Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 5 min.
Herkomst:




Het verzonken slot aan de Niers Een Gelderse sage over een bandeloze en slechte kasteelheer

Waar de Niers, door de Gochse heuvelen gedwongen, een kronkeling maakt, lag, tal van eeuwen geleden, een kasteel, door een ridder bewoond, wiens rijkdom wel grenzeloos scheen en wiens hoogmoed de waanzin nabij kwam.

Edelstenen flonkerden aan de halsbanden van zijn honden, alle van het zuiverste ras. Zilveren hoepels omgaven de velgen zijner rijk gebeeldhouwde wagens. De tomen en hoefijzers van zijn paarden waren van goud, hun dekkleden van satijn of fluweel. Maar zijn horigen kwamen om van gebrek.

Dag aan dag ging voorbij in steeds nieuwe vermaken, door onverzadigbare genotzucht bedacht, door onuitputtelijke rijkdom bekostigd: feestmalen, waarbij de zeldzaamste gerechten in zilveren schotels werden rondgediend en de uitgezochtste wijnen parelden in gouden bokalen. Toernooien, waaraan de ridder deelnam in een harnas van het edelst metaal, een prachtstuk van gedreven arbeid van de grootste meester van die dagen. Jachtpartijen, voor de adel een zich hoog opstapelende buit vertegenwoordigende van evers en herten, voor de landman het verlies van het loon van een jaar zware arbeid, vertrapte akkers, door zijn ijver beploegd en bezaaid.

Men dronk op het slot en men speelde, men lachte en men schertste, men zong en men danste, aan de toekomst dacht niemand.

Om het slot heen werd geleden, vloten tranen, balden zich vuisten, stegen zuchten ten hemel: "Hoe lang nog, o Heer!" Moedig trad de priester van de ridders met vermaning hem tegen, wees op naderend oordeel, als de beker des onrechts zou gevuld zijn, als de goddeloosheid de goddeloze zou doden, maar men lachte hem uit.

Op een avond vraagt een stokoude pelgrim aan de slotpoort om leger en voedsel. Men hitst honden op hem aan. Met zijn staf poogt de grijsaard het bloeddorstig gespuis op een afstand te houden. In dolle vaart komt de burchtheer, door zijn knapen omgeven, de laan uitgereden, die uitloopt op het roofnest. "Ontwapent de schooier en geeft hem de honden tot aas," buldert de wreedaard en verdwijnt.

Zijn dochter, een meisje in de bloei harer jaren, verlaat juist de slottuin, met een mandje vol heerlijke bloemen aan de arm. "Laat de grijsaard met rust," gebiedt zij de knapen, "en roept de honden terug." Medelijdend keert ze zich dan tot de gehavende oude: "Wie zijt gij en wat voerde u herwaarts?"

Hij zwijgt. Zijn oog houdt hij strak op de burcht gevestigd. Zijn lippen beven. Eindelijk opent hij zijn mond en zegt hij: "Het is genoeg, de maat is vol. Zo gij uw leven lief hebt, vlied heden dan nog!" Smekend ziet hij haar aan. Maar zij: "Oude man, ga heen en kom hier nooit weer."

Met een traan in het oog trekt hij af. Bergwaarts voert hem zijn pad. En daar op een heuvel gezeten, heft hij met toorn in het oog als ten vloek de hand op tegen het slot. Breder legerde de schaduw zich over de aarde. Alles zweeg, maar door de stilte scheurde het gejoel zich een weg, dat oprees uit het misdadig kasteel.

Daar doet de torenklok twaalf slagen weerklinken... Het slot zinkt weg in de diepte. Niemand der in genot zich badenden ontkomt. De vloek van de pelgrim was meer dan een klank.

Toen de lente weer kwam, ontsproten aan de voet van de heuvel hyacinten en primulaveren, ranonkels en anemonen, een herinnering aan de jonkvrouw, die niet geheel was ontaard.


*   *   *

Het verzonken slot aan de Niers Samenvatting
Een Gelderse sage over een bandeloze en slechte kasteelheer. De hoogmoedige, hebzuchtige en bandeloze bewoner van een kasteel, dat net over de grens met Duitsland ligt, krijgt op een avond bezoek van een oude pelgrim. Deze laat het kasteel geheel en al in de diepte verdwijnen. Lees het verhaal

Toelichting
De Niers is een rivier in Duitsland die nabij het Nederlandse Gennep uitmondt in de Maas. Gelderland vond zijn oorsprong buiten de rijksgrens, in Duitsland. In Opper-Gelder, later wel Pruisisch Gelder geheten, ligt nog altijd de stad Geldern, waarnaar het gewest genoemd werd. Tot in de 19e eeuw functioneerde er enigszins onze officiƫle taal en de volkstaal is er nog altijd 'westelijk' gekleurd.

Gelijksoortige verhalen, waarin kastelen of kloosters in de diepte verdwijnen, zijn De legende van het Solse Gat en Egbert van Loenen.

Trefwoorden

Verhaalsoort

Bron
"Volksverhalen uit Gelderland" samengesteld door G.J.H. Krosenbrink. Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht/Antwerpen, 1979. ISBN: 90-274-7082-0

Herkomst: Gelderland
Verteltijd: ca. 5 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook