Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 3 min.
Herkomst:

Het gedierte van de Heer en de Duivel

God de Heer had alle dieren geschapen, en de wolven tot zijn honden gekozen: alleen de geit, die had hij vergeten. Nu maakte de duivel zich klaar, wilde ook scheppen en maakte de geit, met een mooie lange staart. Als ze nu naar de wei gingen, bleven ze gewoonlijk met hun staarten in de door haag hangen, en dan moest de duivel er weer ingaan en hen er met veel moeite uithalen. Daar kreeg hij tenslotte genoeg van, en hij kwam en beet elke geit de staart af, en dat is nog heden ten dage aan de stompjes te zien.

Nu liet hij ze wel alleen weiden, maar het gebeurde dat Onze Lieve Heer keek en dat ze dan weer aan een vruchtdragende boom knabbelden, dan weer wijnstokken beschadigden, en dan weer andere tere planten bedierven. Dat verdroot hem, zodat hij, louter uit goedheid en genade, zijn wolven ophitste, die de geiten, zoals ze daar bezig waren, weldra verscheurden. Toen de duivel dat hoorde, ging hij naar de Heer en sprak: "Je schepselen hebben al de mijne verscheurd!" De Heer gaf ten antwoord: "Waarom schep je dan ook iets dat schade veroorzaakt?" De duivel zei: "Ik moest wel, mijn karakter is toch op schade gericht, en wat ik geschapen heb, kan vanzelf geen andere aard hebben, al moet ik er duur voor betalen." - "Ik zal het je betalen als het loof van de eikenboom afvalt; kom dan maar: je geld ligt klaar." Toen het eikenloof gevallen was, kwam de duivel en eiste zijn vordering op. Maar onze Heer zei: "Bij de kerk van Konstantinopel staat een hoge eik, en die staat nog vol in blad." Met woedende vloeken verdween de duivel en wilde die eik gaan zoeken; hij verdwaalde zes maanden in de woestijn voor hij hem vond, en toen hij terugkwam, waren alle andere eiken weer vol in blad. Toen moest hij z'n vordering laten vallen, en in woede stak hij alle geiten de ogen uit, en zette hen z'n eigen ogen in.

Daarom hebben alle geiten duivelsogen en afgebeten staartjes; en de duivel neemt graag hun gedaante aan.


*   *   *

Toelichting
In navolging van een gedicht van Hans Sachs uit 1557: "Der dewffel hat die gais erschaffen, hat in dewffel-augen eingeseezt." Dit verhaal behoort tot de talrijke scheppingssagen, waarin de duivel God poogt na te doen en daardoor schadelijke dieren schept. De wijze, waarop de duivel bedrogen wordt, luidt vaak alleen "tot de bladeren afgevallen zijn" en dit blijkt dan onmogelijk, omdat de eik tot het voorjaar zijn dorre bladeren behoudt.

De wolven als Gods honden herinnert aan de wolven van Odin. De aard van de duivel is onveranderlijk. Zelfs God kan hem niet verwijten dat hij zich duivels gedraagt. Daarom maakt God een duivelsgrapje en overwint zo de duivel.

Trefwoorden


Verhaalsoort

Oorspronkelijke titel

Engelse titel

Bron
"De sprookjes van Grimm; volledige uitgave" vertaald door M.M. de Vries-Vogel. Unieboek BV - Van Holkema & Warendorf, Weesp, 1984.

Herkomst: Duitsland
Verteltijd: ca. 3 min.
Leeftijd: vanaf 8 jaar

Lees ook