Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 16 min.
Herkomst:

Het Poeriemverhaal van Esther Een verhaal over het joodse Poerimfeest (Lotenfeest)

Meer dan tweeduizend jaar geleden vernielde Nebukadnezar, de wrede koning van Babylonië, de Heilige Tempel van de joden in Jeruzalem. De joden werden uit hun land weggejaagd en gedwongen om in Babylonië te gaan wonen.

Maar vijftig jaar later werd Babylonië veroverd door de Perzen. De koning van de Perzen was Ahasveros en zijn koninkrijk reikte van India tot Afrika. De joden, die nog steeds in Babylonië woonden, waren nu dus onderdanen van de Perzische koning geworden.

Om zijn koningschap te vieren organiseerde Ahasveros een groot feest in de hoofdstad van Perzië: Shushan. Het feest zou zeven dagen duren en er was eten en drinken voor alle inwoners. Iedereen in de stad mocht komen, zelfs de joden.

Maar de leider van de joden, Mordechai, waarschuwde zijn volk om niet naar het feest te gaan. Het was een heidens feest, waar je dingen moest eten die joden niet mogen eten, er werd geen rekening gehouden met de sjabbat - de joodse heilige zaterdag - en bovendien gebruikte de koning de zilveren en gouden schalen uit de Tempel in Jeruzalem voor zijn schranspartijen, iets dat God sterk zou afkeuren.

Maar het joodse volk was bang dat ze de koning voor het hoofd zouden stoten als ze niet kwamen; bovendien hadden ze wel zin in een feest, want vaak werden joden niet eens uitgenodigd voor een feest. Dus gingen ze allemaal naar het feest en aten en dronken ze zeven dagen lang.

Koning Ahasveros was ook op het feest. Ook de koningin was er. Zij heette Vasjti, ze was een kleindochter van de Babylonische koning Nebukadnezar. Toen de koning dronken was van de wijn, begon hij op te scheppen dat Vasjti de mooiste vrouw op aarde was en hij riep haar bij zich en beval haar te dansen voor het publiek. Maar de vrouw antwoordde trots: "Ik ben je dienaar niet, zoek maar een ander om voor je te dansen!" Dat maakte de koning zo kwaad, dat hij haar in een vlaag van woede onmiddellijk liet doden.

Maar nu had de koning een nieuwe koningin nodig. Ahasveros wilde een koningin die nóg mooier was dan Vasjti en hij liet zijn mannen heel Perzië afzoeken en beval hen de mooiste meisjes naar Shushan te brengen.

Nu woonde in Shushan een joods weesmeisje dat Hadassah heette. Zij woonde bij haar oom Mordechai, die haar had opgevoed. Toen de mannen van de koning haar kwamen halen, zei Mordechai tegen zijn nichtje: "Ga maar, wees maar niet bang; maar vertel ze niet dat je een joodse bent. Zeg maar dat je Esther heet, dat is een Perzische naam. God zal je behoeden!"

Esther was een heel lief en zacht meisje en bovendien was ze erg mooi. Toen Ahasveros haar zag, koos hij haar meteen als nieuwe koningin. Esther mocht zeven hofdames uitzoeken, een voor iedere dag, zodat ze precies wist wanneer het sjabbat was. Ze liet haar maaltijden bereiden met koosjer voedsel, zonder dat haar geheim uitlekte: niemand wist dat zij een joodse was.

Mordechai kwam iedere dag naar de poort van het paleis om te horen of er nieuws was van zijn nichtje. Op een dag hoorde hij buiten de poort twee mannen een plan beramen om de koning om te brengen. Hij waarschuwde Esther, die het doorgaf aan de koning. Deze liet de twee mannen doden. Hoewel de goede daad van Mordechai in het Koninklijke Journaal werd genoteerd, werd het geval al snel vergeten en ging men over tot de orde van de dag.

Niet lang daarna benoemde de koning een nieuwe Eerste Minister; het was Haman, de rijkste man van de stad. Alle onderdanen werden geacht om de nieuwe minister eer te betonen en voor hem te buigen. Iedereen deed het braaf, behalve Mordechai. Niet dat Mordechai niet wilde buigen voor de Eerste Minister, maar Haman droeg een groot medaillon met de beeltenis van een heidense god; Mordechai zei dat het joden verboden was om te knielen of buigen voor heidense beeltenissen. Haman, die toch al een hekel aan joden had, werd zo kwaad dat hij zich rechtstreeks richtte tot de koning: "Er bevindt zich onder uw onderdanen een volk," brieste hij, "dat anders is dan alle andere volken in uw koninkrijk. Ze eten niet ons voedsel, drinken niet onze wijn en trouwen niet onze dochters! Ze houden zich niet aan uw wetten en ze zijn lui! Elke zevende dag van de week weigeren ze te werken en verder hebben ze allerlei vrije dagen vanwege hun God! Met uw toestemming zal ik er voor zorgen dat dit volk wordt uitgeroeid! Al moet ik de kosten daarvan zelf betalen!"

Achasjeverosj, die een groot vertrouwen had in zijn Eerste Minister, gaf Haman het koninklijke zegel, om de koninklijke orders door het hele rijk te verspreiden. Haman wilde het hele joodse volk op één en dezelfde dag uitroeien. Het leek hem het beste om deze dag door de goden en de sterren te laten bepalen, dus gebruikte hij 'poeriem' - een soort lootjes - om deze dag te bepalen. Daarna stuurde hij verzegelde rollen naar alle 127 provincies van het koninkrijk: 'Op de 13e van de maand Adar', stond er op de rollen, 'zullen alle joden - jong en oud, vrouwen en kinderen - moeten worden gedood. Hun geld en bezittingen mogen worden verdeeld.' Toen Mordechai van de brief hoorde werd hij heel verdrietig. Hij scheurde zijn kleed en wreef as over zijn gezicht ten teken van rouw. Hij zei tegen Esther dat ze naar de koning moest gaan en hem te vragen om het joodse volk te redden. Maar Esther durfde dat niet, want het was streng verboden om de koning ongevraagd te benaderen. Maar Mordechai zei dat ze wel moest gaan: "Wie weet heeft God je daarom ooit koningin gemaakt in dit paleis! Als je het niet doet, zal je een eerloze dood sterven!"

"Goed," zei Esther. "Maar dan moet je het joodse volk vragen om drie dagen lang voor mij te vasten en te bidden."

Mordechai deed zoals hem was gevraagd en ook alle joodse kinderen in Shushan droeg hij op om te bidden. Het joodse volk besefte nu dat het verkeerd was geweest om naar het feest van de koning te gaan en zich daar vol te proppen met wijn en voedsel en de schalen uit de Tempel te misbruiken. Ze begrepen dat dit hun straf was voor het feit dat ze de koning meer vreesden dan God.

Toen de drie dagen van vasten en bidden voorbij waren, stapte Esther naar de koning. "Wat kan ik voor je doen, mijn koningin?" vroeg deze. Maar Esther zei nog niets en vroeg de koning alleen maar of hij met Haman te gast wilde zijn op een privé-banket. Tijdens het etentje vroeg Ahasveros nogmaals waarmee hij haar van dienst kon zijn: "Vraag het me en je krijgt het!" drong de koning aan. Maar Esther zei niets en nodigde hem en Haman alleen maar uit voor een volgend banket. "Vreemd," dacht de koning, maar Haman was in zijn nopjes. Bij de uitgang van het paleis zag hij echter Mordechai staan en dat veranderde zijn humeur op slag. "Ik ben zo belangrijk dat ik word uitgenodigd door de koningin, maar deze jood weigert voor mij te buigen!" riep hij kwaad en hij wilde Mordechai onmiddellijk vermoorden, zonder te wachten op de 13e van de maand Adar. Hij liet nog dezelfde avond een galg bouwen om Mordechai de volgende morgen aan op te hangen.

Die nacht kon koning Ahasveros niet slapen. Hij liet een bediende komen met het Koninklijke Journaal, om hem in slaap te lezen. Deze opende het boek, precies op de bladzijde waar werd beschreven hoe Mordechai de moord op de koning had verijdeld.

"Wat voor beloning heeft de jood daarvoor gekregen?" vroeg de koning.

"Niets, sire," was het antwoord.

"Wat? Hij redde mijn leven en kreeg niets?" baste de koning.

Op dat moment werd er op de deur van het slaapvertrek geklopt. Het was Haman, die om permissie kwam vragen om de jood Mordechai op te hangen.

"Haman," donderde de koning. "Zeg me, wat is de beste manier om een man die de koning toegewijd is te belonen?"

Haman, die dacht dat de koning hém bedoelde, dacht slim te zijn en antwoordde: "Laat hem uw koninklijke mantel dragen, en uw koninklijke kroon, en Iaat hem op het koninklijke paard rijden! En laat een dienaar voor het paard uitlopen en verkondigen: 'Op deze wijze eert de koning zijn trouwste onderdaan!'"

"Een geweldig idee!" riep de koning uit. "Zorg onmiddellijk dat het voor elkaar komt. Probeer Mordechai de jood te vinden en behandel hem precies zo als je daarnet hebt beschreven!"

Haman moest wel gehoorzamen. En Mordechai werd op koninklijke wijze door de straten van Shushan gevoerd, toegejuicht door het volk.

Haman zag het knarsetandend aan. Daarna toog hij naar het paleis, voor het tweede banket van de koningin. Daar richtte de koning zich wederom tot Esther: "Wat is het dat je verlangt, mijn koningin? Waarom heb je ons hier uitgenodigd? Zeg het en het zal gebeuren!"

Deze keer sprak Esther wel. "Red mijn leven!" huilde ze, "en de levens van mijn volk; we zijn ter dood veroordeeld!"

"Ter dood veroordeeld?" vroeg de koning verbaasd. "Jouw volk? Door wie?"

"Door een sluwe en gemene man, door jouw Eerste Minister Haman!"

De koning was verbluft en beende de kamer uit om na te denken. Haman begon hevig te bibberen en wierp zich op de koningin en smeekte om genade. Juist op dat moment kwam de koning weer de kamer inlopen.

"Wat?" riep hij uit, "durf jij in mijn paleis de koningin aan te vallen? Wachters, grijp hem en hang hem onmiddellijk op!"

Haman werd aan de galg gehangen die hij zelf had laten bouwen voor Mordechai. En Mordechai werd nu Eerste Minister van de koning in plaats van Haman!

Maar hiermee waren de problemen nog niet opgelost. Volgens de Perzische wetten van toen was het niet mogelijk om een eenmaal uitgesproken vonnis, bevestigd door het zegel van de koning, terug te nemen. Dus de koning kon het doodsvonnis tegen de joden niet ongedaan maken. Maar Mordechai kreeg nu de beschikking over het koningszegel, zodat hij nieuwe vonnissen kon uitvaardigen om de joden te helpen. Zo beval hij dat voor de 13e van de maand Adar alle joden zich moesten organiseren om zich tegen aanvallen te verdedigen.

Op de 13e van Adar vochten de joden voor hun voortbestaan. Ze verdedigden zich op heldhaftige wijze. Duizenden vijanden werden gedood, inclusief de tien kwaadaardige zonen van Haman, die stuk voor stuk werden opgehangen aan een boom. Anders dan de Perzen, die uit waren op geld en goederen van de joden, lieten de joden de bezittingen van de Perzen ongemoeid.

Na de viering van de overwinning vroeg Esther aan de rabbijnen om het verhaal van de dag van de 'poeriem' op te nemen in de bijbel. De rabbijnen schreven het verhaal op rollen van perkament, en stuurden die door het hele koninkrijk. En ze droegen het joodse volk op om het Poeriemfeest voortaan ieder jaar te vieren, als een dag van dankbaarheid en vreugde, een dag om gezamenlijk te eten, en een dag om een cadeautje te geven aan een vriend en geld aan de armen.


*   *   *

Het Poeriemverhaal van Esther Samenvatting
Een verhaal over het joodse Poerimfeest (Lotenfeest). Het verhaal van Esther uit de bijbel. Dit verhaal vertelt wat de joden is overkomen ten tijde van de Babylonische overheersing. Esther redt het hele joodse volk dat ter dood veroordeeld werd. Naar aanleiding hiervan vieren de joden nog altijd jaarlijks Poerim. Lees het verhaal

Trefwoorden


Feest / viering

Verhaalsoort

Bron
"En dat vieren wij! Feesten en vieringen van kinderen in kleurrijk Nederland" samengesteld door Pim van Schaik. PlanPlan, Nederlands Centrum voor Volkscultuur, Amsterdam, 2004. ISBN: 90-76092-10-9

Herkomst: Israël
Verteltijd: ca. 16 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook