Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 13 min.
Herkomst:

Het gouden muntstuk Een modern sprookje over twee zussen door Marieke Verkerk

Lang geleden leefden er een vader en een moeder in een dorpje op het platteland. Zij woonden eenvoudig, maar hadden alles wat zij nodig hadden. Na een tijdje werden er twee meisjes geboren. Nu was hun geluk compleet. De ouders leerden de twee zusjes dat het belangrijk was om te doen wat je gelukkig maakt. Dan komt het leven wel goed. Vader was bijvoorbeeld gelukkig als hij hout kon snijden. Moeder was gelukkig als zij wol kon spinnen en verven om er warme kleren van te maken. De twee meisjes groeiden op in een gezin waar verbondenheid en harmonie heerste.

Ze waren zeker niet ontevreden, maar zo rond hun achttiende jaar begon het bij beide zussen te kriebelen. Op de markt hoorden zij de verhalen van de kooplieden over wat er elders in de stad en in het land gebeurde. Zij wilden meer van de wereld zien én ervaren. Ze besloten de wereld in te trekken.

Voordat ze op pad gingen, mochten de zussen iets van thuis meenemen. Moeder had een aantal voorwerpen die zij weer van haar moeder had gekregen. Ze waren bedoeld om door te geven bij bijzondere gelegenheden, zoals deze reis voor de zussen was. De jongste zus nam het koperen potje. De oudste zus koos voor de zilveren speld. Vader gaf hen tenslotte nog wat laatste adviezen voor onderweg.

Ze waren klaar voor vertrek. Vader en moeder zwaaiden hun kinderen uit en de zussen gingen op weg. Er ontstond al snel een gesprek over waar de reis hen heen zou voeren. 'Doen wat op mijn pad komt, niets hoeven. Daar zou ik het meest gelukkig van worden,' zei de jongste zus. De oudste zus had ook nagedacht over wat zij wilde en koos een hele andere weg. "Ik wil graag anderen helpen, anderen gelukkig maken. Daar word ik zelf ook gelukkig van." Bij de driesprong buiten het dorp stonden hun besluiten vast. De zussen wensten elkaar veel plezier en geluk en gingen ieder hun eigen weg.

De jongste zus kwam in het volgende dorp. Het was feest. Ze genoot met volle teugen van de verhalen die verteld werden, de liederen die werden gezongen en van het lekkere eten en drinken. Ze danste tot ze niet meer kon en vond een slaapplek bij een van de dorpelingen. Na een week was het feest voorbij en trok ze verder door het land. Ze kwam op verjaardagen, bruiloften, lente- en oogstfeesten. Soms lag ze overdag lekker in het gras te slapen. Ze hoefde niets en leek gelukkig.

De oudste zus ging de andere kant op en zag onderweg een boer. Zijn koopwaar was van de kar af gevallen. De oudste zus hielp met het verzamelen van de aardappelen en knolrapen en reed vervolgens mee naar de markt in de stad. Ze hielp de boer de koopwaar verkopen en kreeg er eten voor terug. In de stad waren meer mensen die hulp konden gebruiken. Ze bracht brood rond bij arme gezinnen, hielp met het verstellen van kleren en verzorgde zieken. De mensen hoorden over haar hulp. Er kwamen steeds meer mensen waarvoor ze iets kon betekenen. Ze hielp velen en leek gelukkig.

Na een tijdje van niets hoeven en doen wat er op haar pad kwam, begon de jongste zus diep van binnen iets te missen. Maar ze schonk er weinig aandacht aan en dacht: "Het gaat vanzelf wel over. Morgen is er weer een nieuwe dag en een ander dorp." Maar de glans was er van af. Weer een feest, weer niets doen. Het leven was altijd hetzelfde. Natuurlijk elk feest was weer anders en er waren altijd wel nieuwe verhalen. In het begin was het leuk. Maar nu? Eigenlijk had ze zich al lang niet meer echt gelukkig gevoeld. Ze was moe, moe van het feesten en van het nooit weten waar je morgen zou zijn. "Waarom zou ik weer naar het volgende dorp gaan?" In de verte zag ze de heuvels en ze besloot die richting op te lopen. Bij een mooie plek met wat bomen ging ze liggen. Heel eventjes maar. Haar ogen vielen dicht. Ze was doodmoe.

Met de oudste zus ging het niet veel beter. Zij hielp anderen graag. Ze stond altijd voor anderen klaar en niets was te veel. Maar op een morgen ontdekte ze dat iets in haar ging tegenstribbelen. "Niet aan denken, gewoon doorwerken, dan gaat het zo weer over," dacht ze. Ze werkte nog harder dan eerst. Of ze gelukkig was? Daar was ze al lang niet meer mee bezig. Ze hielp gewoon. Tot op een middag haar hele lijf protesteerde en heel hard 'nee' zei. Ze kon niet meer, maar er waren nog zo veel mensen die haar hulp wilden. Ze moest weg en vluchtte de stad uit. De vrijheid in. Ze merkte dat ze diep van binnen ook opluchting voelde.

Maar wat nu?

In gedachten verzonken liep ze de heuvels in en ging ze zitten op een mooie plek bij wat bomen. Ze barstte in tranen uit. "Hoe had het zo ver kunnen komen? Het was toch haar ideaal geweest om mensen te helpen? Dat was toch wat haar gelukkig maakte?" Ze praatte hardop. Min of meer tegen zichzelf. Hier was toch niemand die haar kon horen. En ineens voelde ze in haar jaszak weer de zilveren speld van thuis. Ze pakte hem en vroeg zich af waar het toch mis was gegaan.

De jongste zus werd ondertussen wakker. Ze hoorde iemand vlakbij huilen. Eerst dacht ze dat ze het droomde, maar ze hoorde echt iemand praten en snikken tegelijk. Nieuwsgierig keek ze naar de plek waar het geluid vandaan kwam. En daar zag ze haar zus zitten en riep meteen: "He zus, wat doe jij hier en waarom ben je in tranen?" De oudste zus keek om. Ze was verbaasd en verrast. Was dat haar zus? Hier? Ze vielen elkaar in de armen. En al snel begonnen ze elkaar te vertellen wat ze hadden meegemaakt. Uiteindelijk durfden ze ook toe te geven dat het helemaal niet goed met ze ging.

Ook de jongste zus haalde haar koperen potje te voorschijn. Ooit was hun ideaal 'Ga doen wat je gelukkig maakt'. Maar met hun eigen invulling was het niet zo goed afgelopen. Wat zou wel werken? De oudste zus opperde dat de jongste zus anderen zou kunnen helpen. Dan zou ze iets om handen hebben. Het werkte tegen de verveling en de eenzaamheid. De jongste zus opperde op haar beurt dat het voor de oudste zus wellicht goed zou zijn om even niets te hoeven. Maar al pratende kwamen de zussen erachter dat beiden hadden ontdekt dat dit uiteindelijk ook niet de oplossing was. Ze wisten het niet meer.

Op dat moment kwam er een troubadour langs. Hij vroeg de zussen of hij even bij hen mocht uitrusten. Hij zag de voorwerpen. "Wat een mooi koperen potje en een zilveren speld hebben jullie daar." Voor de zussen hadden de voorwerpen hun glans verloren en ze vertelden hun verhaal. Toen pakte de troubadour een voorwerp uit zijn zak: een gouden muntstuk. Hij vertelde dat ook hij momenten had, dat hij het even niet meer wist. Dan pakte hij de munt te voorschijn. Hij keek er naar en vroeg zich af: "Aan welke kant van de munt ben ik nu? Voelt het nog oké of ben ik in één kant doorgeschoten." Ze snapten wat hij wilde zeggen. In elke situatie is er ook altijd nog een andere kant van het verhaal. De oudste zus kon best anderen helpen, dat was immers wat haar gelukkig maakte, als zij ook af en toe rust nam en voor zichzelf zorgde. En de jongste zus kon best afwachten wat er op haar pad kwam, dat was immers wat haar gelukkig maakte, als zij ook af en toe bewust wel iets deed of iemand hielp.

De troubadour gaf de zussen ieder een gouden muntstuk, zodat ze altijd konden bekijken aan welke kant van de munt ze waren en of die kant nog goed voelde. De zussen bedankten de troubadour en wilden hem hun voorwerpen van thuis geven. Maar de troubadour zei dat ze die zelf moesten houden. "Het koperen potje en de zilveren speld zullen jullie altijd aan thuis doen denken. Die herinneringen zijn heel waardevol." De zussen dachten meteen aan de warme momenten van thuis, zoals de verhalen die vader 's avonds bij de open haard vertelde of de spelletjes die ze met z'n allen hadden gespeeld.

De zussen hadden veel om over na te denken en om over te praten. Het was tijd voor de troubadour om weer verder te trekken. Ze namen afscheid van elkaar. De troubadour draaide zich nog één keer om. Hij zag de zussen zitten met het koperen potje, de zilveren speld én de twee gouden muntstukken in hun midden. Ze zaten druk te praten en het leek wel alsof de voorwerpen van thuis weer glansden.


*   *   *

Het gouden muntstuk Samenvatting
Een modern sprookje over twee zussen door Marieke Verkerk.

Trefwoorden


Verhaalsoort

Bron
Ontvangen per mail op d.d. 15 augustus 2010.

Verteltijd: ca. 13 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook