!"

"Welnu, zie je die heuvel daar? Deze moet binnen veertig dagen verdwenen zijn en in zijn plaats wil ik een park zien, zo mooi als er nog nooit een geweest is. Ga nu naar je tovenaar en vertel hem dat."

Zo gauw als zij kon, verliet de vrouw het paleis. Thuis gekomen vertelde zij het hoofd over de eerste opdracht. Hetgeen ze zei scheen op het hoofd niet veel indruk te maken, want het enige antwoord was: "Och, dat is goed."

Ook de volgende dagen gingen in alle rust voorbij. Maar de laatste dag begon het hoofd weer te spreken. "Vannacht, moedertje, moet je weer naar de brug gaan en roepen: 'Ali, Ali, Ali!' Er zal dan weer een van mijn dienstknechten verschijnen en dan moet je hem zeggen de heuvel bij het paleis te laten verdwijnen en in plaats daarvan een park aan te leggen, zó mooi als er nergens ter wereld een bestaat."

De vrouw deed wat haar gevraagd werd. Nadat zij driemaal 'Ali' geroepen had, verscheen er voor haar een neger zó groot dat zij slechts met bevende stem haar boodschap durfde overbrengen. Maar de man was heel vriendelijk en zei: "Zeg aan mijn meester dat aan zijn bevelen gehoorzaamd zal worden." Daarop verdween hij en opgelucht ging de vrouw naar huis. De sultan had al die tijd met spanning gewacht op de dingen die moesten gebeuren. Hij werd al ongeduldig en was vast van plan de vrouw te straffen wanneer bleek dat zij hem voor de gek gehouden had. Een sultan bedriegt men niet zomaar! Hoe verbaasd was hij echter toen hij op de ochtend van de afgesproken dag zag dat de heuvel verdwenen was en dat er een park was aangelegd dat in de hele wereld zijn weerga niet kende. Overal stonden de prachtigste bomen, er bloeiden bloemen, waarvan hij niet wist dat zij bestonden en in de vijvers zwommen zeldzame vissen.

Ja, inderdaad de zoon van de oude vrouw moest wel een machtig tovenaar zijn. Hij liet haar bij zich komen en zei: "Je zoon heeft mijn opdracht werkelijk zeer goed uitgevoerd, moedertje! Maar omdat dit park zo groot is en ik na een vermoeiende wandeling wel eens wil uitrusten, wens ik dat hij binnen veertig dagen aan de andere kant van het park een paleis bouwt, zo fijn en sierlijk als er geen ander bestaat. Bovendien moeten de kamers allen verschillend zijn ingericht. Dit is mijn tweede opdracht; heb je die goed begrepen?"

"Ja, heer," antwoordde de vrouw deemoedig. Met een hoofd vol zorgen liep ze naar huis. Deze opdracht was beslist te zwaar, een paleis en dan ook nog alle vertrekken verschillend ingericht, dat was immers onmogelijk! Maar het hoofd dacht er anders over. "Is dat alles?" zei hij en deed er verder het zwijgen toe.

Evenals de vorige maal gingen de dagen rustig voorbij en pas de laatste dag gaf het hoofd de oude vrouw weer zijn bevelen. "Ga weer naar de brug, moedertje en roep driemaal: 'Hassan.' Wanneer hij verschijnt, breng je mijn boodschap over en je zult zien, alles komt in orde." De vrouw deed wat haar gezegd was. "Ik zal mijn meester gehoorzamen," zei Hassan en verdween.

De volgende morgen zag de sultan in de verte een paleis van zachtblauw marmer met slanke gouden pilaren. "Deze man is werkelijk een groot tovenaar!" riep hij uit. En omdat hij hem zo'n groot tovenaar vond, wist hij niet wat nu de derde opdracht zou moeten zijn. Daarom riep hij zijn raadgevers bij elkaar, samen gingen zij naar het nieuwe paleis en bekeken het met de grootste nauwkeurigheid. Werkelijk, er ontbrak niets aan en toch, en toch... Plotseling draaide een van de raadgevers zich naar de sultan en zei: "Heer, u hebt hier toch bedienden nodig. Waarom zijn er in dit elegante paleis geen slavinnen die in schoonheid van gelaat en gestalte, waardig zijn u te dienen?"

Dat vond de sultan een geweldig idee. Terstond liet hij de vrouw bij zich roepen en gaf haar de volgende opdracht: "Laat uw zoon zorgen voor veertig slavinnen om mij in dit paleis te dienen. Zij moeten alle veertig buitengewoon mooi zijn, op elkaar gelijken en even groot zijn." Dit zou wel eens een onmogelijke eis kunnen zijn, dacht de sultan en ergens had hij een gevoel van spijt. De vrouw durfde deze boodschap nauwelijks over te brengen. Maar het hoofd scheen het niet erg te interesseren. De laatste dag echter zei hij tegen de vrouw: "Nu moedertje, nog eenmaal zul je naar de brug toe moeten. Roep nu mijn knecht Bekir en zeg hem wat hij doen moet."

De vrouw ging op weg en toen zij op de brug driemaal 'Bekir' geroepen had, verscheen de grootste neger, die zij ooit gezien had, maar zij was nu niet bang meer en zei tot hem: "Op bevel van uw meester moet u zorgen dat er in het paleis achter het park veertig slavinnen aanwezig zijn van buitengewone schoonheid, zij moeten op elkaar lijken en even groot zijn."

"Ik zal mijn meester gehoorzamen," antwoordde de knecht en verdween even snel als hij gekomen was. De volgende morgen ging de sultan met zijn gevolg en zijn raadgevers naar het blauwe paleis en daar werd hij ontvangen door veertig slavinnen van buitengewone schoonheid, op elkaar lijkend en precies even groot. Van verbazing kon hij geen woorden meer vinden.

Toen de vrouw hem weer bezocht en hem verlegen herinnerde aan zijn belofte, zei hij haar dat hij die zou vervullen en haar zoon graag wilde ontvangen. Het was de vrouw angstig te moede, maar zij kon niet weigeren. Tegen het hoofd zei ze: "Wat wilt u nu eigenlijk, heer, wat denkt u dat de sultan doen zal wanneer hij u ziet?"

"Dat zien we dan wel;" antwoordde het hoofd, "leg me op een zilveren schaal en breng me naar het paleis!"

Bevend van angst voldeed de vrouw aan zijn verzoek. Bij het zien van zijn aanstaande schoonzoon ontstak de sultan in hevige woede en hij schreeuwde: "Wat denken jullie wel! Dat ik mijn dochter aan een monster uithuwelijk?" Maar de prinses dacht er anders over. "U hebt uw woord gegeven, vader," pleitte zij, "en ik zal met hem trouwen en van hem houden ook, dat weet ik nu al." De sultan moest toegeven.

Alle voorbereidingen voor het huwelijk werden gemaakt. Het werd een groots feest, wat vele dagen duurde, omdat de prinses dat zo wilde. De sultan voelde zich bedrogen en het volk was bedroefd, de prinses echter straalde van geluk. Toen de feesten afgelopen waren en het bruidspaar eindelijk alleen was, zag de prinses plotseling niet meer het hoofd alleen, maar een volledig mens, een jonge knappe prins.

"Een slechte fee heeft mij betoverd," vertelde hij haar, "maar door jouw liefde is de betovering gedeeltelijk verbroken. Voor jou zal ik altijd een man zijn zoals alle andere mannen, maar voor de rest van de wereld kan ik slechts een hoofd zijn."

"Wat we voor elkaar zijn, is het voornaamste," zei de prinses. En zo bleef het in hun hele verdere leven.


*   *   *

Het betoverde hoofd Samenvatting
Een Turks sprookje over een betoverde prins en onmogelijke opdrachten. Een oude vrouw vindt een betoverd hoofd dat haar en haar dochters rijk maakt. Wanneer het hoofd met de dochter van de sultan wil trouwen, krijgt hij drie schijnbaar onmogelijke opdrachten: 1) maak van een heuvel een schitterend park, 2) bouw het mooiste paleis ooit, 3) bevolk het paleis met 40 prachtige vrouwen. Lees het verhaal

Trefwoorden

Thema

Verhaalsoort

Bron
"Volkssprookjes en legenden uit Turkije" door M. Prick van Wely. Elmar B.V., Rijswijk, 1980. ISBN: 90-6120-173-X

Herkomst: Turkije
Verteltijd: ca. 19 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook