Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 21 min.
Herkomst:




Het verhaal van de muzikant en zijn zoon

Er was eens, en er was eens niet. Er lagen lelies en basilicum in de schoot van de profeet, die ik príjs en groet. O gij, die mijn verhaal aanhoort, het is vermakelijk en onderhoudend.

Een muzikant was in het huwelijk getreden. En al spoedig werd zijn vrouw zwanger. De muzìkant had echter geen geld, noch voor de.verzorging van zijn vrouw, noch voor de vroedvrouw. Dat deed hem veel verdriet, en hij dacht er lang over na wat hem te doen stond. Op een dag sprak hij tot zijn vrouw: "Ik ga vandaag uit bedelen en als ik twee dinar bij elkaar heb, bewaren wij er één voor de vroedvrouw en voor de andere dinar koop ik voor jou een kip, om een maal voor jezelf klaar te maken."

Hij liep door de velden en ontdekte een kip, die op een hoopje aarde zat. Toen hij haar optilde, vond hij een ei op de plaats waar de kip had gezeten. Hij stopte het dier in zijn ene zak en het ei in de andere en sprak tot zichzelf: "Ik zal deze kip naar mijn vrouw brengen, maar het ei verkoop ik onderweg voor een dinar, en daarmee betalen we dan de vroedvrouw."

Daar kwam een jood de weg afgelopen, en de muzikant vroeg hem: "Wil je dit ei van me kopen?" - "Heb je er veel van?" vroeg de jood op zijn beurt. De muzikant antwoordde: "Koop vandaag dit ene, en als mijn kip morgen weer een ei legt, breng ik het je." - "Goed," sprak de jood, "voor een halve dinar koop ik het ei van je."

"Moge Allah je vrijgevigheid vergroten," antwoordde de muzikant, en ze marchandeerden zo lang, tot ze het eens werden over één dinar. Toen sloten ze de handel en de jood gaf de muzikant de dinar. Hij liet zich het huis van de muzikant wijzen en beloofde iedere ochtend een ei te komen halen en telkens één dinar te betalen. De muzikant kocht voor zijn vrouw een kippebout. Toen hij thuiskwam, vertelde hij haar van de overeenkomst met de jood en waarschuwde haar: "Waag het niet deze kip te verkopen! Bij Allah, ik zal je naar de hel sturen!"

Van nu af aan kwam dagelijks de jood en kocht voor een dinar een ei. De muzikant en zijn gezin geraakten langzamerhand in grote welstand. Hij opende een zaak en werd een bekend koopman. Zijn vermogen groeide zo aanzienlijk, dat hij slaven en slavinnen kon kopen. Toen zijn zoon ouder werd, bouwde hij speciaal voor hem een school en nam daar de kinderen van de armen op, opdat ze leerden lezen en schrijven.

Tijdens de vastenmaand maakte de muzikant een pelgrimstocht naar Mekka. Vóór zijn reis had hij zijn vrouw vele malen op het hart gedrukt: "Denk eraan dat je de kip niet aan de jood verkoopt, de bron van onze rijkdom, en geef hem als altijd elke dag zijn ei."

Toen de jood de volgende dag kwam, vroeg hij de vrouw van de muzikant: "Als ik je een kist geld aanbied, verkoop je mij dan de kip?" Zij antwoordde: "Mijn man heeft mij verboden de kip te verkopen!" Daarop sprak de jood: "Wees niet bevreesd! Ik blijf hier in de stad en zal ervoor zorgen dat hij je er niet van langs geeft."

De volgende dag kwam hij met een kist geld, die de vrouw het water in de mond deed lopen; hij gaf haar de kist, pakte de kip, slachtte het dier en zei haar: "Hier, maak schoon en maak daarvan een maal voor me klaar. Maar ik waarschuw je, als er een stuk van de kip ontbreekt, maak ik de buik open van degene die het opgegeten heeft!"

De vrouw ging aan het werk om de kip klaar te maken. Toen 's middags de zoon van de muzikant uit school kwam, zag hij hoe zijn moeder de kip uit de braadpan nam. Hij vroeg haar om een stuk, maar zijn moeder antwoordde: "Zwijg, die kip is niet van ons!" De jongen nam stiekem de maag van de kip weg en at hem op. Toen gaf één van de slaven hem de raad: "Jonge meester, vlucht weg van hier, anders maakt de jood je buik open en haalt de kippemaag eruit." De jongen ging op zijn ezel zitten en reed weg.

's Avonds kwam de jood en liet de kip opdienen. Hij merkte onmiddellijk dat er iets ontbrak en vroeg: "Waar is de maag?" De vrouw van de muzikant vertelde hem: "Mijn zoon heeft hem zonder dat ik het wist weggenomen en opgegeten." - "Bij Allah," sprak de jood, "ik heb er mijn hele vermogen voor uitgegeven. Haal je zoon, dan maak ik zijn buik open en haal de maag eruit." De vrouw antwoordde hem dat hij gevlucht was, en de jood zette ogenblikkelijk de achtervolging in.

In elk dorp waar hij door reed, vroeg hij naar de zoon van de muzikant. En telkens kreeg hij hetzelfde antwoord: "Gisteren heeft hij hier nog gegeten." - "Hij heeft de afgelopen nacht hier doorgebracht." De jood gaf zijn paard de sporen en het duurde niet lang of daar ontwaarde hij de zoon van de muzikant. Hij reed op hem af en sprak: "Allah zij met je, o zoon van de muzikant. Wie gaf jou toestemming de maag van de kip op te eten? Ik heb daarvoor mijn vermogen uitgegeven en heb met je moeder afgesproken degene te doden die er ook maar één stuk van wegneemt. Kom, dan snijd ik je buik open en haal de kippemaag eruit. De zoon van de muzikant antwoordde: "Is het geen schande, dat je mij voor die kippemaag dat hele eind achtervolgt!" De jood pakte zijn mes uit zijn zak en liep op de jongen af. Die pakte hem met één hand vast, wierp hem op de grond, en doodde hem.

Nu gaat het verhaal verder over de zoon van de muzikant. Hij klom op het paard van de jood en reed door totdat hij bij een grote stad kwam. Daar zag hij het marmeren paleis van een koning, waar aan de toegangspoort 39 hoofden hingen. Hij vroeg de mensen wat dat te betekenen had en vernam dat de koning een dochter had die zo sterk was als een man; degene die haar in het gevecht zou kunnen verslaan, kreeg haar tot vrouw, maar degene die van haar verloor, werd onthoofd en zijn hoofd werd bij de ingang van het paleis opgehangen. Hij vernam ook dat tot nu toe alle 39 jongelingen door de prinses waren verslagen.

De zoon van de muzikant liet zich bij de koning aandienen en toen hij bij hem werd toegelaten, sprak hij tot hem: "Moge Allah u voor ons behouden, o koning! Sta mij toe met uw dochter te strijden, om mijn krachten met de hare te meten."

De koning antwoordde: "Ga weg mijn zoon, en moge Allah je behoeden! Het is zonde, je te doden. Hoeveel jongelingen als jij kwamen al niet hierheen, en mijn dochter heeft ze allemaal överwonnen."

Maar de zoon van de muzikant bleef bij zijn verzoek en sprak: "Ik weet het en ik ga ermee akkoord dat ik word onthoofd als de prinses van mij wint, en dat mijn hoofd wordt opgehangen bij de ingang van het paleis." De koning beval: "Schrijf je toestemming op dit papier en druk er je zegel op." De jongeling schreef en plaatste zijn zegel. Toen rolden de dienaren een tapijt op de binnenplaats uit, de koningsdochter verscheen en het gevecht begon: de jongeling greep de prinses en wierp haar op de grond, zij stond op en wierp hem op de grond, en zo bleef de strijd twee uur lang onbeslist. De koning ergerde zich eraan dat zijn dochter deze jongeling niet kon verslaan en beval: "Genoeg voor vandaag! Morgen wordt het tweegevecht voortgezet." In het geheim liet de koning zijn artsen roepen en beval hen: "Geef die jongeman een verdovingsmiddel en zoek uit wat het geheim van zijn kracht is."

Toen de nacht was gevallen, lieten de artsen hem een verdovingsmiddel inademen en onderzochten zij zijn lichaam. Ze ontdekten de kippemaag in zijn binnenste, namen hun instrumenten, sneden hem open en haalden de kippemaag eruit, daarna naaiden zij de wond weer dicht.

Toen de zoon van de muzikant de volgende ochtend ontwaakte, voelde hij zich zeer vermoeid en zwak. Hij voelde dat hij geen kracht meer had om met de koningsdochter te strijden en vluchtte weg uit het paleis. Hij reed de hele morgen door, totdat hij drie mannen tegenkwam, die aan het ruziën waren.

"Vrede zij met jullie," groette hij hen. "Waarom maken jullie ruzie?" Zij antwoordden: "Wij hebben drie kostbare dingen en kunnen het niet eens worden over de verdeling. We hebben een vliegend tapijt, dat je brengt waarheen je maar wilt, een schaal die zich met heerlijke gerechten vult, als je alleen maar zegt 'vul je' en een handmolen waaruit geldstukken rollen, als je eraan draait."

Hij zei hen: "Laat mij die drie dingen zien, dan zal ik ze eerlijk onder jullie verdelen." Ze spreidden het tapijt voor hem uit en plaatsten de schaal en de molen erop. De zoon van de muzikant stelde hen voor: "Ik werp een steen, zo ver ik kan. Wie van jullie de steen als eerste terugbrengt, krijgt de geldmolen, de tweede het tapijt en de derde de schaal." De drie mannen stemden ermee in.

Hij nam een steen en wierp hem weg, zo ver hij kon. Terwijl de drie mannen achter de steen aanliepen, stapte hij op het tapijt en sprak: "Vlieg met mij en deze dingen naar de berg Kaf." Het tapijt vloog met hem de lucht in en zette hem op de top van de berg Kaf neer. Hij ging zitten, draaide aan de handmolen en de geldstukken rolden eruit. Hij sprak tot de schaal: "Vul je met kisjk," en hij at kisjk.

Nadat hij had gegeten, vloog hij naar het paleis, waar de prinses woonde met wie hij had gevochten. Hij ging naar haar toe en nodigde haar uit: "Kom, we zetten onze strijd voort." Van te voren had hij zijn tapijt op de binnenplaats uitgespreid en toen ze er allebei op stonden, sprak hij tot het tapijt: "Vlieg met ons naar de berg Kaf." Ze vlogen door de lucht en het tapijt zette hen op de top van de berg neer. Hij vroeg de prinses: "Nu, heb ik van je gewonnen of niet?"

Zij antwoordde hem: "Ik sta nu onder jouw hoede. Breng me terug naar het paleis van mijn vader; ik zweer bij mijn leven dat ik zal zeggen dat je me verslagen hebt, en dan zullen we trouwen. Als we hier in de bergen blijven, sterven we van de honger." - "Heb je honger?" vroeg hij haar, "ik kan je zo een warme maaltijd voorzetten." Hij sprak tot de schaal: "Vul je met mujaddra!" De schaal vulde zich met mujaddra, en zij aten ervan en hij liet haar de molen zien die geld maalt.

Toen ze uitgerust waren, stelde ze voor: "Laten we nog wat gaan wandelen in de bergen." Ze wachtte tot hij zijn voet op de grond had gezet en sprak toen tegen het tapijt: "Vlieg me terug naar het paleis van mijn vader." Het tapijt steeg op en vloog weg.

De zoon van de muzikant bleef alleen achter op de top van de berg Kaf. Hij huilde van eenzaamheid en vertwijfeling en liep een hele dag rond in het gebergte. Op de tweede dag ontdekte hij midden in het gebergte twee dadelbomen; de één had rode, de andere gele vruchten. Hij plukte een gele dadel en at hem op. Opeens groeide er een hoorn uit zijn hoofd, die maar langer en langer werd, totdat hij zich om de twee dadelbomen had geslingerd: hij at een rode dadel en de hoorn schrompelde ineen en verdween tenslotte helemaal. Daarop vulde hij zijn zakken met gele en rode dadels en liep dag en nacht - twee maanden lang - totdat hij de stad van de koningsdochter bereikte.

Bij het paleis van de koning bood hij zijn dadels te koop aan: "Koop dadels, verse dadels!" De koningsdochter liet haar slavinnen een paar dadels kopen en at ze meteen op. Opeens groeiden er acht hoorns uit haar hoofd, die tenslotte tot aan de muren reikten. De slavinnen waren ontsteld, en alle bedienden van het paleis verzamelden zich om de prinses en staarden haar aan. De koning liet de beste artsen naar zijn hof komen, maar geen van hen kon de prinses van haar hoorns bevrijden. Men probeerde de hoorns af te zagen, maar ze groeiden steeds weer aan. Toen stuurde haar vader een omroeper door de stad en liet bekend maken: "Wie de koningsdochter een geneesmiddel verschaft dat haar geneest, krijgt haar tot vrouw en wordt benoemd tot grootvizier." De volgende dag nam de zoon van de muzikant een rode dadel, sneedt die in kleine stukjes en ging daarmee naar het paleis van de koning. Hij liet zich bij de prinses aandienen en gaf haar zijn geneesmiddel. Ze at ervan en één hoorn schrompelde ineen en verdween. De vrouwen schreeuwden en zongen van vreugde en zeiden: "Bij Allah, dat is een goede dokter." De zoon van de muzikant bleef acht dagen in het paleis en verwijderde elke dag een hoorn, totdat de prinses ze allemaal kwijt was. Toen liet, de koning de moefti halen om de trouwakte op te stellen, en benoemde hij de zoon van de muzikant tot grootvizier.

Toen de zoon van de muzikant op de avond van de bruiloft het vertrek van de prinses binnenging, vroeg hij haar: "Waar zijn het tapijt, de schaal en de. molen?" Zij antwoordde hem: "Ben jij het?" Hij vroeg verder: "Ben jij sterker of ben ik sterker?" Zij antwoordde: "Bij het licht in je ogen, jij bent sterker dan ik!" En ze leefden samen nog een gelukkig en welvarend leven.

Zeven appels kwamen uit het paradijs, de eerste voor mij, twee voor degene die het verhaal verder vertelt. De overige vier zullen we in kleine stukjes snijden en verdelen.


*   *   *

Toelichting
Een orgaan van een vogel dat magische eigenschappen geeft (in dit geval kracht), vinden we ook in 'The Magic Bird Heart' (AT 0567). Mensen die ruzie maken om drie magische objecten vinden we ook in 'Quarreling Giants Lose Their Magic Objects' (AT 0518). Allebei ook te vinden in sprookjes van Grimm.

Dit sprookje is afkomstig uit: Spitta-Bey, Guillaume - Contes arabes modernes, Leiden, 1883 (p. 112-122).

Trefwoorden

Verhaalsoort

Bron
"Volkssprookjes en Legenden uit Arabië: verzameld door Ursula Assaf-Nowak" - Uitgeverij Elmar, 1979. Ook wel "Arabische sprookjes uit het morgenland."

Herkomst: Egypte
Verteltijd: ca. 21 min.
Leeftijd: vanaf 7 jaar

Lees ook