Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 24 min.
Herkomst:




Het verhaal van Meng Jiang Nu

Meng Jiang Nu was toen ze heel klein was een pompoen die groeide aan een pompoenenplant.

In Badaling waren er twee families die vlak naast elkaar woonden: aan de oostzijde van de scheidsmuur woonden de Mengs en aan de westzijde van de scheidsmuur woonden de Jiangs, en na verloop van jaren was het alsof ze als één familie samenwoonden.


In dat jaar had de familie Meng aan de oostzijde van de muur een pompoenenplant gezet waaraan zich één vrucht had gevormd. De plant was langs de muur naar boven gekropen en de pompoen vormde zich aan de westkant van de muur, aan de kant van de familie Jiang. Hij groeide uit tot iets heel bijzonders, glanzend en glad, en wie hem maar zag raakte er niet over uitgesproken! Geleidelijk werd de pompoen ontzettend groot. Toen het in de herfst tijd was geworden om de vrucht te oogsten, besloeg die ene pompoen de beide erven. Wat nu? Hij moest gedeeld worden en met een mes werd hij aangesneden.

Op het moment dat dat gebeurde, scheen opeens een gouden licht naar buiten. Binnenin vond je geen vruchtvlees, en je vond ook geen zaadjes, maar er zat een klein meisje, met dikke wenkbrauwen en grote ogen, blank en mollig. De familie Meng en de familie Jiang hadden geen van beide kinderen, dus zodra ze haar zagen waren ze opgetogen, en na kort overleg tussen de twee families huurden ze een min en zo werd het kleine meisje door hen verzorgd.

Het eerste jaar nog klein, het tweede jaar al groot, het derde jaar niet meer te overtreffen; in een oogwenk was dit meisje al meer dan tien jaar oud. De beide families hadden geld, dus ze namen een huisleraar in dienst om haar te onderwijzen. Maar op school heb je toch een naam nodig en ze zeiden: "Hoe zullen we haar noemen?" 2e zeiden: "Dit is het kind van de beide families, dus we noemen haar Meng Jiang Nu." Van toen af aan heette ze Meng Jiang Nu.

In die tijd begon de Eerste Keizer van Qin de grenzen te versterken. Bij Badaling bouwde hij de Grote Muur en overal werden mannen opgebracht om aan de Muur te werken. Die jaren waren heel wat slechter dan tegenwoordig. Hoe je ook opspeelde, niemand werd vrijgesteld en pas als je een extra hoeveelheid werk had voltooid lieten ze je weer naar huis gaan. In die tijd was het altijd klaarlichte dag en het werd nooit nacht. Op een dag waren er twaalf zonnen die elkaar om de beurt vervingen en in drie dagen kregen de mensen maar drie keer te eten zodat niemand weet hoeveel er stierven van honger en uitputting.

Fan Xiliang was een student. Toen hij hoorde dat de Eerste Keizer van Qin zijn grenzen versterkte en mannen liet opbrengen, werd hij doodsbang en sloeg op de vlucht. Maar hij was moederziel alleen, het gebied en de mensen waren hem onbekend, dus waar kon hij zijn toevlucht zoeken? Hij hief zijn hoofd op en keek, maar voor zich zag hij geen dorp en achter zich evenmin. Bovendien durfde hij niet ver te vluchten, en hij viel ten prooi aan wanhoop. Ondanks de wanhoop moest hij verder en toen hij weer een poos gelopen had, zag hij een dorp, en in dat dorp was een siertuin. Daar ging hij zich verbergen.

De Eerste Keizer van QinEn van welke familie was deze tuin dan wel? Die was van de familie Meng! En daar stuurden ze juist op dat moment Meng Jiang Nu en haar dienstertje" erop uit om wat in de tuin te gaan wandelen. Maar zodra Meng Jiang Nu zag dat zich onder het wingerdrek een man verborg schrok ze zich een ongeluk! "Oh!" gilde ze luid. "Wat is er aan de hand?" Meng Jiang Nu zei: "Iets verschrikkelijks! Daar zit een man!"

Zodra het dienstmeisje zag dat daar echt een man zat, wilde ze het ook op een gillen zetten maar Fan Xiliang kroop haastig te voorschijn en zei: "Gil niet zo! Red mijn leven, ik ben op de vlucht!"

Toen Meng Jiang Nu had gezien dat Fan Xiliang een jonge student was die er bijzonder knap uitzag, ging ze met het dienstertje terug naar huis om meneer Meng te halen, en aan hem vertelde ze hoe en wat. De oude meneer was een bijzonder goed mens en hij zei: "Nodig hem uit binnen te komen!" Meteen vroegen ze hem binnen. Het eerste wat meneer hem vroeg was: "Hoe heet je?" - "Ik heet Fan Xiliang." - "Waar kom je vandaan?" - "Ik woon aan de noordkant van dit dorp." - "Waarom ben je op de vlucht?" - "Omdat de Eerste Keizer van Qin de grenzen versterkt en mensen laat opbrengen, had ik geen andere keuze dan hierheen te vluchten."

Meneer zag dadelijk dat het een eerlijke jongen was en zei: "Goed, je kunt hier blijven." En zo verschaften ze hem onderdak. Toen Fan daar al een hele tijd had gewoond, bedacht meneer Meng dat zijn dochter volwassen was en dat hij toch eens een echtgenoot voor haar moest vinden. Hij praatte erover met zijn vrouw. Meneer zei: "Mij lijkt die Fan Xiliang wel wat. We zouden hem in huis moeten nemen als ingetrouwde schoonzoon!"

Zodra zijn vrouw dat hoorde zei zij: "Dat is heel goed bedacht!" en ze was er bijzonder mee in haar sas. Ze zei: "We moeten het wel overleggen met de familie Jiang!" Er werd met de familie Jiang over gesproken en die waren er ook erg mee in hun sas. En Fan Xiliang? Dat spreekt wel helemaal vanzelf, dus daarmee was de zaak beklonken!

Zo gezegd, zo gedaan: er werd een dag gekozen voor de bruiloft, een groot feestmaal werd aangericht, alle verwanten en vrienden werden uitgenodigd, er werd geschranst, er werd gedronken het was een geweldige dag!

Nu had de familie Meng een knecht en ik zou niet weten hoe hij heette, maar die jongen deugde niet. Omdat meneer Meng geen zoon had, koesterde de knecht al lang de stellige verwachting dat wanneer de familie Meng ooit een schoonzoon bij hen in zou laten trouwen, hij beslist de gelukkige zou zijn. Maar Fan Xiliang was verschenen en waren nu niet al zijn berekeningen niet tevergeefs gebleken? De kat grijpt een zeepbel - lege lucht! Hij werd zo woedend dat zijn gezicht wit wegtrok maar in een oogwenk had hij een idee! In het geheim haastte hij zich naar de districtsmagnaat om aangifte te doen. Hij zei tegen de districtsmagnaat: "Meneer Meng houdt in zijn huis een arbeidsplichtige verborgen die Fan Xiliang heet."

Zodra, de districtsmagnaat hoorde dat er een arbeidsplichtige verborgen werd gehouden, zei hij: "Breng hem op!" En met de rakkers van het gerecht ging hij erop af.

De schemer was toen al gevallen, de gasten hadden zich verspreid en Meng Jiang Nu en Fan Xiliang zouden zich juist terugtrekken in het bruidsvertrek, toen opeens de kippen begonnen te kakelen en de honden begonnen te blaffen. En binnen de kortste keren drong een hele groep rakkers binnen die geen acht sloegen op enig protest en met zijn allen sleepte ze Fan Xiliang weg.

Toen Meng Jiang Nu zag hoe haar echtgenoot werd weggesleept, begon ze te wenen en te schreeuwen, maar hoe ze ook tekeer ging, het veranderde niets aan de zaak. Ze viel aan wanhoop ten prooi. Maar na een paar dagen zei Meng Jiang Nu tegen haar vader en moeder: "Ik wil Fan Xiliang gaan zoeken!" Haar vader en moeder vonden dat ze maar moest gaan, ze gaven haar geld en gelastten de knecht haar te vergezellen, en samen deden ze haar een eindweegs uitgeleide.

Zoals gezegd, deze knecht deugde niet. Halverwege zei hij geen fatsoenlijk woord meer en wilde hij Meng Jiang Nu verleiden. Hij zei: "Fan Xiliang is inmiddels vast en zeker gestorven. Wat vind je van mij? Deel mijn leven!"

Meng Jiang Nu begreep meteen dat hij iets kwaads in de zin had en zei: "Prachtig! Maar hoe prachtig het ook is, als wij tweeën willen trouwen zullen we toch een huwelijksbemiddelaarster moeten vinden!"

De knecht verzonk in gedachten, want waar haalde hij hier een huwelijksbemiddelaarster vandaan? Meng Jiang Nu zei: "Laten we het zo doen! Zie je die bloem daar in het ravijn? Als jij die bloem plukt, wordt dat onze huwelijksbemiddelaarster!"

De knecht dacht dat Meng Jiang Nu het werkelijk meende en wilde de bloem gaan plukken. Maar toen hij aan de rand van het ravijn kwam, was hij de wanhoop nabij. Het ravijn had steile rotswanden en was o zo diep - hoe kwam hij naar beneden?

Meng Jiang Nu zei: "Als je een echte kerel bent en moed bezit, is het gemakkelijk! Maak het touw om de bagage los: ik houd het vast, jij klimt naar beneden - is het dan niet zo gebeurd?"

De knecht maakte het touw los, Meng Jiang Nu hield het ene uiteinde vast, de jongen hield het andere uiteinde vast en angstig begon hij naar beneden te klimmen. Hij klampte zich vast aan het touw en hij had de rand van het ravijn nog niet losgelaten of Meng Jiang Nu zwiepte hem door een stap en een ruk met een doffe klap tegen de rotswand!

Alleen achtergebleven bond Meng Jiang Nu de bagage bij elkaar en zij haastte zich naar de plaats waar de grens werd versterkt. Daar zocht ze dagenlang zonder Fan te vinden. Later kwam ze een groep arbeidsplichtigen tegen die ze vroeg: "Is er onder jullie een zekere Fan Xiliang?" Iedereen zei: "Die is er, hij is kort geleden aangekomen." Meng Jiang Nu zei: "Waar is hij dan?" Iemand antwoordde: "We hebben hem de laatste paar dagen niet gezien, hij is vast en zeker gestorven." Toen Meng Jiang Nu dat hoorde schrok ze geweldig en vroeg gehaast: "Waar vind ik zijn graf?" De man zei: "Bah, wie neemt de moeite een mens te begraven? Hij is onder de fundering van de Muur bedolven!"

Meng Jiang Nu's hart trok samen en ze begon luid te wenen. Ze weende tot er een floers over de hemel trok en de aarde werd verduisterd, en terwijl zij weende klonk plotseling een gerommel: een stuk van de Grote Muur was ingestort zodat het lijk van Fan zichtbaar werd. Meng Jiang Nu omarmde het lichaam en weende tot ze het bewustzijn verloor. En terwijl zij zo weende verscheen er een groep rakkers van het gerecht die haar, zonder acht te slaan op enig protest, in de boeien sloegen en voor de districtsmagnaat leidden. Die schurk aasde op een hogere positie en toen hij zag hoe mooi Meng Jiang Nu was, zond hij haar meteen aan de Eerste Keizer van Qin.

De Eerste Keizer van Qin beloonde de districtsmagnaat met goud en zilver en andere schatten, bevorderde hem en nam bezit van Meng Jiang Nu. Maar hoe zou Meng Jiang Nu bereid zijn zich aan hem te onderwerpen? Al kostte het haar leven, zij weigerde hem ter wille te zijn! Er zat voor de Eerste Keizer van Qin niets anders op dan een paar vrouwen te vinden die moesten proberen haar om te praten, maar wat die ook zeiden, het haalde niets uit.

Maar zo kon de situatie natuurlijk niet eeuwig duren. Meng Jiang Nu kreeg een idee. Ze zei: "Goed, ik zal hem gehoorzamen!" Zodra haar bewaaksters haar dat hoorden zeggen, berichtten zij het aan de Eerste Keizer van Qin. Deze was bijzonder verheugd en kwam meteen Meng Jiang Nu opzoeken. Meng Jiang Nu zei: "Ik zal je gehoorzamen, maar dan moet jij aan drie wensen van mij voldoen!"

De Eerste Keizer van Qin dacht: Als jij me maar ter wille bent, dan zal ik niet alleen drie, maar wel dertig wensen inwilligen!

Meng Jiang Nu zei: "In de eerste plaats moet je hoogstaande monniken en hoogstaande priesters uitnodigen, een tijdelijke rouwkapel bouwen en zeven maal zeven is negenenveertig dagen soetra's reciteren voor mijn echtgenoot om zijn spoedige wedergeboorte te verzekeren." Omdat de Eerste Keizer van Qin Meng Jiang Nu tot de zijne wilde maken, dacht hij maar eventjes na en zei: "Goed, je eerste eis is ingewilligd."

Meng Jiang Nu zei: "In de tweede plaats eis ik dat je rouw zult dragen, voor zijn kist zult knielen en hem driemaal zult aanroepen als Vader!"

Dit keer aarzelde de Eerste Keizer van Qin. Hij dacht: Ik ben de koning der mensen, de goddelijke heerser; hoe kan ik zoiets doen? En hij zei: "Dat is onmogelijk! Vertel je derde eis!"

Meng Jiang Nu zei: "Als dat onmogelijk is, heb ik ook geen derde eis!"

De Eerste Keizer van Qin was radeloos. Er werd nog eens op haar ingepraat, maar het had geen succes. En nadat hij een halve dag had nagedacht wist hij nog steeds geen oplossing. Maar hoe langer hij naar Meng Jiang Nu keek, hoe mooier ze werd en hij was geheel in haar ban. En hij zei: "Goed, ik willig je tweede eis in. Vertel nu je derde eis!"

Meng Jiang Nu zei: "In de derde plaats moet je drie dagen lang met me naar de zee gaan en pas daarna kunnen we trouwen!"

De Eerste Keizer van Qin dacht: Dat is geen probleem. "Afgesproken, ik willig je drie eisen in!"

De Eerste Keizer van Qin gaf daarop opdracht hoogstaande monniken en hoogstaande priesters uit te nodigen, een tijdelijke rouwkapel in te richten en rouwkleding te vervaardigen. Toen alle voorbereidingen getroffen waren, droeg de Eerste Keizer van Qin inderdaad het rouwgewaad en vervulde hij de rol van de zoon van de overledene.

Toen de rouwplechtigheden beëindigd waren, zouden ze naar zee gaan. Meng Jiang Nu zei tegen de Eerste Keizer: "Laten we naar zee gaan, daarna kunnen we trouwen!" De Eerste Keizer van Qin was uitzinnig van vreugde, hij liet twee versierde draagstoelen komen en met Meng Jiang Nu kwam hij aan bij de zee. Meng Jiang Nu stapte uit haar draagstoel, liep een paar passen, duwde de Eerste Keizer van Qin van zich af en met een plons sprong ze in het water!

Toen hij dat zag raakte de Eerste Keizer van Qin in paniek: "Help! help!" Maar voor dat woord was verklonken was zijn geliefde al verdronken! De Eerste Keizer van Qin wist niets beters te bedenken dan zijn zweep die bergen voortdrijft te grijpen en daarmee de rotsen de zee in te drijven in de hoop zo Meng Jiang Nu onder water te verpletteren.

Voor haar maakte dat natuurlijk niets meer uit maar voor de drakenkoning van de oceaan was het onverdraaglijk - als alle rotsen de zee in werden gedreven zou dat toch het einde zijn van het drakenpaleis? Hij viel aan wanhoop ten prooi.

De drakenkoning had een dochter die bijzonder schrander was. Ze zei tegen de oude drakenkoning: "Maak je geen zorgen, ik zal die zweep die bergen voortdrijft gaan stelen!" - "Hoe denk je die te gaan stelen?" - "Ik zal nu veranderen in Meng Jiang Nu, opduiken, met hem trouwen en de zweep stelen!"

Dit klonk de drakenkoning heel overtuigend in de oren en hij zei: "Ga maar!" De drakenprinses veranderde zich in Meng Jiang Nu en dook op uit de zee.

Toen ze uit het water kwam, was de Eerste Keizer van Qin nog steeds bezig de rotsen de zee in te drijven. De drakenprinses zei: "Kijk toch eens! Ik zei dat ik drie dagen de zee in zou gaan en het is nu nog niet eens twee dagen geweest maar jij begint de zee al op te vullen. Je had me zo wel kunnen verpletteren!"

Zodra de Eerste Keizer van Qin zag dat Meng Jiang Nu was teruggekomen was hij verheugd, hij borg de zweep die bergen voortdrijft weg en zei: "Ik dacht dat je niet meer terug zou komen!" En met de drakenprinses ging hij terug naar zijn paleis. Nadat de drakenprinses honderd dagen met hem had samengeleefd, stal ze de zweep die bergen voortdrijft en verdween.

Van toen af aan kon de Eerste Keizer van Qin niets meer uitrichten!


*   *   *

Het verhaal van Meng Jiang Nu Samenvatting
Het verhaal van Meng Jiang Nu is een van de oudste en geliefdste Chinese volksverhalen. Sinds eeuwen is het in vele versies verspreid. Lees het verhaal

Toelichting
Het verhaal van Meng Jiang Nu is een van de oudste en geliefdste Chinese volksverhalen. Sinds eeuwen is het in vele versies verspreid.

De Eerste Keizer van de Qin-dynastie had na vele jaren van oorlog in 221 v. Chr. de gehele toenmalige Chinese wereld onder zijn gezag verenigd. Daarna werden de dienstplichtigen ingezet bij de uitvoering van grote publieke werken zoals het Epang-paleis, het keizerlijk graf en de Grote Muur, die China's noordgrens moest vrijwaren van invallen door de nomadische steppebewonders.

In de volksoverlevering leeft de Eerste Keizer van Qin voort als een wrede tiran, onder wiens regering het volk was blootgesteld aan de ergste ontberingen.

De hier vertaalde versie als moderne volksvertelling uit Noord-China werd opgetekend en bewerkt door Zhang Zhichen, zoals herdrukt in 'Een keuze uit Chinese volksverhalen (Zhongguo minjian gushi xuan)', Renmin wenxue chubanshe, Peking, oorspronkelijke uitgave 1958, 7e druk 1980, pp. 127-132.

Trefwoorden

Thema

Verhaalsoort

Bron
"Volksverhalen uit kleurrijk Nederland. Reizen. Verhalen over avontuurlijke reizen uit de Chinese, Joodse, Nederlandse, Indiase, Turkse, Surinaamse, Marokkaanse en Indonesische verteltraditie" verschenen bij Uitgeverij Lemniscaat, Rotterdam, 1991.

Herkomst: China
Verteltijd: ca. 24 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook